Gesprek met minister Lee Kuan Yew.

De stichter van de stad-staat Singapore, minister Lee Kuan Yew, stond de Australische verslaggever van het weekblad ‘The Bulletin’, John Arbouw, een interview toe. Dit ter gelegenheid van zijn 75ste ver­jaardag.
Minister Lee stichtte zijn land in 1965 door het af te scheiden van Maleisië en te beginnen de zee van hutjes van bamboe en plaatijzer te vervangen door een moderne stad-staat met op Rotterdam na de drukste haven ter wereld en een massa fabrieken. Er bestaat praktisch geen werkeloosheid en geen criminaliteit. Er liggen geen propjes papier of sigarettepeukjes op straat …

Vraag: “Is het zogenaamde Aziatische economische wonder ten einde, of denkt u dat het zich kan herstellen ?”.
Antwoord: “De economie van Azië kan herrijzen, maar alleen in die lan­den waar men de moeite neemt de bestaande systemen grondig op te knap­pen. Banken moeten worden opgetrokken tot een internationaal peil, met goed toezicht. Geen halve maatregelen”.
Vraag: “President Clinton heeft de leiders van de wereld opgeroepen, zich te verenigen om de economische wereld-recessie te bestrijden. Wat is uw antwoord op dat initiatief?”.
Antwoord: “We moeten het steunen. Wanneer de ministers van financiën overal bij elkaar komen (IMF, G-7, G-22) kan daar wel wat positiefs uit voortkomen. Maar het hangt er vanaf of de USA de leiding neemt of niet. Anders zal er niets van terecht komen”.

Vraag: “Maar het IMF heeft veel kritiek te verduren gekregen vanwege haar activiteiten ten aanzien van de crisis, hoewel het IMF door de Amerikanen wordt gesteund”.
Antwoord: “Het IMF is niet zonder gebreken, maar het heeft weinig bron­nen om uit te putten. Het kan alleen een hulppakket samenstellen om over een acuut probleem heen te helpen. Het kan Thailand, Indonesië, Zuid-Korea en Rusland niet eindeloos geld blijven lenen”.
Vraag: “De Indonesische crisis schijnt erger te worden …”
Antwoord: “Het is een politiek probleem geworden, afhankelijk van de­monstraties in de steden. Dan gaat de waarde van het geld op en neer”.
Vraag: “Zullen de banken in Japan de situatie de baas kunnen, zonder meer economische moeilijkheden te veroorzaken in de rest van de we­reld?”.
­Antwoord: “Ja, maar ze zullen er geld van de belastingbetalers voor moeten gebruiken en ze moeten rekening houden met de volgende verkiezingen. Ze hebben minsten een miljard US-dollars nodig om dat te doen”.
Vraag: “De economie en het geld van (Rood) China staan onder druk. Zal dat de volgende vallende dominosteen worden?” .
Antwoord: “Dat betwijfel ik. Alleen als de Japanse yen verder valt. Met een nieuwe ronde devaluaties in de landen van Oost Azië komt hun uitvoer in moeilijkheden”.

Vraag: “Wat is het effect van de recessie op Singapore tot nu toe?”.
Antwoord: “De helft van onze economie is verbonden met Japan en haar buren in de naaste omgeving. De andere helft is gericht op Amerika en West-Europa. Zij houden ons draaiende. Ik verwacht hier geen politieke moeilijkheden of botsingen tussen rassen”.
Vraag: “Hoe kan de wereld nu economische vooruitgang bewerkstelligen?”.
Antwoord: “Alle handel drijvende landen van de wereld moeten gebruik maken van de moderne technologie die er nu is. Vooral op het gebied van transport en communicatie. Wie niet mee gaat met deze ontwikkeling, zal zichzelf beroven van alle daaraan verbonden voordelen. Wie over voldoende informatie beschikt, kan met elk land zaken doen en diensten en producten aanbieden.”

Trefwoorden:  ,