De Romerstein documenten

In het maandblad ‘Insight’ heeft Jennifer G. Hickey verteld over de Russische spionage in de U.S.A. en gesproken met de auteur van de zgn. Romerstein Documenten.
Veel Amerikanen hadden de bestaande Sovjet-Unie in de papiermand gegooid, dachten niet meer aan de betrekkingen van Moskou met Washington. Maar onderzoekingen hebben aangetoond dat men niet te licht moet denken over wat er tijdens de ‘Koude Oorlog’ is gebeurd.

In februari 1943 begon de ‘U.S. Army Signal Intelligence Service’ een programma met de codenaam ‘Venona’ om de code van de Sovjets te breken en hun communicaties te onderscheppen.
In het boek ‘The Venona Secrets’ vertelt Herbert Romerstein details over het gevaarlijke netwerk van de Sovjet spionnen. Hij heeft met bewijzen bevestigd dat J. Robert Oppenheimer atoomgeheimen aan Moskou gaf. Ook dat Whittaker Chambers en Elizabeth Bentley inderdaad Sovjet agenten waren. En nog vele anderen.
Romerstein: “U moet bedenken dat de McCarthy periode slechts een jaar heeft geduurd destijds. Maar de Amerikaanse regering wantrouwde al veel eerder leden van de communistische partij in de U.S.A. Daarom moesten ieders gangen worden nagegaan. Mijn vrouw en ik zagen in de archieven in Moskou, Berlijn en Praag, dat praktisch ieder lid van de partij een spion was voor de Sovjet Unie. Er was dus alle reden om die lieden te wantrouwen. Sommigen werkten binnen de Amerikaanse regering. Soms op hoge posten. Alger Hiss, Julius en Ethel Rosenburg, Harry Hopkins (in het Witte Huis).”

Feitelijk begon het allemaal omstreeks 1920. Er was toen een groep ontstaan die zich de ‘American Peace Mobilization’ noemde. Zij gingen voor de tweede wereldoorlog elke vorm van hulp aan de Engelsen veroordelen en gingen demonstreren toen Von Ribbentrop en Hitler een akkoord met Stalin hadden ondertekend (augustus 1939) en daarna Hitler’s leger Rusland binnenviel (juni 1941). Ze zeiden dat het Britse imperialisme wilde dat de U.S.A. zou deelnemen aan de oorlog. Ze bewogen heel wat intellectuelen tot het meewerken aan spionage. De groep was zo actief en fanatiek dat ze ervoor zorgden dat Stalin nog eerder dan president Truman wist, dat er een atoombom bestond. Regeringen van diverse landen die nu tegenstanders zijn van westelijke mogendheden, zijn opgeleid door de Russen en volgegoten met haat. Met inbegrip van leden van de huidige regering in Irak. De communistische partij in de U.S.A. telt vandaag de dag officieel niet meer dan 1000 leden sinds de dood van hun leider Gus Hall.

Maar hoe dan ook, spionage is belangrijk gebleven. Dus ook contraspionage. Bedenk dat de zaak twee gezichten heeft. Het inwinnen van inlichtingen voor een regering of bewind en het verkrijgen van invloed in een ander land. Daar hoort bij het planten van inlichtingen en het verspreiden van valse berichten in de media. Het gaat om het beïnvloeden van de politieke partijen zowel als de openbare mening in de U.S.A. Dit is nu zichtbaar als we letten op Rood-China, dat het politieke systeem heeft geïnfiltreerd om nieuwe technologie in handen te krijgen (bereidheid om het hen te verkopen bevorderend en om geen vragen te stellen).
Men moet uitermate op z’n hoede zijn.

Romerstein: “In de zes jaar, dat ik voor de Amerikaanse ‘Information Agency’ werkte, kwam er op een dag een verslaggever uit Washington naar me toe met een brief in zijn handen. Hij zei, dat hij die van mij had ontvangen. Ik ontdekte dat het een vervalsing was en dat het te maken had met Sovjet spionage. Ik denk niet dat er onder de huidige regering zoveel kans op corruptie is als onder mensen als Clinton of Gore. Hopelijk maakt men zich geen illusies over Rood-China.”