Toetreding Turkije tot de EU?

Premier Balkenende betoogde in zijn rol van EU voorzitter in juli voor het Europese Parlement, dat Europa bij de besluitvorming over de toetreding van Turkije zich niet mag laten leiden door angst voor de islam. Dit tot genoegen van de socialisten, liberalen en groenen.
De christen-democraten hadden met dit standpunt van hun geestverwant duidelijk moeite, evenals de Franse president Chirac, maar Balkenende toonde zich onvermurwbaar.

De zienswijze van Balkenende roept vragen op. Turkije mag dan een democratisch land zijn, sinds 1900 is de christelijke bevolking afgenomen van 22% tot 0,32%. Meer dan 93% is islamitisch. De oude kerken zijn grotendeels verdwenen door bloedbaden, vervolgingen en emigratie. De groeiende islamitische beweging staat in toenemende mate vijandig tegenover christenen.
De bovenlaag in Turkije is weliswaar democratisch en westers gezind, een groot deel van de bevolking is daarin in wezen niet meegegaan. De politieke stabiliteit van dit land, dat een dominerende positie binnen de EU zal innemen, is daarom bepaald niet gegarandeerd.

Ook zonder toetreding van Turkije vormen militante moslims in Nederland al in toenemende mate een probleem. In de vier grote steden vindt 80 procent van de Marokkanen en 61 procent van de Turken de militante Arabische Europese Liga (AEL) een goede zaak.
De AEL wil in de vier grote steden een moslimpartij oprichten met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen in 2006. Deze partij kan in ieder geval op steun rekenen van een van de vijf ondervraagden door het bureau MCA Communicatie, dat recent een onderzoek hier naar deed. Mogelijk zal de aanhang nog veel groter blijken.

Premier Balkenende verleende eerder met zijn kabinet medewerking aan de viering van de Protestantse kerkdag op 12 juni 2004, het “visitekaartje” van de nieuwe Protestantse Kerk in Nederland. Daar toonde deze kerk zich een toegewijde aanhanger van de Wereldraad van Kerken, eerder bekend om zijn communistische sympathieën, maar ook voorvechter van een soort integratie van verschillende religies. Tot op heden lijken dergelijke aspiraties, die de minister-president blijkbaar ook heeft, meer “wishful thinking” dan ingegeven door een grote mate van realiteitszin.