Het ‘veiligheidsindustrieel complex’ van de Europese Unie

AMSTERDAM-LIENDEN, Het KNP:
Na de aanslagen van 11 september 2001 startte de Europese Commissie een grootschalig project voor veiligheidsonderzoek. “De Commissie bracht 27 vips uit de industrie en uit het beleid bijeen in een Group of Personalities (GoP) om een langetermijnstrategie voor veiligheidsonderzoek in de Europese Unie uit te tekenen”. Drie jaar later in 2004, een paar dagen na de aanslagen in Madrid, werd het eerste onderzoeksrapport aan de toenmalige Commissievoorzitter Romano Prodi overhandigd. Het rapport ‘Research for a Secure Europe’ was duidelijk. “De Unie moest dringend één miljard euro per jaar vrijmaken voor de ontwikkeling van de veiligheidstechnologie”.
Dat schrijft Raf Jespers in zijn onthullende boek ‘Big Brother in Europa’.

In de GoP zitten vertegenwoordigers van de NAVO, het militair comité van de EU, vertegenwoordigers van de belangrijkste onderzoeksinstituten op het vlak van defensie, zoals de Rand Corporation en TNO. Ook de Europese wapenindustrie is vertegenwoordigd alsmede de elektronica- en technologiesector.

In het rapport werden de lijnen uitgezet voor een ambitieus Europees programma voor veiligheidsonderzoek, het European Security Research Programme (ESRP) dat van start moest gaan in 2007.
Volgens Tim Robinson, een topman van het defensiebedrijf Thales, is “veiligheid een meer aanvaardbare wijze om te beschrijven wat traditioneel defensie was”. Het oude militair-industrieel complex (een term van de Amerikaanse president Eisenhower in 1961) was het veiligheidsindustrieel complex geworden, schrijft Jespers.
Najaar 2004 werd het GoP programma het officiële beleid van de Unie.
In het rapport stond ook dat de GoP als een “Adviesraad voor Veiligheidsonderzoek” voor de Europese Commissie beschouwd zou worden. Dat gaf aanleiding tot veel kritiek. “Uitermate grof en ongrondwettelijk”, zegt Tony Bunyan, directeur van Statewatch.
In april 2005 werd de GoP een officiële adviesraad. Vijftig leden telde ze. De namen werden gepubliceerd in het officiële publicatieblad van de EU ‘zonder enige toelichting over hun achtergrond of over de reden van hun aanstelling’.
Jespers: “(..) de wapenfirma’s en de technologiebedrijven, die het meeste voordeel hopen te halen uit de budgetten voor het Europese veiligheidsonderzoekprogramma, bepalen zelf de strategische prioriteiten ervan, zonder enige democratische verantwoording”.

Het ESRP wordt gedragen door drie belangrijke uitgangspunten.
1) Uitdagingen voor de veiligheid moeten met de modernste technologieën beantwoord worden.
2) De grenzen tussen interne en externe veiligheid en tussen politionele en militaire operaties moesten vervagen. De strikte scheiding tussen onderzoek voor civiele doeleinden en onderzoek voor defensiedoeleinden moest opgeheven worden.
3) Het nieuwe veiligheidsbeleid zou gebruikt gaan worden om de economie aan te zwengelen.
Het ESRP werkt nauw samen met de Europese Commissie en de Commissie had zelf ook een verlanglijstje.

Zo moest er veel aandacht besteed worden aan bewaking van grenzen, verzamelen van inlichtingen, beveiliging en bescherming van netwerksystemen, bescherming tegen terrorisme, crisismanagement en integratie van informatie en communicatie. Voor de financiering van 39 proefprojecten was een jaarlijks budget van 21 miljoen euro beschikbaar. Ongeveer 23 projecten stonden onder leiding van militaire organisaties en de Europese defensiesector.

Maar om welke projecten gaat het eigenlijk? De ambities van de GoP zijn werkelijk verstrekkend.

Zo is er het project PROBANT, geleid door het Franse ruimtevaart- en defensiebedrijf Satimo, dat het traceren van personen in gebouwen als doel heeft. Daarbij wordt intensief gebruikt gemaakt van sensoren en biometrie. Een ander project wordt geleid door een Italiaans defensiebedrijf dat “technologische oplossingen zoekt om de 6000 kilometer landsgrenzen en de 85.000 kilometer kustlijn van Europa te controleren op illegale migranten, drugsmokkelaars en terroristen”.
Het project TERASEC werkt aan detectiemethodes om explosieven of chemicaliën, die verborgen zijn op een persoon, op te sporen. Twee projecten van de Duitse defensie-industrie willen de gehele aarde vanuit de ruimte observeren zodat ‘buitenlandse operaties veiliger kunnen verlopen’.
Er lopen twee proefprojecten voor identificatietechnologie op basis van biometrie en RFID chips. Het volgen van personen en goederen is het belangrijkste doel.
Het Franse wapenconcern Dassault doet onderzoek naar onbemande vliegtuigjes voor controle van grenzen. Maar je kunt ze natuurlijk ook inzetten tegen demonstranten en openbare manifestaties, in binnen-en buitenland.
Er loopt ook een aantal projecten voor databeveiliging, bescherming tegen terroristische en cyberaanvallen. En last but not least krijgen de Europese inlichtingendiensten hulp van deze bedrijven om de samenwerking op een nog hoger plan te trekken.
Over veel projecten is weinig informatie beschikbaar. Websites laten weinig los of zijn zo vaag dat er nauwelijks iets concreets in te lezen valt. Veel is er ook geheim.
Volgens Jespers is er een project dat de bijzondere aandacht verdiend en dat heet SeNTRE. Het wordt geleid door de lobbyclub van Europese luchtvaart-en defensie-industrie. Zij bepalen welk veiligheidsonderzoek de komende jaren gevoerd moet worden. “Met andere woorden: de industrie zelf stippelt met dit project het EU-programma uit voor de komende jaren. Het proces van het Europees veiligheidsonderzoek blijft daarmee in ‘zekere’ handen”.

Behalve de GoP lopen er nog veel meer onderzoeksprojecten die door de EU worden ondersteund.
Zo bestaat er een nogal schimmig project onder de naam Humabio, dat staat voor Human Monitoring and Authentication using Biodynamic Indicators and Behavioural Analysis. De website (http://www.humabio-eu.org) geeft iets meer info, maar de laatste update is uit 2008 en de laatste nieuwsbrief die althans op de site is gepubliceerd stamt uit juli 2007. En dat voor een project dat samenwerkt met de EU. Over transparantie gesproken.
Humabio houdt zich bezig om met nieuwe biometrische methoden het menselijk gedrag te identificeren en vast te leggen. Het gaat om een ‘biodynamisch fysiologisch profiel’ dat uniek is voor ieder mens. Alles wordt vastgelegd, je uiterlijk, je reacties, maar ook hoe je loopt en hoe in bepaalde situaties je hart en hersens (hersenscans en elektrocardiogrammen) reageren op bepaalde prikkels. Ook stemmen veranderen als iemand nerveus is of kwade bedoelingen heeft. Dit is inmiddels allemaal meetbaar. “Zo wordt ieders unieke identiteit bepaald en vastgelegd”. Een van de vele projecten is het plaatsen van sensoren in vliegtuigstoelen die de ‘emotionele staat van een mens kan meten’. Verdachte personen kunnen er zo worden uitgepikt. Op deze manier kun je een vrijwel perfect systeem van toegangscontrole creëren.
Het Spaanse bedrijf Starlab werkt inmiddels aan een biometrische identificatie slechts op basis van reacties van hersens en hart.
Terecht verwijst Jespers naar een film van Steven Spielberg ‘Minority Report’, waarbij de ‘gedachtepolitie’ binnendringt in de intiemste gedachten van de mens. Hij situeert deze fictie in 2054.

Daarnaast heeft de EU ook een eigen onderzoekscentrum het Joint Research Centre (JRC) gevestigd in Brussel en in het Italiaanse stadje Ispra. Ook zij houdt zich uitgebreid met ‘veiligheid’ bezig.
Bij voorbeeld: automatische toegangscontrole op wat voor manier dan ook, gebruik van niet-dodelijke wapens, verblindende lasertoortsen, controle van menigten en groepen mensen met de allernieuwste technologische snufjes, het opzetten van grote databanken voor (multivariabele) analyse, risico-inschatting, gedragsanalyse en onzekerheidsmanagement.
In 2007 is het zevenjarenplan van start gegaan onder de naam KP7, dat loopt officieel tot 2013. Dit is het zevende Kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling.
Maar KP7 gaat nog verder in onderzoek en veiligheid. KP7 wil ook aspecten als milieubescherming, socio-economische gegevens meenemen alsmede gegevens betreffende ruimtevaart, transport, gezondheid, energie, voedselproductie, nanotechnologie en ICT. Voor de EU is totale en absolute veiligheid topprioriteit geworden. Vandaar ook dat KP7 een recordbedrag van maar liefst 53,2 miljard euro kreeg toebedeeld. Dat is 7,6 miljard euro per jaar. Het lobbywerk van de wapen-en beveiligingsindustrie speelde een doorslaggevende rol.
Het hele programma wordt bekrachtigd door het Europees Parlement en de Raad. En de Europese burger die hier niets van af weet.

De GoP die in 2005 was omgevormd tot de adviesraad ESRAB werkt nauw samen met KP7. Verlanglijstjes worden ingediend met één doel: nog meer veiligheid, nog meer controle op personen en groepen. Nog meer identificatie, nog meer detectie, gedragsanalyse en voorspelling van het menselijke gedrag en vooral ook het interoperabel maken van dit alles, zodat met ‘totale informatie’ een totale controle uitgeoefend kan worden.
En over al deze ontwikkelingen en organisaties, EU besluiten en schimmige clubjes berichtten de media niet of nauwelijks. “Dit alles ver buiten de schijnwerpers van de openbaarheid”.

De EU is blijkbaar geschrokken door de omvang en doelen van deze projecten, want ze heeft namelijk ook twee projecten opgezet die zich buigen over de impact van deze technologie die dit op de burgerrechten heeft.
Zo is er een project FESTOS (Foresight of Evolving Security Threats Posed by Emerging Technologies) die de ‘zwarte kant’ van al deze ontwikkelingen bestudeerd. Alleen wel heel eenzijdig, door de bril van de veiligheid. FESTOS moet het verkeerde gebruik van opkomende technologieën identificeren.
De doelstelling is dus niet: na te gaan of de rechten en vrijheden van de burgers in het gedrang komen, nee, het wil nagaan ‘of de wisselwerking tussen de veiligheidsnoden en de vrijheid van onderzoek en wetenschap in evenwicht is”.
FESTOS is overigens uitbesteed aan het Technologiecentrum van de universiteit van Tel-Aviv in Israël.
Het project DETECTER houdt zich bezig met de morele en ethische kant van al deze controlemechanismen. Maar de mensenrechten worden in het grote raamwerk van de strijd tegen het terrorisme bekeken. Kortom, een ‘herziening’ van de fundamentele vrijheden van het individu, daar komt het wel op neer.

KP7 sponsort zelf ook nog een aantal projecten. Zij doet onderzoek maar besteedt ook onderzoek uit aan weer andere bedrijven en instellingen. Zo is er het project ADABTS (Automatic Detection of Abnormal Behaviour and Threats in Crowded Spaces). Een van de deelnemers is het Britse defensiebedrijf BAE systems, één van de grootste militaire aannemers ter wereld. Het bedrijf heeft de afgelopen jaren al een paar veroordelingen achter de rug.
Het project ADABTS houdt zich onder andere bezig met de opsporing van abnormaal gedrag in de openbare ruimte. “Zitten, staan, wandelen, praten, omhelzen, bukken, liggen, neuspulken,… al deze gedragingen worden door psychologen en andere experts in computermodellen gegoten. Zo wordt vastgelegd wat normaal en abnormaal gedrag is. Gevoelige camera’s en geluidssensoren observeren dan de bewegingen en geluiden van de mensen in menigtes. Het is de bedoeling dat deze computermodellen toekomstig gedrag moeten gaan voorspellen.

Een soortgelijk project is Samurai. Veel meer dan ADABTS wil Samurai de hele openbare ruimte volhangen met de meest slimme camera’s zodat verdacht gedrag direct geanalyseerd kan worden en zodoende proactief ingegrepen kan worden.
Project EFFISEC (Efficient Integrated Security Checkpoints) wil nog verder. Het wil alle technologieën die geautomatiseerde controle mogelijk moeten maken in één systeem integreren. “Via één instrument moet het mogelijk zijn biometrische gegevens, elektronische documenten, gezichtsanalyses, stemherkenning te combineren”. Dit alles moet weer ondersteund worden door het project EU-SECII, een omvangrijk communicatiesysteem dat alle veiligheidsoperaties vlekkeloos met elkaar moet laten communiceren.

Het duurste project van KP7 is IMSK (Integrated Mobile Security Kit). Kosten 23,5 miljoen euro, waarvan de EU ongeveer 15 miljoen van financiert. Dit veiligheidsproject moet voornamelijk bij grote voetbalmanifestaties ingezet worden zodat wanorde en rellen direct de kop kunnen worden ingedrukt.
Nog een project dat door KP7 wordt gesteund: GMES (Global Monitoring for Environment and Security).
Pas na 2014 zal dit systeem operationeel zijn. Het is ook zeer ambitieus. Het is de bedoeling dat door GMES werkelijk alles wat op aarde en rond de aarde zich beweegt in de gaten gehouden gaat worden. Doel: “Alle mogelijk bedreigingen voor de bevolking, de instellingen, het milieu en de economische infrastructuur te bestrijden”.
In de praktijk blijkt dat GMES informatie levert aan allerlei militaire en paramilitaire afnemers. Critici hebben reeds bemerkt dat gelden die bestemd zijn voor civiele veiligheidsprojecten gebruikt worden om militaire projecten uit te voeren.

Inmiddels is er een nieuwe adviesgroep, de ESRIF (European Security Research and Innovation Forum) dat de werkzaamheden van KP7 heeft overgenomen. ESRIF bestaat uit 65 leden en ruim 660 consultants uit de wereld van defensie en de veiligheidsindustrie. “De leden van ESRIF worden aangesteld zonder enige consultatie van het Europees Parlement of van de nationale parlementen.
De dominantie van de defensie-en veiligheidsbedrijven is overdonderend: 69% van de consultanten heeft banden met de bedrijfswereld. (…) Geen enkele organisatie die ijvert voor burgerrechten of de privacy, komt in het plaatje voor”.

Jespers: “GoP, ESRAB, ESRIF: het lobbywerk van de industrie krijgt een officiële adviesstatus vanwege de Europese Commissie. Die industriëlen hoeven zich niet eens meer te manifesteren als lobbygroep, zij zijn een feitelijk onderdeel geworden van het besluitvormingsproces”. Ben Hayes van Statewatch: “De Commissie weet dat er in de EU-verdragen geen enkele legale basis is om dit soort informele groepen het beleid inzake veiligheid te laten bepalen”.

Critici zijn het erover eens dat deze ontwikkelingen de democratische cultuur opofferen aan de obsessie voor veiligheid. Het gevaar is groot dat het fata morgana van de totale veiligheid kan omslaan in zijn tegendeel. Jespers: “De copernicaanse omwenteling van de controletechnologie is nog maar net begonnen maar we ontwaren al de contouren van een Europa waar iedereen geregistreerd en geprofileerd is en waar alle communicatie en elke beweging bekeken en opgenomen wordt”.

Daarnaast vindt de ‘gebruikelijke’ en meer bekende samenwerking tussen politiediensten, justitie en inlichtingen- en veiligheidsdiensten van de EU-landen plaats, het z.g. Stockholm programma. ‘Alarmerend’ noemen advocaten en mensenrechtenorganisaties dit project.
In december 2009 keurden de Europese regeringsleiders dit project goed. Hierover was niets in de media te vinden.

Niet onvermeld mag blijven dat een aantal van de genoemde projecten ook gecoördineerd wordt met de Amerikanen. De Amerikanen hebben hun eigen project: het Full Spectrum Dominance, de overheersing van het volledige ‘spectrum’. De totale controle over land, zee, lucht en de ruimte met behulp van de allernieuwste surveillance technieken, geïntegreerd in een totalitair veiligheidsconcept.
Jespers boek is een absolute must voor degenen die nog allerlei eurofiele dromen koesteren en een naïef geloof hebben in de zegeningen van de rechtsstaat.