Europees geld…of niet?

Er schijnt nog steeds niet genoeg over gesproken te zijn.
Prof. William C.Freund (Pace University, New York) heeft er in het maandblad ‘World and I’ uitvoerig over geschreven, uit­gaande van de vraag: “Zal een gemeenschappelijke munt slagen in Europa?”.
Hij zegt, dat verschillende vooraanstaande personen in Europa schijnen te denken, dat hun werelddeel welvarend zal worden in de een-en-twintigste eeuw door enige voorbeelden uit de U.S.A. te volgen.


Er zijn tarieven en andere barrières tussen diverse landen opgeheven, zoals bijvoorbeeld in New Jersey en Californië.
De volgende stap : munt-eenheid. Schijnt logisch te zijn. West-Europa kan dan als geheel concurreren met de grote Ameri­kaanse markt.

Sommige regeringen tonen zich bezeten van de gedachte, maar niet alleen om economische redenen. De Duitse kanselier Helmut Kohl heeft zijn carrière op het spel gezet voor het verenigen van Europa. Hij schijnt zichzelf te zien als iemand als Bi­smarck, die een historische erfenis achterliet voor volgende generaties. Hij gelooft, dat het bestaan van het Euro-geld de Duitsers zal verhinderen ooit nog eens buurlanden aan te vallen… De Verenigde Staten van Europa met eigen geld vanaf 1 januari 1999. Wie twijfelt er nog aan?

Prof. Freund ziet grote economische risico’s, zelfs een totale ineenstorting. Dat zit er vroeger of later in.
Niet zonder reden is de Conservatieve partij in Engeland nog steeds niet gelukkig met de invoering van de Europese munt.
Ook de huidige eerste minister, Tony Blair, die tot de Labour partij behoort, houdt de boot af. Hij wil er een nationaal referendum over organiseren.
Een van de redenen is,dat de Britse economie de laatste jaren groeide en bloeide, terwijl er op het vaste land van Europa nog steeds een recessie heerst. Er heerst grote werkloosheid en het einde ervan is nog niet in het zicht. Engeland wil de rente-voet voor leningen en hypotheken niet verlagen want dat leidt tot inflatie en een onstabiele economie.

In Duitsland en Frankrijk zitten vele zakenlieden met de handen in het haar.
Met grote goedkope leningen proberen ze op de been te blijven.
Prof. Freund zegt: Stel u voor, dat u een maaltijd moet opdie­nen voor twee mensen, de ene is te mager en de ander is te zwaar. Kunt u hen dan allebei dezelfde portie voorzetten? Nee. Als de dikke man net zoveel krijgt als de magere, wordt hij helemaal te zwaar. Als de kok de kleine hap aan de magere geeft, zal hij nog verder afvallen. Kortom, een strakke poli­tieke lijn kan onmogelijk voor beide soorten worden gebruikt.

In 1999 zal de nieuwe centrale bank in Frankfort in gebruik worden genomen.
Als Engeland zou willen meewerken, zou de bekende Bank of England al haar onafhankelijkheid moeten opgeven, en het zakenleven op de tocht zetten.
In de geschiedenis, gedurende de Grote Depressie, besloot de Amerikaanse Bank (het reserve-systeem) 30% minder geld in omloop te brengen, en onmiddellijk werd de depressie erger. Stel dat, bijvoorbeeld, Italië als lidstaat in ernstige econo­mische moeilijkheden zou komen en niet meer de vrijheid zou hebben maatregelen te nemen om haar eigen problemen op te lossen, wat dan?
Weet iemand wel iets beters? De arbeidsmarkt in Europa is niet zo mobiel als in de U.S.A. Binnen Europa bestaan vele ver­schillen in taal en opvattingen.

Verder, stel dat er op een dag inflatie in Engeland zou komen, maar in Duitsland is alles stabiel, dan zullen Engelse goede­ren meer kosten in Duitsland, en Duitse producten goedko­per zijn in Engeland. Normaal is dat de koers van het geld (op de beurs) helpt de zaak te corrigeren; dat zal onder de EU niet meer mogelijk zijn.
Daarom geeft prof. Freund de sceptici gelijk. De begrotingste­korten in diverse landen (Frankrijk en Duitsland inbegrepen) verdragen geen EURO-geld. Het is beter het hele plan te schra­ppen, voordat het een noodlanding moet maken.

Trefwoorden: