Maarten Luther (1)

Ruim 500 jaar geleden, op 31 oktober 1517, spijkerde Maarten Luther zijn 95 stellingen op de deur van de slotkerk te Wittenberg in Duitsland. Het was toen de dag van ‘Alle Heiligen’. Het volk was van heinde en ver gekomen om een verzameling van wel meer dan 5000 relieken van heiligen te bewonderen, die Frederik de Wijze in de kerk tentoonstelde. Op de deur lazen ze onder meer het volgende:
•        Wanneer onze Heere en Meester Jezus Christus zegt: Doet boete… dan bedoelt Hij dat het hele leven van Zijn gelovigen op aarde één gedurige boetedoening moet zijn.


•        Dit woord kan dus niet zó worden opgevat dat het betrekking zou hebben op het sacrament van de boete, dat wil zeggen: de biecht en de genoegdoening, welke door de priesters ambtshalve verricht worden.
•        Toch bedoelt Hij ook niet alleen maar de innerlijke boete. Deze innerlijke boete is namelijk niets en er is geen ware boete als zij niet allerlei kastijdingen van het vlees uitwerkt.
Luther leerde hier dat de kerk de verkeerde weg van redding en behoud leerde. Deze gebeurtenis was het begin van een geestelijke vernieuwing van het gehele christendom, die uiteindelijk tot een godsdienstige vrijheid en voorspoed leidde. Dit was een wonder in de wereldgeschiedenis. De Bijbel, die eerst nog een gesloten boek was geweest, werd vertaald, gelezen en toegepast. God verwierf en regeerde Zijn Koninkrijk door de harten en het werk van gehoorzame en godvrezende mannen.

Vandaag de dag wordt de herinnering van deze dag, het begin van de Reformatie, overschaduwd door de viering van ‘De occulte nacht’, het Halloween. De naam “Halloween” is afgeleid van Hallow-e’en, ofwel All Hallows Eve, de avond vóór Allerheiligen. Dit is van oorsprong een Iers-Keltisch feest. In de Iers-Keltische kalender begon het jaar op 1 november, dus 31 oktober was oudejaarsavond. De oogst was binnen, het zaaigoed voor het volgende jaar lag klaar en dus was er even tijd voor een vrije dag, het Keltische nieuwjaar of Samhain (uitspraak Saun, het Ierse woord voor de maand november). Maar Samhain was ook nog om een andere reden zeer bijzonder. De Kelten geloofden namelijk dat op die dag de geesten van alle gestorvenen van het afgelopen jaar terug kwamen om te proberen een levend lichaam in bezit te nemen voor het komende jaar.

Deze omkering van godsdienstige voorkeuren, toont dat wij veel van onze cultuur hebben verloren en is daarmee bezig de ware God te verloochenen. In de jaren-’60 heeft onze maatschappij zoveel veranderd en omvergeworpen dat het bijna lijkt alsof we vanaf die tijd steeds meer in een ander land leven. Normen en waarden zijn vervaagd en wat vroeger ‘een gruwel’ was, is tegenwoordig een normaal verschijnsel. Godslastering, abortus, homoseksualiteit en openlijke zedeloosheid worden getolereerd, terwijl Gods Woord naar de openbare arena wordt verbannen om zo voor de leeuwen geworpen te worden. Openlijke kritiek van godvrezende christenen op de goddeloosheid van deze tijd wordt verboden door middel van een ‘ anti-haat-toespraken’-wetgeving en morele discipline in de opvoeding van onze kinderen wordt ook aan banden gelegd door het verbieden van de (pedagogische) tik. ‘Wetten voor rechten van de mens’ is de religie van deze goddeloze tijd, het is de mens die zichzelf tot norm stelt.
”De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God…” (Psalm 14: midden) “Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede.” (Romeinen 8:6)