De euro is de oorzaak van de crisis

AMSTERDAM-LIENDEN, Het KNP:
“De invoering van de euro is er gewoon doorgedrukt. Geen Nederlander heeft daar ooit over mogen meebeslissen: dit is er gewoon doorgedrukt. Ongelijke economieën werden samengevoegd, en daar betalen we nu de prijs voor”. Dit meldde Dennis de Jong, lid van het Europees Parlement voor de SP in de Volkskrant van 15 augustus jl.

Niet alleen is de euro op ondemocratische wijze doorgedrukt, maar de politici hebben nauwelijks willen luisteren naar stemmen die kritisch tegenover de invoering van de euro stonden. Met dank aan de stevige lobby van de banken en het grote Europese bedrijfsleven de euro er doorgedrukt.

“De Europese burger kreeg een miljoenen verslindende propagandaleugen voorgeschoteld, ‘de euro is van ons allemaal’. Onzin, de euro is voor het kapitaal en zeker niet voor de Europese burger, die er niets van begrijpt, want een fatsoenlijk publiek debat is er in dit land nooit geweest”, zo klaagde voormalig Tweede Kamerlid voor de PvdA, Piet de Visser in het Algemeen Dagblad in 1999.

De euro was toen nog niet feitelijk ingevoerd, maar het besluit was al wel genomen, volstrekt ondemocratisch. “Door deze muntunie hebben we ons “aan een extreem liberaal Europees beleid overgeleverd”.

Roy Denman, voormalig afgezant van de Europese Commissie in Washington riep in 2000 in de International Herald Tribune de EU leiders op “hun kiezersbedrog te staken” en eindelijk “de waarheid te spreken over de toetreding tot de euro” en de bijbehorende uitdrukkelijk politieke ambities die eraan vastzitten.

De feitelijke invoering van de euro heeft Nederland ruim zes miljard gulden gekost, hetgeen door de overheid “compleet werd gebagatelliseerd. De Nederlandse overheid heeft de burger hierover nauwelijks geïnformeerd en in vele gevallen zelfs compleet bedrogen en misleid”, aldus prof. Smalhout in de Telegraaf.

Ex-minister van Financiën Gerrit Zalm gaf in 2007 openlijk toe ‘gelogen te hebben in het landsbelang’ over de onderwaardering van de gulden.

Ook Andre Szasz, oud-directeur van de Nederlandse Bank verklaarde in 2005 dat onze politici absoluut niet wisten waar ze mee bezig waren en dat alle huidige problemen te voorzien waren geweest. In een boek uit 2001 schreef hij dat de eenheidsmunt de kroon had moeten zijn op het steeds dichter naar elkaar toegroeien van de Europese lidstaten, maar omdat een daadwerkelijke politieke eenheid uitbleef, kwam de Europese Monetaire Unie (EMU) enigszins in de lucht te hangen. Szasz waarschuwde in 1998 in het NRC Handelsblad dat het vertrouwen in de EMU toen al op een dieptepunt verkeerde. “De geloofwaardigheid is toch nergens belangrijker dan waar het gaat om de munt”. “We bouwen op drijfzand”.

Hoogleraar economie Arjo Klamer waarschuwde vlak voor de invoering van de euro, samen met tientallen van zijn collega’s, voor het onbesuisde euro-avontuur. In 2001 vraagt hij zich hardop af of de Europese Unie, die in zijn ogen niet de stap wilde maken naar efficiëntere en democratischer besluitvorming, wel sterk genoeg zal zijn om de aanstaande echtelijke euroruzies te beteugelen. Klamer verwacht dat niet. “We zullen die euro nog eens gaan betreuren”.

Armand van Dormael, jurist en kenner van het Bretton Woods systeem, schreef in januari 1996 in de Volkskrant, dus ver voor de invoering van de euro, dat de euro “vanaf het begin een wangedrocht is geweest’. “De Europese munt is een gevaarlijke hersenschim”. “Zoals de zaken er nu voor staan is na al die jaren van nutteloze inspanningen en discussies het waarschijnlijkste verloop van de gebeurtenissen een gedwongen, mogelijk herhaald uitstel, gevolgd door een periode van bezinning en het uiteindelijke opbergen van het project in de archieven. (…) In de geschiedschrijving zal hij geboekstaafd staan als de meest opgeblazen politiekmonetaire aberratie van deze eeuw”.

Het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) uitte zijn twijfels in de uitgave van 1997 van het halfjaarlijkse World Economic Outlook. Daarin betwijfelt het IMF of de euro wel zo’n stabiele munt zal zijn. De overheidstekorten waren op dat moment al te hoog bij een hoge werkloosheid.

In een scenario waarschuwde het IMF voor een ernstig afnemend vertrouwen in de euro. Diverse landen sjoemelden met hun economische cijfers, alleen maar om aan de toelatingseisen te voldoen. De begrotingstekorten waren toen al veel te groot. Maar de euro moest en zou ingevoerd worden door de verblinde politiek-financiële elite van Europa.

In 2006 waarschuwde VVD politicus Frits Bolkestein voor de overlevingskansen van de euro. De munt wordt ondergraven omdat landen zich niet houden aan het Stabiliteitspact en bepaalde landen laten met het oog op de vergrijzing ook de begrotingsdiscipline verder varen. “De afspraak om het tekort op de begroting nooit op te laten lopen boven de 3% “wordt met voeten getreden”. Al jarenlang. Effectieve stuurmiddelen om dit te controleren waren er niet of er werd de hand mee gelicht. Vijf jaar eerder verklaarde Bolkestein al dat dit kabinet met “een federaal Europa een schim najaagt”. In 2005 verklaarde hij: “Als ik toen wist wat ik nu weet, had ik mijn partij misschien niet aanbevolen om voor de muntunie te stemmen. Hij toonde zich zeer pessimistisch over de toekomst van de euro. Dat was in 1996. Bolkestein kreeg voor zijn standpunt steeds meer steun vanuit zijn partij. Jan Marijnissen van de SP eiste zelfs een referendum over de toetreding tot de EMU. Kort daarna verklaarden maar liefst zeventig Nederlandse economen in een ingezonden stuk in de Volkskrant dat de EMU berustte op “dubieuze economische veronderstellingen”. Dit manifest werd ondertekend door economen van diverse politieke pluimage. Een jaar later, in 1998 verschijnt er een boek dat een vervolg moet zijn op het eerdere manifest. Daarin werd geconstateerd dat de ondertekenaars “niet het debat gekregen hebben waar ze op gehoopt hadden”. Letterlijk: “Ze werden door de meeste Kamerleden, ministers en commentatoren met pek overgoten en weggehoond”.

Ex-Rabo topman Jaap van Duijn zei onlangs in de Telegraaf: “Of we van de euro voordeel hebben gehad, weten we niet, maar het lijkt er niet echt op. Denemarken, Zweden en Zwitserland blijken in ieder geval geen enkel nadeel te hebben ondervonden van het behouden van hun eigen munteenheid”.

Leon de Winter zei recentelijk in de Telegraaf: “De Zweden en de Zwitsers hebben er geen last van dat ze een eigen munt hebben -volgens de theorieën van de Eurofielen hadden ze moeten creperen door de belemmeringen van valutaschommelingen. En de Grieken hadden moeten stralen en schitteren. De euro was en is het dierbare speeltje van de elites, en nog steeds ondernemen ze alles wat nodig is om dat speeltje te beschermen”. Verder zegt hij dat de politieke elite gedreven werd door een utopie. De utopie van een politieke federatie. “De EU balanceert nu op de rand van een vulkaan, en dat is geen toeval. Dat is namelijk de weg van een muntunie die gebaseerd is op machtswellust, utopieën en zelfbedrog. Waarom houden de elites vast aan een munt die onhoudbaar is? Omdat zij geen keuze hebben. Het geloof in de euro en de EU vertoont de trekken van een sekte. Wie kritiek heeft, wordt verketterd”. Er is geen reden om onze “zwaarbevochten nationale autonomie” over te dragen aan “een kleine groep ambtenaren en politici wier onderlinge solidariteit het zicht op de echte werkelijkheid van de gemiddelde Europese burger heeft vertroebeld”.

In september dit jaar zei van Duijn in het Reformatorisch Dagblad: “Wat mij echter geweldig stoort is dat van onze politieke elite niemand het kan opbrengen om na al die jaren eens toe te geven dat die constructie van die munt gewoon fout is geweest. En dat de toelating van Griekenland een historische misser was van ongekende proporties, werkelijk een van de meest kapitale blunders ooit begaan. Vóór de euro bestond Europa uit ten minste vier blokken met elk hun eigen opvatting over hoe je een economie moet runnen. En dan ga je hen dus één munt geven. Hoe kun je het bedenken? Zo is precies het omgekeerd bereikt van wat bedoeld was: landen moesten naar elkaar toegroeien, maar zijn juist uit elkaar gegroeid”. “Europa was op het toppunt van zijn macht toen het verdeelder was dan nu. De kracht van ons continent bestaat al sinds Karel de Grote uit diversiteit. Het was prima geweest als we het gelaten hadden bij een gemeenschappelijke markt. Europa is een geloof geworden. Ik denk dat het een dwaalleer is”.

In juli dit jaar verscheen er van de hand van publicist Marcel van Hamersveld een pleidooi voor de handhaving van de soevereiniteit van de lidstaten. Juist een item waar de megalomane politieke euro-elite juist zo tegen is. De natiestaat is de beste garantie tegen de euro-dictatuur, zo stelt hij. Voormalig sovjet dissident Vladimir Bukovski wees inmiddels op een aantal opvallende gelijkenissen tussen de Europese Unie en de voormalige Sovjetunie. Een Politburo heeft de EU al, in de vorm van de Europese Commissie, een ja-knikkende Opperste Sovjet in de vorm van het Europees Parlement, een proto-KGB in de vorm van Interpol, één minister van Buitenlandse Zaken die straks voor de hele EU spreekt, en de zogenaamde ‘meest democratische’ Sovjet grondwet in de vorm van het Verdrag van Lissabon, dat in het geniep is ingevoerd.

Volgens voormalig SP politicus Marijnissen schuiven we steeds meer op richting federaal Europa, waar “onze nationale soevereiniteit ten onder gaat in het moeras van een ondemocratische, oncontroleerbare Europese superstaat zonder dat het Nederlandse volk zich ooit daarover heeft kunnen uitspreken. Marijnissen stond kritisch tegenover de invoering van de euro en het Europese eenheidsstreven. “De EMU draagt alle kenmerken van een monetair strafkamp”. “Het gaat veel te ver om de natiestaat nu te offeren op het hakblok van de geo-economische belangen van het Europese bedrijfsleven”. Dit schreef hij in de Volkskrant, in 1997.

De enigen die tot nu toe van de invoering van de euro geprofiteerd hebben is het internationale en Europese bedrijfsleven en de internationaal georganiseerde maffia. De mogelijkheden tot massale fraude, vervalsingen, grensoverschrijdende smokkel en illegale handel, het internationale criminele of fiscus-ontwijkend circuit waar banken en multinationals deel vanuit maken, witwassen van zwart geld op werkelijk ongekende schaal in Europa zijn inderdaad ‘grenzeloos’ Europees.

Lienden, 29 december 2011

Trefwoorden:  ,