Moderne Jezus verhalen nergens op gebaseerd

De meeste buitenbijbelse verhalen over Jezus zijn volstrekt onbetrouwbaar, historisch irrelevant en komen vaak uit occulte bron. De inhoud van veel verhalen over de vermeende wereldreizen van Jezus is gechannelde informatie; informatie uit duistere en paranormale bronnen en gewoonweg grenzenloze en vrome menselijke fantasie. “Het zijn overbodige en onbetrouwbare boeken waarmee mensen in feite bedrogen worden”.


Hoewel de meeste van deze verhalen onderling verschillen, rijst er toch in alle gevallen een heel andere Jezus op dan de Jezus die de Bijbel leert. “Ze worden veelal gekenmerkt door een en dezelfde esoterische filosofie, zij het dat ieder zijn eigen specifieke karaktertrekken heeft”. Al deze spectaculaire verhalen staan in een esoterische en gnostische traditie.

Veel manuscripten die deze verhalen bevatten, stammen voor het grootste deel uit de periode van de 3e eeuw na Christus. Kortom, geschreven door mensen die nooit tijdgenoot zijn geweest van Jezus. Veel van de reizen die Jezus gemaakt zou hebben, zouden hebben plaatsgevonden in de z.g. ‘lost years’, de jaren vanaf Zijn eerste optreden in de tempel op twaalfjarige leeftijd tot Zijn dertigste jaar.

Het boek van de Amsterdamse predikant Reender Kranenborg is een gedegen historische studie naar al deze fantasieverhalen die een steeds grotere populariteit genieten. “Er is geen religieuze persoonlijkheid die de mensen zozeer aanspreekt als Jezus van Nazareth”.

Niet alleen de DaVinci code brak tot voor kort alle verkooprecords, ook verhalen en boeken over Jezus doen het goed. Let wel, de esoterische Jezus, de gnostische Jezus. De Jezus van de Essenen. De menselijke en humanitaire Jezus die mensen op een hoger geestelijk en zedelijk niveau wil brengen en die de mens tot de eenheid met het ‘goddelijke’ wil brengen. Die alle mensen vertelt dat ze een potentiële Christus zijn.
Maar niet de Christus, de Verlosser en Zaligmaker uit de Bijbel en de evangeliën die aan het kruis gestorven is, maar de Christus als een hoge entiteit of een meester in de transcendente wereld. Deze Jezus is niet en nooit een gewoon mens geweest, Hij was veel wijzer, bovennatuurlijker en krachtiger dan dat het Nieuwe Testament Hem beschrijft.
“Als in de Bijbel opgemerkt wordt dat Jezus de zonde der wereld wegneemt, wordt daarmee bedoeld dat Hij de sluier van onwetendheid van de mensheid wegdoet, doordat Hij hen de ware boodschap van het inzicht schenkt”. Dit is onversneden gnostiek.

Een van de belangrijkste katalysatoren achter deze hernieuwde belangstelling voor Jezus in de negentiende eeuw was de theosofie en in mindere mate de antroposofie. Dat tegen de achtergrond van de opkomst van de esoterie van de achttiende eeuw.
In de tweede helft van de twintigste eeuw waar de New Age overheersend is, tot de dag van vandaag, is er weer sprake van een hausse van dit soort literatuur.

In de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw was Alice Bailey de grote  promotor van het theosofische gedachtengoed en van de occulte en esoterische Jezus.
Veel van deze Jezusbeelden zijn later voortdurend aangevuld door ingevingen en openbaringen van mediamiek begaafden, fantasten, occultisten, spiritisten, verhalenvertellers, querulanten en bedriegers. Veel gechannelde informatie en via automatisch schrift samengestelde manuscripten en boekwerken.
Automatisch schrift was de paranormale manier waarop de werken van H.D. Blavatsky tot stand zijn gekomen. Er is geen eenheid in het materiaal, voortdurend krijgen we nieuwe Jezusbeelden en nieuwe woorden van Jezus gepresenteerd. “De diverse boodschappen van Jezus sluiten elkaar veelvuldig uit”.

“De wonderbaarlijke avonturen van Jezus van Nazaret” is een studie naar de historische waarde van oude buitenbijbelse geschriften, ‘hervonden’ manuscripten en ‘nieuwe openbaringen’.
In zijn studie gaat Kranenborg in op allerlei evangeliën die de afgelopen eeuwen gecirculeerd hebben en die altijd zijn afgewezen door kerkconcilies, met goede redenen overigens.
Nooit is zo’n geschrift canoniek verklaard en ook voor die tijd genoot zo’n geschrift geen enkel gezag binnen de kerk en de christelijke gemeente. Het was volkslectuur zonder enige historische waarde.
Het grootste deel van al deze manuscripten staat vol met historische onjuistheden. Kranenborg noemt er vele. Zo duikt bij voorbeeld de naam Mohammed op in een verhaal over Pilatus, hetgeen toch een duidelijke aanwijzing is dat het manuscript geschreven moet zijn rond de 7e eeuw. De voorstelling van hemel en hel doet sterk denken aan de geschriften van Dante, hetgeen weer wijst naar de 13e eeuw. Maar, zo zegt Kranenborg: “de bovennatuurlijke uitspraken over de historische werkelijkheid zijn gezaghebbender dan deze historische werkelijkheid zelf”.

Een van de verhalen die om de zoveel tijd opduikt is het verhaal dat Jezus in India zou zijn geweest. Dit verhaal vormt de basis van vele esoterische en gnostische beschouwingen over het leven van Jezus. Het is allemaal gebaseerd op een manuscript dat gelezen zou zijn door de Russische schrijver Notovitch die een reis maakte naar een Tibetaans klooster en daar toestemming van de monniken kreeg om het manuscript in te zien.
Het manuscript zelf waar Notovitch het over heeft is tot op heden nergens gevonden of gezien. Critici ontkennen zelfs het bestaan van het werk.
Het is een fantasievertelling van de hoogste plank, een westers product geschreven door een fantast. Er staan zoveel tegenstrijdigheden en historische onjuistheden in dat je je moet afvragen hoe serieus dit werk genomen kan worden.
Dat Jezus op een lange reis naar India en in het bergachtige Tibet zou zijn geweest is fantasie. Want het manuscript van Notovitch zegt dat Jezus niet gestorven is aan het kruis, maar nadat Zijn benen door de Romeinse soldaten kreupel werden geslagen, viel Hij in een bewusteloosheid, waar Hij kort daarna van herstelde en vrijwel daarna de lange voettocht ondernam naar de ingewijden om zich daar door hen te laten onderwijzen. Dat zijn pure volkslegenden.
Maar hoe dan ook, “nergens komen we een Jezus tegen die iets leert dat lijkt op oosterse gedachten, ook niet in de christelijke gnostiek, en nooit vinden we de opvatting dat Jezus oostwaarts naar India trok”. Later zou Jezus nog naar Japan, Frankrijk en Engeland getrokken zijn. Al deze goedkope fantasieverhalen zijn de basis van het Jezusbeeld in de moderne esoterie en het neo-gnostische denken.

Reender Kranenborg: De wonderbaarlijke avonturen van Jezus van Nazaret – Over de waarde van ‘hervonden manuscripten’ en ‘nieuwe openbaringen’,  Ten Have, Kampen, 2004