Cyberoorlog tegen kinderen

AMSTERDAM-LIENDEN, Het KNP:
De werkelijke cyberoorlog, de strijd om de aandacht van onze kinderen, is in volle hevigheid gaande maar wordt nauwelijks opgemerkt. Het transformeert ze in overactieve, stampvoetende tirannetjes die geen uitstel dulden van hun verlangens.

Het was even schrikken: Nederlandse overheidssites gekaapt door hackers in opdracht van de Iraanse overheid. Eens te meer bleek dat de digitalisering van de werkelijkheid risico’s met zich meebrengt. Het wereldwijde web maakt, in weerwil van de oorspronkelijke bedoeling, onze samenleving kwetsbaar. Privacygevoelige gegevens belanden meer dan eens op straat en allerlei nutsvoorzieningen (water, elektriciteit, telefoon) kunnen door kundige nerds, al dan niet in dienst van terreurorganisaties, zomaar in wapens veranderen.

Gevolg: datgene wat voordeel en nut zou moeten opleveren, verandert in iets nadeligs en nutteloos. Grootschalige chaos en anarchie zullen na een geslaagde cyberaanval de maatschappelijke orde ontregelen. Dit doemscenario versluiert de werkelijke cyberoorlog die allang gaande is: de strijd om de aandacht van onze kinderen. Dit strijdtoneel speelt zich af voor onze ogen, maar we houden ze gesloten.

Nachtelijke persconferenties en schreeuwerige krantenkoppen rondom de DigiNotar-affaire ten spijt; de echte veldslag vindt plaats in huiskamer en klaslokaal. Daar, onder de neus van ouders en leraren, worden pubers en jongvolwassenen continu verleid om gamend, twitterend, facebookend of zappend hun tijd door te brengen.

Daarmee heeft een industrie, door winstoogmerk gedreven en gericht op ongebreidelde consumptie, zich een plaats weten te verwerven middenin het veld van de hechte betrekkingen. Precies die omgeving waarin het precaire proces van volwassenwording door zorg en aandacht plaatsvindt – of zou moeten plaatsvinden – raakt meer en meer in de ban van zorgeloosheid en verstrooiing. Er vindt hier geen hechting meer plaats, maar eerder onthechting. Opvoeders geven namelijk hun identificatierol (waardoor een opgroeiend kind leert socialiseren) uit handen aan een industrie die er alles aan gelegen is om de geest van minderjarigen te verleiden en te exploiteren. Dit doet zij door de primaire impulsen van minderjarigen te stimuleren.

In de vermaakindustrie staat deze techniek bekend als captology; het vermogen om via beloningen, het opwekken van nieuwsgierigheid of visuele aandachttrekkers de interesse van kindconsumenten te vangen en vast te houden. Volgens de Franse techniekfilosoof Bernard Stiegler is in deze strijd om aandacht de industrie aan de winnende hand. Dat heeft gevolgen die verder reiken dan menigeen waarschijnlijk beseft. Natuurlijk is er het fenomeen van attention deficit disorder, dat op den duur wel eens tot volksziekte nummer één kan uitgroeien. Oude maar vooral nieuwe media, bestoken minderjarige consumenten met een overdaad aan stimuli. Het zijn hyperactieve werelden die al even hyperactieve gebruikers voortbrengen. Onderzoek bevestigt dat.

Jonge kinderen die veelvuldig blootgesteld worden aan massamedia, vertonen op latere leeftijd vaker aandachtsstoornissen en concentratieproblemen dan leeftijdgenootjes die beduidend minder TV kijken of internetten. Het hoeft nauwelijks betoog dat attention deficit disorder de intellectuele vermogens aantast en de kansen op het succesvol afronden van een opleiding vermindert. Wat zich hier openbaart, is een strijd om de geest tussen een industrie die vooral hyperactiviteit en een verlies aan aandacht produceert, en onderwijsinstellingen die slechts kunnen functioneren bij de gratie van concentratie en het uitstellen van primaire verlangens. Uiteindelijk is het dus een gevecht om kennis.

De destructie van aandacht heeft echter ook gevolgen voor de sociale cohesie van samenlevingen, waarvoor de basis in huiselijke kring gelegd wordt. Opvoeden betekent namelijk, idealiter althans, dat kinderen de kans krijgen zich met hun ouders te vereenzelvigen. In dit identificatieproces, waarin psychische en lichamelijke zorg en aandacht centraal staan, worden sociale en cognitieve vaardigheden overgedragen die het kind langzaam maar zeker voorbereidt op een leven als volwassene. Maar deze dynamiek wordt in toenemende mate verstoord door een cultuurindustrie die de aandacht juist probeert om te leiden in de richting van meer consumptie. Want de werkelijke klanten op de digitale snelweg zijn niet de adolescenten, maar de adverteerders en marketeers op zoek naar nieuwe afzetgebieden.

Hoe meer muisklikken, hoe beter. Daartoe moet het jonge brein gestimuleerd worden door het met primaire prikkels te verlokken. Prikkels die onmiddellijke behoeftebevrediging cultiveren (ze zetten feitelijk aan tot verslaving) en de ouderlijke autoriteit buiten spel zetten. Hiermee wordt precies het tegenovergestelde bereikt van wat opvoeders voor ogen staat: in plaats van volwassenwording en verantwoordelijkheidsbesef, infantiliseert het kinderen. Het transformeert ze in overactieve, stampvoetende tirannetjes die geen uitstel dulden van hun verlangens.

Dit alles frustreert de gang van minderjarig naar meerderjarig en ondermijnt de opvoeding als voorbereiding op verantwoord burgerschap. Want een kind dat zich niet heeft leren beheersen, waarvan het concentratievermogen verstoord is en dat zich te weinig heeft kunnen identificeren met zijn ouders, ontbeert als volwassene belangrijke sociale en cognitieve vaardigheden.

In plaats van gesocialiseerd, raakt het geasocialiseerd. En daarmee komt het besef van een gemeenschappelijke wereld die duurzamer is dan het eigen bestaan, op de tocht te staan. De werkelijke cyberoorlog, de strijd om de aandacht van de geest, is in volle hevigheid gaande maar wordt nauwelijks opgemerkt. Misschien is dat wel de tragedie van deze tijd.

bron: www.netkwesties.nl

Lienden, 30 december 2011

Trefwoorden: