Samenzweringen en complotten in de Bijbel

Print pagePDF pageEmail page

Een samenzwering of complot is een geheime afspraak tussen een aantal personen om iets te ondernemen tegen een andere persoon of groep. Ook in de Bijbel komen ze voor. Ze zijn van alle tijden, ook van onze tijd!
Dat schrijft Peter A. Slagter in AMEN nr. 128 – september 2016

De eerste keer dat het woord ‘samenzwering’ in de Bijbel voor komt, vinden we in 2 Samuël 15:12.
Het gaat hierbij over de snode plannen van Absalom, die de heerschappij over Israël naar zich toe wil trekken ten koste van zijn eigen vader, daarmee voorbijgaand aan de wil c.q. het plan van God.
Absalom ging aanvankelijk subtiel te werk. Hij stelde zich op aan de kant van de weg en sprak mensen aan die onderweg waren naar de koning om hun recht te halen. Hij maakte gebruik van de onvrede die er kennelijk bij (sommige) mensen was, namelijk dat het recht z’n loop niet had: “Zie, uw zaken zijn goed en rechtmatig, maar bij de koning vindt u niemand die u gehoor geeft” (2 Sam. 15:3).
Ja, de mensen zouden beter af zijn als hij koning zou zijn. Bovendien deed hij zijn naam eer aan (vader van de vrede) door mensen de hand te reiken en te kussen: “Zo stal Absalom het hart van de mannen van Israël” (vs. 6).
Op die manier kreeg hij mannen achter zich, terwijl zij niets in de gaten hadden en simpelweg vertrouwden op de goede bedoelingen van Absalom: “Maar ze gingen in hun onschuld, want zij wisten nergens van” (vs. 11).
Echter, dat alleen was niet genoeg, besefte ook Absalom, en daarom benaderde hij ook iemand uit de ‘inner circle’ van David: Achitofel, de raadsheer. Op dat moment lezen we: “De samenzwering werd sterk en het volk bij Absalom naam gaandeweg in aantal toe” (vs. 12). Deze opstand van Absalom tegen David wordt dus een ‘samenzwering’ genoemd.

Een paar dingen worden in deze geschiedenis al duidelijk:
Mensen moeten ‘gewonnen’ worden en ja, je vangt met stroop meer vliegen dan met azijn. Absalom sprak ze aan op hun gevoelens en toonde zich betrokken bij hun leven. Mensen hadden niet in de gaten dat hij eigenlijk een masker droeg en kwaad in de zin had. Onwetendheid maakt het werk van een samenzweerder of complotter makkelijker.
Het helpt om onder de vertrouwelingen van de vijand of het slachtoffer één of meer medestanders te vinden.
We weten hoe het afgelopen is. Hoewel Absalom aanvankelijk veel medestanders kon verwerven, is zijn plan uiteindelijk stuk gelopen. Anders gezegd: de HEERE heeft zijn plannen doorkruist en Absalom ging ten onder.
God kwam tussenbeide en greep in zodat David gespaard bleef. Maar het loopt niet altijd goed af, zo blijkt bijvoorbeeld uit de geschiedenissen van twee andere koningen, Joas en zijn zoon Amazia. Van beide koningen wordt gezegd, dat zij deden wat “juist was in de ogen van de HEERE”. Dat klinkt prima, maar aan het einde van hun leven blijkt dat ze de HEERE niet in alles gehoorzaam waren (zie 2 Kron. 24:24-27 en 25:27).

Beide mannen werden het slachtoffer van een samenzwering. Hun dienaren spanden samen tegen hen en smeedden een complot, hetgeen leidde tot hun ondergang. Ze werden gedood. In de boeken Koningen en Kronieken wordt diverse keren verslag gedaan van een samenzwering.

Als er één profeet is die een zware last te dragen had onder zijn volk, dan was het Jeremia. Niet voor niets wordt hij wel eens ‘de wenende profeet’ genoemd. Een geweldige boodschap had hij voor Israël, maar ook moest hij het volk en met name de leiders, de elite zeg maar, waarschuwen. Zij hadden de weg van de HEERE verlaten en zich overgegeven aan Baäl. Niet alleen verbraken zij het verbond van de HEERE, zij gebruikten de altaren zelfs om offers te brengen aan Baäl. Zij wilden echter niet luisteren naar de boodschapper van God, maar “ze gingen door, ieder overeenkomstig zijn verharde, boosaardige hart” (Jer. 11:8).
Jeremia werd gezien als een lastpost, een sta-in-de-weg. En zonder dat hij het in de gaten had werd er een complot tegen hem gesmeed. Hij moest dat van God Zelf vernemen: “Daarop zei de HEERE tegen mij: Er is een samenzwering ontdekt onder de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem” (vs. 9). Later zegt Jeremia: “De HEERE heeft het mij doen weten en toen wist ik het, toen U mij hun daden hebt doen zien. Ik was als een argeloos lam dat ter slachting wordt geleid, want ik wist niet dat zij tegen mij plannen bedachten, door te zeggen: Laten wij de boom met zijn vrucht te gronde richten, laten wij hem uit het land der levenden afhakken, zodat er aan zijn naam niet meer gedacht wordt” (vs. 18-19). De HEERE heeft Zijn dienaar gespaard en de snode plannen van de elite verijdeld.
Hier wordt duidelijk, dat mensen ver willen gaan om hun eigen plannen te kunnen uitvoeren. Ze deinzen er niet voor terug om mensen die hen in de weg staan te doden. Waar de leugen regeert, wordt de waarheid niet getolereerd!

Onwillekeurig moeten we denken aan de gelijkenis die de Heere Jezus vertelde, opgetekend in Mattheüs 21:33-46. Het gaat over landbouwers die aangesteld waren om de wijngaard van hun heer te onderhouden. En als de heer voor een bepaalde tijd naar het buitenland vertrekt, zien zij hun kans schoon om geld te verdienen aan de opbrengst van de wijngaard. En als die heer zijn slaven zendt om polshoogte te nemen en de opbrengst op te halen, aarzelen zij niet om die slaven te elimineren, zelfs te doden. En als hij dan nogmaals een (grotere) delegatie naar hen toe stuurt, gebeurt hetzelfde. In vers 37 e.v. lezen we dan: “Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe en zei: Voor mijn zoon zullen zij ontzag hebben.” Het tegendeel bleek waar: “Maar toen de landbouwers de zoon zagen, zeiden zij onder elkaar: Dit is de erfgenaam. Kom, laten we hem doden en zijn erfenis voor onszelf houden. Toen ze hem gegrepen hadden, wierpen zij hem buiten de wijngaard en doodden hem” (vs. 38-39).

Uiteraard is dit niet zomaar ‘een verhaaltje’. Er ligt een trieste, indringende, ja, verbijsterende waarheid in verborgen. De Heere geeft dat Zelf aan door Jesaja te citeren: “Jezus zei tegen hen: Hebt u nooit gelezen in de Schriften: De steen die de bouwers verworpen hadden, die is tot een hoeksteen geworden; dit is door de Heere geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?” (vs. 42). Deze landbouwers stonden symbool voor de ‘bouwers’ van Israël. Zijn slaven, dat waren de profeten, Gods dienaren, en zijn zoon, ja, wie anders kan daarmee bedoeld zijn dan de Zoon van God? De Heere Jezus Christus sprak over de (Joodse) elite in Zijn tijd. Zij hadden dat zelf ook goed in de gaten: “En toen de overpriesters en Farizeeën deze gelijkenissen van Hem hoorden, begrepen zij dat Hij over hen sprak” (vs. 45). Hoog tijd om zich te bekeren, zou je denken, maar nee: “En zij probeerden Hem te grijpen, maar zij waren bevreesd voor de menigten, omdat die Hem voor een profeet hielden” (vs. 46).
Net als in de dagen van Jeremia keerden de leidslieden zich tegen de Boodschapper van God en zochten gelegenheid om Hem te doden. En dat is hen via een leugenachtig schijnproces uiteindelijk ook gelukt! Zij leverden Hem over in de handen van wetteloze mensen om gekruisigd te worden. Niet dat zij daarmee hun doel hebben bereikt, want God heeft Hem uit de dood weer opgewekt en aldus Zijn plan volvoerd. Daar hadden zij en ook hun vader, de duivel (zie Joh. 8:44!), geen rekening mee gehouden. God had dit in Zijn wijsheid allang besloten: “…een wijsheid die niemand van de leiders van deze wereld gekend heeft. Immers, als zij die gekend hadden, zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben” (1 Kor. 2:8).

Als dan de Messias verworpen, gekruisigd en begraven is, voltrekt zich het wonder van de opstanding. En denk niet dat de leidslieden hun lesje geleerd hebben. Nee, zij – we kunnen het al raden – smeden opnieuw een complot!

“Terwijl zij onderweg waren, zie, enigen van de wacht kwamen in de stad en berichtten de overpriesters alles wat er gebeurd was. En zij kwamen bijeen met de oudsten, en zij kwamen gezamenlijk tot het besluit om de soldaten veel geld te geven, en zij zeiden: Zeg: Zijn discipelen zijn ’s nachts gekomen en hebben Hem gestolen, terwijl wij sliepen. En als de stadhouder hiervan hoort, zullen wij hem overtuigen en maken dat u zonder zorgen bent. Toen zij het geld in ontvangst genomen hadden, deden zij zoals hun was voorgehouden. En dit woord is verbreid onder de Joden tot op de huidige dag” (Matt. 28:11-15).

Zonder dat het woord ‘samenzwering’ of ‘complot’ gebruikt wordt, is het dat natuurlijk wel! In plaats van zich over te geven en de waarheid onder ogen te zien, bijten zij zich vast in de leugen en hebben daar zelfs ‘veel geld’ voor over. Koste wat het kost moet de waarheid in ongerechtigheid ten onder gehouden worden (vgl. Rom. 1:18).
Ze verzinnen een leugen, geven de soldaten (zwijg)geld en mocht er wat van komen dan hebben zij wel connecties binnen de overheid. Zij regelen het wel.

De woorden ‘samenzwering’ en ‘complot’ komen in het boek Handelingen ook nog voor. Daar is Paulus het mikpunt van (opnieuw) de Joodse leidslieden, allereerst in Damascus: “En toen er veel dagen verlopen waren, beraadslaagden de Joden om hem te doden, maar hun samenzwering werd aan Saulus bekend. En zij bewaakten de poorten, zowel overdag als ’s nachts, om hem te kunnen doden. Maar de discipelen namen hem ’s nachts mee en lieten hem door een opening in de muur neer, door hem in een mand te laten zakken” (Hand. 9:23-25). Zo werd de apostel gespaard voor de agressie van de elite. Foto Paul saved in Damascus

In hoofdstuk 23 lezen we over Paulus’ bevindingen in Jeruzalem: “En toen het dag geworden was, smeedden enkele Joden een complot: zij vervloekten zichzelf en zeiden dat zij niet zouden eten en drinken voordat zij Paulus gedood zouden hebben. Het waren er meer dan veertig die deze samenzwering beraamden” (vs. 12). Ook hier ontsnapt de apostel op miraculeuze wijze!

Overgenomen van: www.amen.nl