Schaduwzijden van de islam

De schriftislam en de volksislam moeten als twee soorten islam beschouwd worden.
Met de schriftislam, of de orthodoxe islam, wordt de islam van de geleerden bedoeld, de leer die aan de islamitische theologische instellingen wordt onderwezen.
De volksislam daarentegen is de islam van de volkspredikers en geloof van het doorsnee volk. Het is de doorleefde islam, een wereld waarin geesten en demonen een belangrijke rol spelen.


Boeken over geesten en demonen genieten in de hele islamitische wereld de hoogste oplagen.
Deze geestenwereld en de daaruit voortvloeiende demonencultus is een oereigen product van de islam en geen uitvinding van het volk of import van buiten af. In Mohammeds voorstelling speelden geesten en demonen een alomtegenwoordige rol. Het geloof in demonen hoort tot het wezen van de islam.
De volksislam is het meest verspreid en speelt een overheersende rol in de islamitische wereld.

Dit is de mening van Moussa Afschar, een tot het christendom bekeerde moslim. Afschar heeft inmiddels een aantal zeer kritische boeken over de islam op zijn naam staan. Afschar ziet de islam overigens ook als een veiligheidsprobleem voor het westen en een bedreiging voor de geestelijke vrijheden die in ons werelddeel bestaan.

De schriftislam gepersonifieerd door de islamitische theologen, heeft slechts verachting voor de volksislam en verachting voor het aardse, materiële leven. Zij kent ook geen heilszekerheid voor het hiernamaals.
Ook moslimfundamentalisten moeten over het algemeen weinig van de volksislam weten. In hun ogen is dit ketterij.
De schriftislam, met name de Saoedische, Wahhabitische  variant daarvan, moet opmerkelijk genoeg niets van de verering van Mohammed en van islamitische heiligen weten. Deze verering is juist door de volksislam tot ontwikkeling gekomen. Alleen Allah moet aanbeden worden. Van pelgrimstochten naar het graf van Mohammed in Mekka gruwen de Saoedi’s dan ook.

De volksislam geeft de moslim het gevoel met wat vroomheid dichter tot Allah te komen. In de volksislam wordt Mohammed verheerlijkt en vereerd tot en met zijn overgebleven nagels en baardharen toe.
Er bestaan omtrent Mohammed dan ook tal van legenden en mythes die niet in de Koran vermeldt staan. Afschar concludeert dat hoe meer de individuele moslim zich van de Koran verwijdert, des te hoger staat Mohammed aangeschreven.

De schriftislam wil de volksislam tot de ‘ware islam’ bekeren, dat is de fundamentalistische islam, een politieke beweging en een politieke religie die streeft naar wereldoverheersing waarin Allah het voor het zeggen heeft.
Turkse Alewieten en de Derwisj-orden zijn voorbeelden van de volksislam. Alewieten staan het meest open voor westerse invloeden. De volksislam is nauwelijks een politieke beweging te noemen.
Het is met name de Wahhabitische islam, gepropageerd door de Saoedi’s, die een politieke en religieuze dreiging voor de westerse wereld vormt.

Veel in de volksislam gaat direct terug tot Mohammed en de Koran en soms tot de pre-islamitische tijd.
Volgens Afschar nam Mohammed veel uit het Arabische heidendom over in de islam, hoewel hij de afgoden van zijn landgenoten bestreed. Hij islamiseerde zogezegd vele heidense gebruiken. Zo kon hij zijn landgenoten sneller tot de islam bekeren.
De naam Allah werd voor Mohammeds optreden niet alleen gebruikt door Arabische joden en christenen, maar ook door de heidenen  die daarmee hun hoogste godheid aanduidden.

Veel van de toenmalig bekende mannelijke en vrouwelijke afgoden worden in de Koran met name genoemd: Hubal, Manat, Al-Lat, Uzza. Tijdens Mohammeds optreden waren er rond de driehonderd. Daarnaast werden er ook allerlei voorwerpen vereerd: heilige stenen, bomen, rotsen, bronnen en zelfs planeten en sterren.
Veel van deze heidense gebruiken en vereringen gaan terug tot oude (pre)-islamitische legenden. Zo zou volgens een van deze legenden Adam de Kaaba, de zwarte steen, persoonlijk naar Mekka hebben gebracht.

Het verschil tussen schriftislam en volksislam met betrekking tot de demonenwereld is moeilijk aan te geven. Beide soorten kennen een verschil tussen goede en slechte demonen.
In de Koran wordt veel over demonen gesproken. Er zijn tal van fantasierijke verhalen in omloop over de herkomst en de macht van deze demonen. Vooral vrouwelijke demonen zijn zeer listig en gemeen. Volgens bepaalde oud-Arabische en islamitische legenden zouden de demonen afkomstig zijn uit Jemen. En ook de Koerden zouden de nazaten van demonen zijn.

In de volksislam is het geloof aan magie (suhur), boze geesten (djinns), de macht van vervloekingen en voorspellingen, beheksing en de macht van het boze oog wijd verspreidt.
Een begeleidend fenomeen is dan ook dat moslims deze vormen van magie weer bestrijden met andere vormen van magie, zoals wierook branden en amuletten met koranteksten erop. Vaak gaan ze naar tovenaars, medicijnmannen en volksgenezers, een aanvulling op de reguliere geneeskunde. Er zijn bizarre recepten voor genezing in omloop. Veel moslims zijn bang voor deze verschijnselen, vaak durven ze er niet over te praten.
Deze magische praktijken komen bij moslims van het platteland vaker voor dan bij stedelingen.

De  Leidse socioloog/antropoloog Cor Hoffer schreef dit bijna vijftien jaar geleden al in zijn proefschrift over volksgeloof en religieuze geneeswijzen onder moslims in Nederland.
Dit duistere en occulte volksgeloof is wereldwijd een onderdeel van de islam geworden.
Bijgeloof wordt officieel door de islam bestreden en verworpen, net als waarzeggerij, maar de praktijk onder het volk laat iets anders zien. De meeste moslims zijn ervan overtuigd dat de volksislam, die op natuurlijke wijze is ontstaan, net zo islamitisch is als de islam van de schriftgeleerden en de theologen, hoewel veel dingen in de volksislam in tegenstelling staan tot de leer van de Koran.

Opmerkelijk genoeg speelt het geloof in Satan (Iblis) en goede engelen een veel kleinere rol. Satan is wel de hoogste kwade macht, maar wordt meer gezien als een politieke vijand dan als een reële geestelijke macht.

Volgens Afschar is er eigenlijk geen hoop en geen verlossing mogelijk uit deze demonenwereld. Mohammed heeft deze realiteit altijd voor kennisgeving aangenomen en ook “Allah biedt geen oplossing, geen bevrijdend antwoord op de alomtegenwoordige demonen en boze geesten van Arabië”.
Mohammed heeft nooit krachtig stelling genomen tegen al deze vormen van magie. Integendeel, de wortels van het islamitische geloof in demonen “ligt in de Koran zelf en uitspraken van Mohammed”. “De geesten die Allah opriep zijn een serieuze macht”.
“Allah is onbereikbaar ver en in de onbeschrijflijke nood van de individuele gelovige, bieden de islamitische ‘heiligen’ zich als helper en beschermers aan, als uitdelers van troost en moed”.

Moussa Afschar: Geister die Allah rief – der Islam und seine Unterwelt, Martin Blaich Verlag, Stuttgart, 2004, 79 pag.

Trefwoorden:  , ,