Idealen PanEuropa beweging praktisch gerealiseerd

Richard Coudenhove Kalergi, de oprichter van de PanEuropa beweging is plotseling weer populair geworden. In korte tijd verschenen er twee biografieën over deze vader van de Europese integratie.
Het gaat om ‘Botschafter Europas. Richard Nikolaus Coudenhove-Kalergi und die Paneuropa-Bewegung in den zwanziger und dreissiger Jahren’, geschreven door Anita Ziegerhofer-Prettenthaler en ‘Richard Coudenhove-Kalergi, Umstrittener Visionär Europas’, geschreven door Vanessa Conze. Beide publicaties verschenen in 2004.


Ook in wetenschappelijke tijdschriften is er het afgelopen jaar meer aandacht voor Coudenhove en zijn gedachtengoed.

Het oorspronkelijke idee van de oprichter van de PanEuropa beweging, voor het opzetten van een muntunie en een douane unie van Portugal tot Polen, is zo goed als gerealiseerd. Een aantal Oost-Europese landen gaan de euro de komende jaren invoeren en daarmee is de Europese muntunie een feit.  Ook voorzag Coudenhove een verenigd Europa met een Europees parlement met een soort Eerste en Tweede Kamer. Alleen een Europees leger laat voorlopig nog op zich wachten.
Dit alles werd ruim tachtig jaar geleden uitgedacht en gepropageerd door graaf Richard Coudenhove-Kalergi,  (1894-1972) telg uit een kosmopolitisch geslacht, aristocraat, Oostenrijks politicus en vrijmetselaar die in 1923 zijn bekende boek ‘Pan Europa’ schreef.
In 1922 werd Coudenhove opgenomen in de Weense vrijmetselaarsloge Humanitas. Coudenhove was overtuigd van het feit dat er niet nog een keer een alles verwoestende oorlog mocht plaatsvinden, maar dat door een verenigd Europa de voorwaarden van een oorlog uit de weg zouden worden geruimd.  In hetzelfde jaar schreef hij in de Berlijnse Vossische Zeitung een pleidooi voor de ‘Verenigde Staten van Europa’.

In 1923 werd in Wenen de PanEuropa Unie opgericht als politieke beweging. Toenmalige leden waren o.a. Albert Einstein, de Duitse schrijver Thomas Mann, Aristide Briand (die in 1927 ere-president werd van de organisatie) en Konrad Adenauer.
In tegenstelling tot de huidige Europese Unie zag Coudenhove zijn organisatie als tegenwicht tegen Amerika en Rusland in economisch, politiek en cultureel opzicht. De PanEuropa Unie had onder andere filialen in Berlijn, Praag en Parijs. Hoofd van de Praagse afdeling werd Edvard Benes, minister van Buitenlandse Zaken van Tsjecho-Slowakije en vrijmetselaar. Met de toenmalige president van Tsjecho-Slowakije, de filosoof Thomas Masaryk kon Coudenhove het ook goed vinden alhoewel hij niet zo ver wilde gaan als Coudenhove. Masaryk was eveneens bekend als lid van een vrijmetselaarsloge.

Blijkens een artikel verschenen in het “Historische Zeitschrift”, nr 283, werd de PanEuropa beweging gefinancierd door het bankiershuis van Louis Rothschild en Max Warburg. En onder het voorzitterschap van de Duitse industrieel Robert Bosch werd er een steuncomité opgericht.
De hoofdredacteur van The Times bracht Coudenhove in contact met tal van Britse politici en andere prominenten. Voordat Coudenhove in 1925 naar de Verenigde Staten reisde, stichtte hij het American Cooperative Comitee of the Pan-European Union. In de VS  ontmoette hij Herbert Hoover, Colonel House en de opinieleider Walter Lippmann.
In 1925 stelde de Oostenrijkse regering ruimte in de Weense Hofburg ter beschikking voor de beweging.
Tot 1932 werden er diverse congressen gehouden. Daarna, onder dreiging van het nazisme, is de beweging op dood spoor gezet.

De beweging telde nooit meer dan 8000 leden over geheel Europa, het was dus een elite project dat nooit veel wortel heeft geschoten onder de bevolking, net zoals het idee van de Europese Unie vandaag.
Coudenhove gold bij veel van zijn tijdgenoten als een dromer en een utopist. Zijn boek PanEuropa was voor velen te hoog gegrepen. En dat is een van de belangrijkste redenen geweest dat de PanEuropa beweging nooit een massabeweging is geworden.
De PanEuropa beweging is er nooit in geslaagd de partijpolitiek te overstijgen en rond de beweging heeft altijd de mist van monarchistisch conservatisme gehangen, het gevolg van het aristocratische gedachtengoed van de oprichter. Coudenhove sympathiseerde zelfs met critici van de toenmalige democratie evenals met raciale ideologieën. Ook sympathiseerde hij korte tijd met de politiek van Mussolini, hetgeen hem en zijn ideeën voor Europese integratie in linkse en socialistische kringen alleen maar verdacht maakte.
Coudenhove moest niets hebben van antisemitisme en al het nazi oorlogsgebral, terwijl de nazi’s in principe ook streefden naar een verenigd Europa, weliswaar onder Groot-Duitse heerschappij.
Van de toenmalige Volkenbond wilde Coudenhove niets weten, omdat hij deze organisatie als een rivaal zag van zijn eigen onderneming. Uiteindelijk werd het hele PanEuropa project een politieke mislukking. Ruzies tussen de diverse nationale afdelingen waren schering en inslag en Coudenhove slaagde er niet in deze conflicten te sussen of op te lossen. Dat beweert Anita Ziegerhofer-Prettenthaler in haar boek over Coudenhove-Kalergi.

Coudenhove had een autocratische regeerstijl en van parlementaire democratieën moest hij niet al te veel hebben. De PanEuropa beweging is nooit een democratische beweging geweest waarin open kaart werd gespeeld als het ging om de financiën. De PanEuropa beweging was Coudenhove-Kalergi en Kalergi was de PanEuropa beweging. Zijn filosofische ideeën waren naar eigen zeggen ‘nooit democratisch, maar steeds aristocratisch’.
PanEuropa was een beweging voor intellectuelen, het zat politiek heel simplistisch in elkaar.
Coudenhove is er wel in geslaagd vele prominenten achter zich te krijgen vooral uit Oostenrijk, Duitsland en Frankrijk. Hij was daarin een pionier. Otto von Habsburg, de huidige ere-voorzitter van de PanEuropa Unie betitelde hem ooit als een ‘Profeet van Europa’.

“Elke moderne historicus die de Europese beweging bestudeert, moet beginnen met Richard Coudenhove-Kalergi en de PanEuropa beweging die zijn ontstaan vond in 1920 in Wenen. Niet alleen was de organisatie bedoeld tegen de ‘bolsjewistische dreiging’ vanuit het oosten, maar ook tegen de ‘economische dreiging’ vanuit de Verenigde Staten.” Voor archiefonderzoek naar de PanEuropa beweging moest Ziegerhofer naar Moskou afreizen, omdat na 1945 het Sovjetleger de archieven van de nazi’s buitmaakten en meenamen naar de Russische hoofdstad. Daar liggen ze nog steeds.

Na de Tweede Wereldoorlog stichtte Coudenhove in 1947 de Europese Parlementaire Unie, die samenwerkte met de gereanimeerde PanEuropa beweging.  Doel hiervan was een soort Europees parlement uit de grond te stampen. In 1950 kwam Coudenhove met het ontwerp voor de blauwe Europese vlag, een ontwerp dat door de Raad van Europa enthousiast werd opgepikt. Twee jaar later werd Coudenhove als ere-president benoemd van de Europese Beweging onder leiding van Winston Churchill.

In augustus 1955 kwam Coudenhove met het voorstel om Beethovens vertolking van Friedrich Schillers Ode an die Freude als nieuw Europees volkslied in te voeren. Sinds 1972 is het het officiële lied van de Raad van Europa en sinds 1985 het lied van de Europese Unie.
Vanaf de jaren zestig en zeventig is de PanEuropa beweging, onder leiding van Otto von Habsburg, in conservatief rooms vaarwater terecht gekomen en heeft daarmee nauwelijks enige politieke invloed. Af en toe een succesje daar gelaten. De aanhankelijkheid aan het Vaticaan is opmerkelijk.