Kuala Lumpur Oorlogstribunaal: ‘George W. Bush is een oorlogsmisdadiger’

Print pagePDF pageEmail page

AMSTERDAM-LIENDEN, Het KNP:
Voormalig Amerikaans president George W. Bush is vorige maand door het Kuala Lumpur War Crimes Tribunal in afwezigheid van oorlogsmisdaden beschuldigd. Dit meldt gelijktijdig het Canadese Global Reseach en het Franse Voltaire Network. Het tribunaal dat uit vijf rechters bestaat, heeft begin mei de beschuldiging uitgesproken tegen George W. Bush en een aantal van zijn voormalige medewerkers.

Behalve George W. Bush, worden ook voormalig vicepresident Richard Cheney, ex-minister van defensie Donald Rumsfeld, adviseurs van Bush: Alberto Gonzales en David Addington, William Haynes – defensie adviseur en Jat Bybee en John Choon Yoo – voormalig plaatsvervangende officiers van Justitie aangeklaagd. Zij worden van oorlogsmisdaden, van marteling en wrede en onmenselijke behandeling van krijgsgevangenen beschuldigd.

Begin mei werden er diverse getuigen opgeroepen, waaronder Abbas Abid, Moazzam Begg en Jameelah Hameedi. Zij vertelden over afschuwelijke martelingen tijdens hun gevangenschap. Bij Abbas Abid, een 48-jarige ingenieur die werkzaam was bij het Amerikaanse ministerie van Wetenschap en Technologie, werden de nagels uitgetrokken. Ali Shalal werd met elektriciteitsdraden aan een muur vastgebonden en geëlektrocuteerd. Moazzam Begg werd genadeloos geslagen en kreeg lange tijd eenzame opsluiting. Jameelah werd naakt als menselijk schild gebruikt terwijl hij per helikopter werd vervoerd. Alle getuigen konden hun verwondingen laten zien. Uit de beschuldigingen bleek dat er sprake was van een systematische toepassing van wrede, barbaarse en mensverachtende praktijken tegen gevangenen, met het doel om bij hen zoveel mogelijk pijn en lijden te veroorzaken.

Deze getuigen werden vastgehouden in gevangenissen in Bagram (Afghanistan) en in Abu Gharib (Irak). Begg en een andere gevangene werden naar Guantanamo Bay versleept.

Uit de getuigenverklaringen die een dag duurden, werd duidelijk hoe de beslissingen aan de top van het Witte Huis werden genomen. Bush, Cheney en Rumsfeld waren de hoofdverantwoordelijken. Zij werden juridisch ondersteund door topadvocaten en geholpen door legercommandanten en CIA officieren. Allen werkten nauw samen. Marteling vond systematisch plaats en werd een algemeen geaccepteerde norm.

Uit het oordeel van het Kuala Lumpur Tribunaal dat werd voorgelezen door de president van het Tribunaal Tan Sri Dato Lamin bin Haji Mohd Yunus Lamin, bleek overduidelijk dat George W, Bush en zijn kompanen een web hadden geweven van geheime instructies, vertrouwelijke directieven, interne dienstaanwijzingen, memo’s en juridisch advies dat één geheel plan en één doel vormde, namelijk het begaan van oorlogsmisdaden en martelingen in relatie tot de z.g. ‘War on Terror’ en de oorlogen die zijn gevoerd in Afghanistan en Irak.

De concrete beschuldigingen luidden:
a) martelingen
b) het creëren, autoriseren en uitvoeren van een systeem van wrede, onmenselijke en mensverachtende behandeling
c) het schenden van het internationale recht
d) het schenden van het Verdrag tegen Marteling van 1984
e) het schenden van diverse verdragsartikelen van het Verdrag van Geneve van 1949
f) het schenden van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het United Nations Charter.

Maar het Kuala Lumpur Tribunaal ging nog verder door te stellen dat ook volgens de bepalingen van het Internationale Militaire Tribunaal van Neurenberg, waar kort na de Tweede Wereldoorlog de kopstukken van het Nazi-regiem werden veroordeeld, Bush en zijn trawanten individueel en gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de gepleegde misdaden in hun gezamenlijke opzet.

Artikel 6 van het Neurenbergse Handvest stelt dat ‘leiders, organisatoren, aanstichters en medeplichtigen, die deel uitmaken van plannen of de uitvoering van deze plannen of deel uit maken van een samenzwering om oorlogsmisdaden te begaan, verantwoordelijk zijn voor alle misdaden die zijn begaan door elk willekeurig andere deelnemer in het plan en zijn uitvoering daarvan’.

Deze artikelen uit het Neurenbergse Charter zijn algemeen geaccepteerd als internationaal recht door de Verenigde Naties. De regering van de Verenigde Staten is subject van het internationale recht en van de bepalingen van het Neurenbergse Charter.

Het tribunaal was tevens van oordeel dat ook de officieren en plaatsvervangende officieren van Justitie zich schuldig gemaakt hebben door ‘advies’ te geven in die zin dat de Conventie van Geneve niet van toepassing was op leden van Al Qaida en de gevangen genomen leden van de Taliban en dat er geen sprake was van marteling zoals staat geformuleerd in het Verdrag tegen Marteling. Ook de toegepaste verhoor- en ondervragingstechnieken waren volgens hen toegelaten middelen. Deze officieren waren goed op de hoogte van hun daden en wisten dat ze daarmee de basis zouden leggen voor schendingen van diverse verdragen, aldus het Tribunaal.

Niet alleen Bush, Rumsfeld en Cheney gebruikten dit advies voor hun criminele daden, ook CIA directeur George Tenet en Diane Beaver, die de gevangenis in Guantanamo Bay runde, gebruikten dit juridisch advies als grondslag voor hun misdadige handelen. Volgens het Tribunaal is iedereen die dit juridisch advies als uitgangspunt heeft genomen schuldig aan de ten last gelegde misdaden en aan de deelname aan een criminele samenzwering.

Hoewel het Kuala Lumpur Tribunaal geen rechtsmacht heeft en geen juridische dwangmaatregelen kan nemen, heeft het Tribunaal wel een voorzet gegeven om Bush en de zijnen voor het gerecht te slepen. Andere organisaties willen mede-samenzweerder, de Britse ex-premier Tony Blair, voor het gerecht slepen.

Ook bepaalde het Tribunaal dat de slachtoffers ruimschoots schadevergoedingen moeten krijgen voor het geleden leed. Het Tribunaal sprak ook de hoop uit dat de getuigen in de nabije toekomst de zaak voor een internationaal erkende juridische entiteit kunnen voorleggen zodat het vonnis van het Kuala Lumpur Tribunaal meegenomen kan worden in een eindoordeel.

President Lamin van het Tribunaal zei dat de uitspraak “declaratoir van aard was. Het Tribunaal heeft geen macht om juridische uitspraken af te dwingen en ook geen macht om gevangenisstraffen uit te voeren op de beschuldigden. Wat we wel kunnen doen is, onder artikel 31 van hoofdstuk VI van het Charter, de Kuala Lumpur War Crimes Commission aanbevelen om de zaak voor te leggen bij het Internationale Strafhof in Den Haag en bij de Verenigde Naties en de Veiligheidsraad.

Verder wil het Kuala Lumpur Tribunaal dat er zoveel mogelijk internationale bekendheid wordt gegeven aan de uitspraak omdat de misdaden van ongekende omvang zijn. De naties van deze wereld zijn in die zin verantwoordelijk dat zij de beschuldigden oppakken zodra zij zich buiten hun eigen nationale rechtsgebied bevinden.