Invloed van Johannes Calvijn op Zuid-Afrika, verleden en heden

Dit jaar herdenkt de wereld dat Johannes Calvijn 500 jaar geleden geboren is. In Zuid-Afrika heeft naar aanleiding hiervan van 30 augustus t/m 2 september een internationale conferentie aan de Universiteit van Stellenbosch plaatsgevonden.

Calvijn behoort tot de tweede generatie van reformatoren uit de 16e Eeuw. Zijn werk is voor een belangrijk deel gefundeerd op dat van Maarten Luther.
Een groot deel van de westerse wereld is gestempeld door het Calvinisme. Hij plaatste de Christelijke religie in een wetenschappelijk kader, stichtte in Genève een theologische academie en zond predikanten uit, die in Frankrijk alleen al  meer dan 2000 reformatorische kerken stichtten. Hij leerde scheiding van kerk en staat: beide bestaan onafhankelijk van elkaar, maar erkennen elkaar als instellingen van God en steunen elkaar als zodanig.


Religieuze verdraagzaamheid, de parlementaire regeringsvorm, constitutionele monarchie, rechten van de burgers en  christelijke arbeidsethiek zijn min of meer terug te voeren op de leerstellingen van Calvijn.

De geest van Calvijn.

Calvijn was een godvrezend mens. Zijn levensdevies was: Zonder aarzelen en oprecht God dienen. Zijn persoonlijk embleem was een brandend hart in de hand van God. Hij was in Frankrijk geboren en wist zich naar Genève beroepen. Langer dan 25 jaar predikte en diende hij daar. Hij doceerde theologie en schreef commentaren op bijna elk Bijbelboek. Genève werd een centrum van reformatorisch geloven. Vervolgde Christenen uit heel Europa vonden daar een toevlucht. De voornaamste bede van Calvijn was: Uw Koninkrijk kome; Uw wil geschiede, in de hemel alsook op de aarde (Mattheüs 6: 10).

Ook Zuid-Afrika is door het Calvinisme gestempeld. Jan van Riebeeck en zijn vrouw en zijn reisgenoten, die in 1652 op de Kaap aankwamen  om in opdracht van de Hollandse Oostindische Compagnie een bevoorradingsstation op te zetten, waren Calvinisten. Ook mensen die later kwamen, vooral Hugenoten, waren strenggelovige protestanten die op de Kaap de Goede Hoop religievrijheid en vrede zochten. Zij plaatsten zich bewust onder de bescherming van de drie-enige God. De kerk groeide; de wetgeving vond plaats overeenkomstig de geboden van God en onder de inboorlingen werd zending bedreven. Het fundament was zo stevig dat de schrijver d’Arbez bijna 250 jaar later nog kon zeggen: “Nergens op aarde is het werk van Calvijn meer levendig in stand gehouden dan in Zuid-Afrika, waar zijn geest nog niet verzwakt was door de invloed van de 20e Eeuw.  Als Johannes nu opstond uit zijn onbekende graf aan de oever  van het meer van Genève en weer op de aarde zou rondreizen, zou hij ongetwijfeld nog in het verre Zuid-Afrika de grondprincipes van de leer, waarvoor hij geleefd en gewerkt had, zuiver en onvervalst aantreffen.” 1)

Puriteins of liberaal?

In de laatste decennia van de 20e Eeuw kwamen er echter veranderingen. Tijdens de revolutionaire ‘Bevrijdingsstrijd’  kwam een geest van verachting van de waarheid van God op. ‘Bevrijdingstheologen’  verklaarden, dat de Wet van God en de leer van Calvijn onderdrukkend waren. De mensen moesten ervan bevrijd worden. Een nieuwe elite begon de afbraak van het reformatorische erfgoed. In 1996 werd een seculier-humanistische grondwet ingevoerd, waarin de erkenning van de almacht van God afgewezen werd. Zij ruilde de Tien Geboden in voor een verklaring van de rechten van de mens en sloeg daarmee de pijlers kapot waarop de Zuid-Afrikaanse beschaving gebouwd was. De oude wetten werden vervangen door nieuwe. In 1996 werd het kansspel en in 1997 de pornografie vrijgegeven. In 1996 werd abortus gelegaliseerd en in 1997 de doodstraf afgeschaft. Zo gebeurde wat er in Romeinen 1 geschreven staat.  “Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of gedankt; maar verijdeld geworden zijnde in hun overleggingen zijn zij dwaas geworden; En hebben de heerlijkheid des onverderfelijken Gods veranderd in de  gelijkenis eens beelds van een verderfelijk mens,…”  Kortom: Zuid-Afrika maakte zich los van zijn christelijk erfgoed. De mens werd verheven to maatstaf voor alle dingen.

Toen Johannes Calvijn in Genève arbeidde, zette hij zich in voor openbare moraal en Bijbelse wetten. Maarten Luther voerde bij de Duitse vorsten een pleidooi voor een bewind naar christelijke principes.. Immers: “Als de rechtvaardigen groot worden, verblijdt zich het volk; maar als de  goddeloze heerst, zucht het volk.” (Spreuken 29:2)

Reeds 700 jaar eerder dan Luther en Calvijn had Alfred de Grote, de koning van Wessex in Engeland zijn ‘Strafrechtboek’ stevig op Gods Geboden gefundeerd. De preambule van dit wetboek begint met deze woorden: “ De Heere sprak deze woorden tot Mozes en zei: Ik ben de Heere uw God. Ik heb u uit Egypte en de slavernij uitgeleid (1) Heb naast Mij geen andere goden lief (2) Misbruik Mijn Naam niet (3) Denk eraan de rustdag te heiligen. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen en op de zevende dag rusten. Want in zes dagen heeft Christus de hemel en de aarde, de Zee en alle schepselen daarin gemaakt en heeft de zevende dag gerust en derhalve heeft de Heere die geheiligd.”  De meeste van de artikelen uit zijn ‘Strafrechtboek’ van Alfred zijn rechtstreeks afkomstig uit het Bijbelboek Exodus.

Als natie zijn wij ver van de principes van Calvijn afgedwaald. De christelijke geest en de christelijke ethiek hadden Zuid-Afrika tot het meest succesvolle land van Afrika gemaakt. Nu wordt aan deze wetgeving definitief een einde gemaakt en daardoor  wordt de grootheid van Zuid-Afrika minder. Johannes Calvijn de grote Franse reformator, liet aan de wereld zien hoe men met Gods hulp in alle facetten van het leven vreedzaam, sucesvol en vrij kan zijn, want  “waar de Geest des Heeren is is vrijheid”  (2 Corinthe 3: 17). Hij maakte van Genève het centrum van het christelijke geloof, een toevluchtsoord, een oord van gerechtigheid. Hij zei: “De voornaamste zorg en het hoofddoel van ons leven moest het zoeken van God zijn. Met dit grondprincipe werd het christelijke avondland vernieuwd en op deze wijze wijze kan ook Zuid-Afrika weer herleven.

D. Scarborough

1). D’Arbez, ‘Het Leven van Johannes Calvijn’.

Trefwoorden: