Het Nationale probleem

Tijdens een vergadering met oppositieleiders vorige maand heeft President Zuma geklaagd over het zichtbare gebrek van deelname aan bijeenkomsten gericht op de viering van nationale gebeurtenissen. De president wilde weten hoe het komt dat er zich zo weinig blanken  bevinden onder de scharen die met vlaggen zwaaien en juichen als hij het Parlement opent of toespraken houdt op bijeenkomsten gehouden ter viering van nationale feestdagen.

Dat is een goede vraag en dit komt neer op wat het ANC noemt ‘het nationale probleem’ en het onderliggende gebrek in ons constitutionele systeem.

Er zijn verschillende antwoorden die in het oog springen. Mensen uit de eerste wereld zijn individualistisch ingesteld. Met vlaggen te wapperen en bevrijdingsliederen te zingen liggen hen niet. Ze vinden dat ze hun tijd wel beter kunnen besteden, dan toespraken aan te horen waarin vaak kritiek op henzelf geleverd wordt en waarmee ze het totaal niet eens zijn. Anderen zouden zich al of niet terecht, geïsoleerd en zelfs bedreigd voelen op grote bijeenkomsten waarin zij duidelijk in de minderheid zijn.

De diepere achtergrond is ernstiger: Blanke Zuid-Afrikanen zijn, net als andere minderheden ondervertegenwoordigd in de organisaties in hun land. Helaas is de glans van de eerste jaren van de ‘regenboognatie’ verdwenen. Het geweldige gebaar van president Mandela om de blanken een goede plaats te geven in de multiraciale natie behoort tot het verleden. Zoiets als thee drinken bij Betsy Verwoerd of het aantrekken van de Springboktrui bestaat niet meer, hoewel de eerlijkheid gebiedt te noemen dat President Zuma Pieter Mulder benoemd heeft tot Staatssecretaris van Landbouw.

In plaats daarvan is er het toenemende gevoel van vervreemding. De indruk bestaat dat er niet meer gevraagd wordt naar deskundigheid van blanken in de openbare sector: belangrijke vacatures in de forensische laboratoria van de politie worden niet gevuld omdat de enige geschikte kandidaat blank is. Blanke kandidaten voor een baan in de juridische sector worden genegeerd ondanks onberispelijke juridische en strijdbare deskundigheid. Aanbiedingen van voormalige gemeentebestuurders de crisis in de dienstverlening te verhelpen worden genegeerd. De toon van het anti-blanke sentiment in de retoriek van de ANC-demagogen wordt steeds heftiger. Internationaal erkende instellingen, als Die Nasionale Afrikaanse Letterkundige Museum en Navorsingscentrum in Bloemfontein worden verwaarloosd en raken in verval. Overal heerst het gevoel dat de geschiedenis van de blanken en de bijdragen van blanken in de ontwikkeling van het land, uit de nationale identiteit gebannen wordt.

President Zuma geeft mede aanleiding tot die opvattingen. Hij lacht om de bijdragen die blanken tot de stichting van onze nieuwe niet-raciale democratie geleverd heeft, als hij zegt dat president De Klerk gedwongen was de aankondiging van 2 februari 1990 te doen onder de onweerstaanbare druk van de ‘gewapende strijd’ . Hij vergeet dat blanke Zuid-Afrikanen het transformatieproces een halt hadden kunnen toeroepen als 70% van hen de oproep van De Klerk tot voortzetting van de onderhandelingen in het referendum van maart 1992 niet gesteund had. Het doel is duidelijk dat mensen en gebeurtenissen buiten het ANC zo weinig mogelijk aandacht in onze geschiedenis krijgen.

Misschien was dit niet te vermijden, daar in de grondwet geregeld is dat het beleid bepaald wordt door de winnaar en dat minderheidsgroeperingen er niet toe doen. Onder deze omstandigheden zullen minderheden onvermijdelijk ervaren dat zij naar de marge van de samenleving geschoven worden. Jammer dat er in de in 1996 aangenomen Grondwet geen voorziening gemaakt is voor onze minderheden. F.W. de Klerk was van mening dat er een soort ‘Staatsraad’ moest komen om minderheidspartijen te vertegenwoordigen, die alle vraagstukken van landsbelang in behandeling zou nemen en dan specifiek dié welke minderheidsbelangen direct zouden aangaan. Die Staatsraad zou geen vetorecht gehad hebben i.b.t. de besluiten van het kabinet, maar zou ten minste de garantie gegeven hebben dat de minderheden zich betrokken konden weten bij het beleid van de overheid.
Die minderheden zouden vertegenwoordigd kunnen zijn door een gekozen vice-president zonder politieke binding die bij nationale bijeenkomsten een ceremoniële functie zou kunnen innemen en het land lokaal en internationaal vertegenwoordigen. De minderheden zullen ongetwijfeld meer genegen zijn om bij feestelijkheden aanwezig of vertegenwoordigd te zijn.

President Zuma is terecht bezorgd over de situatie, die het ANC het ‘Nasionale Vraagstuk’ noemt. In een beleidsdocument van 2005 heeft het ANC de aandacht gevraagd voor het feit dat het nationale probleem, nog lang niet opgelost is en weer de kop opsteekt op een buitengewoon barbaarse manier. Verder heeft het benadrukt dat de les voor Zuid-Afrika is dat het niet verantwoord is het nationale probleem in eigen land te negeren. Het ANC heeft zijn eigen standpunt precies weergegeven als volgt: “In de Zuid-Afrikaanse context gaat het niet hoofdzakelijk om de rechten van minderheden of etnisch gemotiveerde bezwaren (deze stelling beoogt niet het belang van de rechten van de minderheden te ontkennen). Het gaat juist om de bevrijding van de Afrikanen.” Op een andere plaats stelt het ANC dit ook dat, met inachtneming van “de ontwikkeling van de identiteit van de Zuid-Afrikaanse bevolking een voortdurende strijd nodig is om de Afrikaanse hegemonie te laten gelden in de context van een multiculturele en niet-raciale samenleving.”
Het ANC verklaart met klem dat de bepaling van de Afrikaanse identiteit niets te maken heeft met de overheersing van de ene cultuur of taal door een andere. Dit is eenvoudig een erkenning van een geografische realiteit en de bewustwording van wat door kolonialisme onderdrukt is. Om de waarheid te zeggen heeft hegemonie slechts één betekenis: overheersing; en die is onverzoenlijk met de beginselen van gelijkheid en menswaardigheid waarop onze Grondwet gebaseerd is.

President Zuma moet de afwezigheid van blanken bij nationale festiviteiten ten onrechte aanzien voor gebrek aan vaderlandsliefde of toewijding aan de toekomst van hun land. De meeste blanke Zuid-Afrikanen koesteren grote liefde voor hun land en zijn toegewijd aan de toekomstige voorspoed en het geluk van alle inwoners.
Al zijn zij afwezig bij festiviteiten waar met vlaggen gezwaaid wordt, zij zijn wel vertegenwoordigd in NGO’s, liefdadigheidsorganisaties en dienstverleningsorganisaties die volhardend, effectief en belangeloos aan de verbetering van onze gehele samenleving werken en vooral voor de meest achtergestelden daarvan. Velen voelen zich echter steeds meer buitengesloten en vervreemd, onder andere als gevolg van toenemende toepassing van ‘Afrika hegemonie’. Misschien is de tijd nu aangebroken voor directe besprekingen tussen president Zuma en de leiders van minderheden om deze kwesties te bespreken, want het ANC heeft gelijk: “De les voor Zuid-Afrika is dat wij het niet kunnen verantwoorden het nationale probleem in ons eigen land te negeren.”

Dave Steward
(Uitvoerend Directeur F.W. de Klerk-Stigting)

Trefwoorden: