Archief voor 2018

Wapen handel gaat maar door

Wapen handel  gaat maar door

De landen van de Europese Unie hebben een gezamenlijk wapenexportbeleid.

In een Common Position hebben ze vastgelegd dat voor export van militaire goederen en technologie vanuit een EU-land een vergunning moet worden aangevraagd bij de overheid van dat land. Ambtenaren uit de Europese lidstaten stemmen het nationale beleid hierover af in Raadswerkgroep Coarm (Conventional Arms export). Voordat de vergunning wordt afgegeven, wordt getoetst aan acht criteria op het gebied van onder meer mensenrechten, oorlogsdreiging, armoede en doorvoerrisico. Hiermee is een norm vastgelegd voor een verantwoord wapenexportbeleid.

Dit meldt https://vreedzaameu.blogspot.nl in een van haar artikelen.

Helaas is de norm weinig verplichtend. Hoewel de Common Position duidelijk bedoeld is om te voorkomen dat wapens worden geleverd aan mensenrechtenschenders of oorlogvoerende landen is de tekst zodanig opgezet dat er altijd wat ruimte voor interpretatie overblijft. Landen willen nu eenmaal graag zelf bepalen of en aan wie ze wapens verkopen; wapenexportbeleid is buitenlands- en defensiebeleid en de bevoegdheid daarover ligt nog altijd bij de lidstaten. Behalve wanneer sprake is van een wapenembargo; dan is export echt verboden. Maar ook de teksten van wapenembargo’s laten vaak ruimte om bepaalde leveringen toch toe te laten. Zo gelden wapenembargo’s vaak niet voor contracten die al zijn afgesloten. Of alleen voor bepaalde krijgsmachtonderdelen.

Lees meer ...

Bohemian Grove 2018

Lees meer ...

“De invloed van de wapenindustrie op het militair beleid is fors”

Het is niet zo dat de wapenindustrie bepaald wanneer en hoe er oorlog wordt gevoerd, maar de lobby van grote wapenbedrijven zal ook zeker geen remmende factor zijn. De financiële belangen zijn enorm. Zodra ergens een oorlog uitbreekt zie je de aandelen van wapenbedrijven stijgen. Dat meldt Stop Wapenhandel in een recent artikel.

De omzet stijgt, alleen al door de verschoten munitie die moet worden aangevuld. Dat kan fors aantikken, vooral als het gaat om zware wapens: een raket kost al gauw tussen de half en twee miljoen euro per stuk. Daarnaast zijn er bedrijven die verdienen aan de infrastructuur: verplaatsing, verzorging, onderdak en onderhoudt van krijgsmacht en wapens. Vroeger was dat een taak van de krijgsmacht zelf maar tegenwoordig is dat steeds meer geprivatiseerd, vooral in de VS.

Deadly Marketing

Zoals elke sector beschikt ook de wapenindustrie over een groot marketingapparaat. In militaire tijdschriften en op militaire websites wordt geadverteerd (“now with more deadly potential”). Wapens worden besproken en vergeleken; welke is sneller, welke is kostenefficiënt, (hoeveel bang for a bucket), in welke situaties kunnen ze optimaal functioneren (weersomstandigheden bijvoorbeeld blijken nogal eens een probleem). En ook: hoe hebben ze eerder gepresteerd op het slagveld. Een wapen dat daadwerkelijk is ingezet in een oorlog ligt beter in de markt omdat de kwaliteiten zijn aangetoond. Deze verkoopfactor speelt in sommige gevallen ook een rol bij de keuze voor oorlog. Het is bijvoorbeeld niet onwaarschijnlijk dat de Franse bombardementen op Libië mede zijn ingegeven door de behoefte om de Rafale-gevechtsvliegtuig te showen. De verkoop van deze toestellen viel tegen en de fabriek dreigde een financiële belasting voor de Franse overheid te worden. Na inzet in Libië kwamen er eindelijk nieuwe buitenlandse orders voor de Rafale, toenmalig president Sarkozy werd er in de militaire pers om geprezen. Nogmaals: het zal niet de enige reden voor de oorlog zijn geweest maar het is wel een van de factoren. Intussen is Libië door de oorlog een verscheurd en disfunctioneel land, en is de Franse militaire vliegtuigindustrie er weer bovenop.

Er zijn ook minder ingrijpende methoden om de wapenverkopen te stimuleren. Op internationale wapenbeurzen worden de nieuwste producten geshowed en mogen klanten proeven en testen. Er worden gunstige betalingsregelingen aangeboden zodat ook armere klanten – op krediet – hun bestellingen kunnen doen. Er worden aantrekkelijke pakketten geboden: bijvoorbeeld om een deel van de productie over te plaatsen naar het land van de klant waarmee kennis en werkgelegenheid wordt overgedragen. Turkije heeft op deze manier in rap tempo een eigen wapenindustrie opgebouwd op grond van ontwerpen en licenties uit voornamelijk Europese landen.
De zaken gaan lang niet slecht. In de periode 2013-2017 is 10% meer oorlogsmaterieel verkocht dan in de periode 2008-2012, volgens het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI). Het SIPRI werkt met geindexeerde cijfers en kan daarom over langere perioden vergelijken.
De vijf grootste wapenexporteurs – de VS, Rusland, Frankrijk, Duitsland en China- zijn samen goed voor driekwart van alle wapenexport. Nederland staat al jaren gemiddeld op de 11e plaats van grote wapenexporteurs. Nederland verkoopt vooral marineschepen (van marinewerf Damen) en technologie. Dus niet de raket zelf, maar wel alle technologie om te zorgen dat de raket zijn doel kan vinden (van technonoliebedrijf Thales). Verder verkopen Nederlandse bedrijven onderdelen voor gevechtsvliegtuigen en militaire helicopters (Stork, Fokker, Airbus), satelliettechnologie (o.a. NLR) en – groeimarkt – ‘software voor informatiebeveiliging’. Wie precies tegen wie wordt beveiligd en op welke manier is onduidelijk, maar de klanten komen onder meer uit Rusland, Jemen, Myanmar, Libië, Oekraine, Turkije en Saudi- Arabië.

Europees defensie fonds

In Nederland zijn enkele honderden bedrijven die leveren aan defensie. De meesten zijn gewoon civiele bedrijven die een product maken dat ook geschikt is voor militaire toepassing. Slechts enkele bedrijven zijn vooral of helemaal militair. Deze bedrijven hebben een eigen lobbyclub, de NIDV, de Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid. De NIDV lobbied voor de inschakeling van Nederlandse bedrijven bij militaire productie, ondersteunt bezoeken aan wapenbeurzen en organiseert voorlichtingsevenementen over regelgeving en financiering. De NIDV is op Europees niveau lid van lobbykoepel ASD, “the voice of European Aeronautics, Space, Defence and Security industries” die dicht aanschurkt tegen de Europese Commissie en in allerlei adviesgroepen mag plaatsnemen over bijvoorbeeld Europees defensiebeleid of Europese grensbewaking. Grote wapenbedrijven als Airbus en Thales hebben daarnaast ook hun eigen lobbyisten in dienst. Dat deze jongens en meisjes hun werk niet onverdienstelijk doen blijkt wel uit het feit dat de EU vorig jaar een grote nieuwe subsidiepot in het leven heeft geroepen, het Europees Defensie Fonds. Daaruit kan de industrie de ontwikkeling van nieuwe wapens financieren. Want de concurrentie op de wapenmarkt is moordend en ontwikkelingskosten voor nieuwe wapens zijn relatief hoog. Als die ontwikkelingskosten uit publiek geld betaald worden is dat een grote stimulans voor de Europese wapenbedrijven die de concurrentiepositie versterkt, vooral ten opzichte van Amerika. Wel gek is dat er nu stemmen opgaan om het Europees Defensie Fonds ook open te stellen voor Amerikaanse bedrijven.
Het gaat bij het Europees defensie Fonds om forse bedragen. Van 2017 tot 2020 wordt €590 miljoen vrijgemaakt uit het al lopende EU budget, voor de nieuwe budgetperiode van 2021 tot 2027 streeft de Commissie naar €10.5 miljard (€1.5 miljard/jaar). Van de lidstaten wordt verwacht dit nog eens aan te vullen met gezamenlijke wapenprojecten voor €2 miljard in 2017-2020, en minstens €28 miljard in 2021-2027. Dat geld moet komen bovenop het gewone defensiebudget. Nederland begint alvast met een verhoging van het defensiebudget van €8 miljard naar €9,5 miljard. Een groot deel daarvan is bestemd voor nieuwe wapenaankopen. Onder meer de JSF wordt eruit betaald, maar ook nieuwe fregatten en mijnenvegers. De wapenindustrie en de marine hopen ook op nieuwe onderzeeboten, een mega-order die de Nederlandse marine-industrie een flinke oppepper zal geven.

Verzet tegen al deze oorlogswinsten is er ook. Onder meer Stop Wapenhandel maar ook veel andere groepen blijven de wapenindustrie hinderlijk volgen. Zo zorgen we in elk geval dat dingen niet in het geniep gebeuren. En soms, heel soms, kunnen we ook daadwerkelijk een deal tegenhouden. Het is een beetje muis tegen olifant. Maar als wij niet proberen de wapenhandel te stoppen wie moet het dan doen? De slachtoffers van deze handel, de mensen in oorlogsgebieden, kunnen het niet doen. Die hebben het te druk met overleven.

Overgenomen van: Stop Wapenhandel

Bilderberg 2018

Bilderberg 2018: new tech helps oil the wheels of the global elite | World news | The Guardian.

Bilderberg.org : View Forum – Bilderberg Conference 2018, June 7-10, NH Torino Lingotto Congress, Turin, Italy. 

66ste Bilderberg, juni 2018: 666.. Mét Vaticaan..?? – WantToKnow.nl. OOK HET VATICAAN ONDERDEEL VAN DE NWO !!!!

Lees meer ...

Lacunes in berichtgeving Gaza

De berichtgeving over de door Hamas georganiseerde rellen in verschillende media blijft lacunes vertonen, met name op de volgende punten:

  1. Minstens tachtig procent van de doden zijn bewezen lid van terroristische organisaties. Alle doden zijn jonge mannen; er zijn geen vrouwen, kleine kinderen of mensen boven de 45 jaar omgekomen – ondanks de dikke rookgordijnen door in brand gestoken autobanden.
    Dit toont aan dat Israël geen willekeurige demonstranten onder vuur neemt, maar alleen geweldplegers.
  2. Onder de doden waren wel enkele minderjarige jongens. Echter, van Hamas is bekend dat het veel jongens vanaf 12 jaar – en soms jonger – uitgebreide militaire training geeft.
    Deze jongens worden vervolgens cynisch ingezet als kindsoldaten. Dat is een oorlogsmisdaad – van Hamas.
  3. Er wordt melding van gemaakt dat Palestijnen “gevangen zitten in de Gazastrook”. De reden wordt zelden vermeld: toen Israël de Gazastrook in 2005 verliet, is internationaal de afspraak gemaakt dat Egypte het buitenlandverkeer vanuit de Gazastrook zou afhandelen.
    Dat doet Egypte nauwelijks meer, vanwege de steun van Hamas aan terroristen in de Egyptische Sinai woestijn. Israël staat daar volledig buiten.
  4. Israël kan niet toestaan dat Palestijnse terroristen de grens oversteken en de daar wonende Israëlische burgers aanvallen. Dit zou geen enkel land toestaan. De rellen zijn niet vreedzaam en ook niet zo bedoeld.
    De leider van Hamas en de Gazastrook, Yahya Sinwar, riep op om de grens met Israël over te steken om “hun harten uit te rukken” (beelden van Al Jazeera).
  5. Daarom heeft Israël vanaf het begin uitgebreid gewaarschuwd dat er bij het gebruik van geweld en het vernielen van of klimmen over het grenshek met scherp geschoten zou worden. Ook met Palestijnse ongeletterden is daarbij rekening gehouden, zie de afbeelding.
  6. In de Gazastrook is vrijwel geen stroom en medicijnen meer. De reden is omdat Fatah daar – vanwege hun ruzie met Hamas – niet meer voor wil betalen.
    Israël laat alle goederen onbeperkt toe met uitsluiting van goederen die voor militaire doeleinden gebruikt kunnen worden (conform het internationale verdrag van Wassenaar). Israël heeft nog nooit de toevoer van medicijnen tegen gehouden.
  7. Gaza is een islamitische dictatuur van Hamas, een moslimfundamentalistische terreurorganisatie, volgens de VS, de EU en Nederland.
    Informatie is daarom altijd gekleurd: alle gidsen, tolken en chauffeurs die journalisten in de Gazastrook moeten gebruiken, staan onder controle van Hamas. Buitenlandse journalisten krijgen per definitie een niet representatief en gekleurd verhaal te horen. Palestijnse journalisten mogen al helemaal niets negatiefs berichten, zoals foto’s van Palestijns geweld. Dit wordt echter allemaal niet vermeld.
    Sowieso krijgt Israël altijd reflexmatig de schuld van de Palestijnen, hoe onzinnig ook. Zo rapporteerden Palestijnse bronnen dat vorige week vier Palestijnen gedood waren door een Israëlische tankgranaat. In werkelijkheid waren het terroristen waarvan de explosieven voortijdig ontploft waren.

Lees meer ...