Uruzgan missie is heilloze onderneming en zinloze geldverspilling

Uit alle kritische commentaren in de Nederlandse pers blijkt, als het gaat om de missie van de ruim 1500 Nederlandse militairen in Uruzgan, dat deze onderneming een missie is gedoemd om uiteindelijk te mislukken. De strijd tegen de Taliban is militair niet te winnen, daarover zijn de meeste militairen het wel eens.


Punt is echter dat de Nederlandse regering dit niet door heeft, of niet wil begrijpen. Koste wat het kost moet de missie doorgezet worden en moeten militairen in Afghanistan tot eind 2010 een uitzichtloze en zinloze strijd voeren. “De discussie over onze militaire aanwezigheid in Afghanistan wordt ook nog eens met oneigenlijke argumenten gevoerd.” (NRC Next, 6/11/07)

Een van de taken van de militairen is de wederopbouw van het land, training en begeleiding van het leger en politie. Volgend jaar moet er een brigade van 1300 Afghaanse militairen operationeel zijn die de taken van de Nederlanders gaat overnemen. Ook aan de bestrijding van corruptie en drugshandel wordt de nodige aandacht besteed.
Dat er een groot draagvlak in de Nederlandse politiek bestaat, wil niet zeggen dat de missie daarmee geslaagd is. Integendeel. Weliswaar is er een concreet doel en het daarmee benodigde zelfvertrouwen, maar de verwachting dat de missie zal slagen is gebaseerd op irreële doelen. “Van wederopbouw is de afgelopen jaren minder terechtgekomen dan het vorige kabinet had voorgespiegeld. Het is een illusie te denken  dat in 2010 ineens wel her en der scholen en ziekenhuizen staan, die worden beschermd door integere ambtenaren en politieagenten”, aldus het NRC Handelsblad in een van zijn commentaren.

Over de ontwikkelingen in Afghanistan valt niets te voorspellen. Er zijn inmiddels een paar (mislukte) moordaanslagen gepleegd op de Afghaanse leider Hamid Karzai.
De aanwezigheid van de Taliban, de open grenzen met Pakistan en de instabiele politieke situatie in laatstgenoemd land en de uitkomst van de Amerikaanse verkiezingen nopen niet tot een veilige situatie in Afghanistan.
De Verenigde Staten is de hoofdrolspeler in dit gebied, want Nederland kan hier nauwelijks enige politieke invloed uitoefenen. “We hebben onze soldaten uitgeleverd aan een jungle van onzekerheden waarop ‘Den Haag’ geen enkele invloed heeft. Dat is geen politiek meer. Het is roulette spelen met andermans leven als inzet.” (H.J.A.Hofland in NRC Next, 20/12/07).

Mat Herben, oud-fractieleider van de Lijst Pim Fortuyn, schreef in het Reformatorisch Dagblad van 6 februari dit jaar dat Nederland via de wederopbouwmissie zich verwikkeld heeft in een uitzichtloze burgeroorlog. “De operatie in Uruzgan is een peperdure en ineffectieve vorm van ontwikkelingssamenwerking. We spenderen 1 miljard euro om een bevolking van 350.000 mensen vooruit te helpen. De enorme en langdurige inspanning van de krijgsmacht in Afghanistan betekent dat we geen mensen en middelen meer over hebben voor een vredesmacht in Afrika of het Midden-Oosten, gebieden die humanitair en strategisch belangrijker zijn dan een dunbevolkte woestijnprovincie.”  (…) “De afspraken die in 2004 in NAVO-verband zijn gemaakt hebben ons land op een weg gebracht waarvan geen terugkeer mogelijk lijkt.”

Joshuo Livestro vraagt zich in een commentaar in de Telegraaf af of in Den Haag eigenlijk nog iemand in de mogelijkheid van een overwinning gelooft. “Over de inktvlekstrategie, het langzaam uitbreiden van onder NAVO-controle staand gebied vanuit enkele strategische kernzones, horen we allang niemand meer. De theorie dat de inktvlek zich mede dankzij het succes van de wederopbouw binnen de veilige gebieden vanzelf wel zou uitbreiden naar de rest van de provincie bleek op drijfzand gebouwd. Buiten de inktvlek is het namelijk oorlog. Iedere verdere uitbreiding van het veilige gebied kan alleen met geweld aan de Taliban worden opgelegd. De nieuwe missie is dus een vechtmissie, of althans, zou dat moeten zijn.”

Luitenant-kolonel Rietdijk, commandant van het Provinciaal Reconstructie Team in Uruzgan vertelt dat de opbouw bijzonder traag verloopt. “Er zijn grote problemen.”
De steun voor de troepenmacht in heroverde regio’s verdwijnt volgens hem snel als de hulp niet sneller zichtbaar wordt. “Defensie wil liefst direct doorpakken, maar het noodzakelijke geld van Ontwikkelingssamenwerking laat op zich wachten. Reden: de hulp loopt via de regering in Kaboel en daar staat de achtergebleven regio Uruzgan, twee dagen rijden van de hoofdstad, laag op de prioriteitenlijst”, aldus Rietdijk enige tijd geleden in het Nederlands Dagblad.
“De realiteit is dat negentig procent van de bevolking het een zorg zal zijn of de Taliban daar zit of wij, als er maar stabiliteit is, veiligheid.” Ook de samenwerking tussen militairen en  ontwikkelingssamenwerkers laat volgens hem te wensen over.

De papaverteelt in Uruzgan wordt formeel bestreden, maar de oogsten nemen elk jaar weer toe. Met name uit Uruzgan komt de meeste papaver vandaan. De papaverteelt bestrijden komt neer op het in de armen drijven van de boerenbevolking naar de Taliban. Tegen drugsbaronnen en hoge overheidsfunctionarissen wordt nauwelijks iets ondernomen. Dat is ook niet verwonderlijk, want langs de Pakistaanse grens bedraagt de opiumproductie 80% van de totale landbouwoogst. “Bestrijding daarvan wakkert de rebellie alleen maar aan.” (NRC, 24/1/08).
Daarom is er ook het sterke vermoeden dat de opiumproductie en de boeren door de regering met rust gelaten worden. Iedereen profiteert ervan en verdient eraan.

De Telegraaf meldde enkele maanden geleden dat de Nederlandse militaire opbouwteams die in Uruzgan voor de plaatselijke bevolking nieuwe moskeeën bouwen (!) “een dolksteek in de rug krijgen van de imans die er preken.” Defensie onthulde onlangs dat de boodschappen van de imams die door de geluidsinstallaties van de moskeeën weerklinken “lang niet altijd onschuldige koranverzen zijn. De Taliban gebruiken de omroepinstallaties ook om boodschappen tegen de ISAF troepen en de Afghaanse regering te verspreiden.” In Uruzgan werken veel imams en mullahs die in Pakistan zijn opgeleid. (De Telegraaf, 1/3/08,  ‘Moskeebouwers krijgen trap na van haatimams’).

Volgens Mr. A.J. Cnoop Koopmans, oud-kamerlid voor de PvdA en oud-rechter in Amsterdam, heeft de NAVO niets te zoeken in Uruzgan. Volgens hem zijn er een aantal zwaarwegende argumenten voor dit standpunt, nl.
1) Pragmatische: Het opbouwwerk komt niet van de grond en militair zijn we aan de verliezende hand. Er is een guerillaoorlog ontstaan die niet te winnen is met militaire middelen.
2) Humanitaire: er vallen te veel slachtoffers. Voornamelijk onder de burgerbevolking.
3) Strategische:  na de aanslagen van september 2001 is besloten Afghanistan binnen te vallen. Osama Bin Laden werd nooit gepakt en zal waarschijnlijk nooit gepakt worden. Je gaat dus terug naar huis. Maar dat gebeurde  niet. En van Afghanistan een moderne (westerse) democratie maken met een eigen gekozen bestuur en grondrechten voor alle burgers, kwam ook niets terecht.
4) Principiële: met militaire middelen kan geen democratie worden gevestigd voor een bevolking die in de verste verte niet weet wat (westerse) democratie is, of nooit geleerd heeft om in termen van democratie te denken. “Ook bijkomende doelen, zoals de vernietiging van de papavervelden, emancipatie van de vrouw, algemeen kiesrecht, vrijheid van godsdienst en het afzetten van de lokale krijgsheren vinden onvoldoende steun bij de Afghaanse bevolking.”  Generaal van Loon sprak op een ledenbijeenkomst van de PvdA van “een illusie” om deze doelen te realiseren met onze machtsmiddelen.
5) Volkenrechtelijke: Het Handvest van de VN verbiedt een aanval door het ene land op een ander land, behalve in het geval van zelfverdediging tegen een aanval van een ander land of de onmiddellijke dreiging van zo’n aanval. Dat doet zich hier niet voor. Cnoop Koopmans pleit daarom voor de beëindiging van de NAVO-missie en pleit ervoor een opbouwmissie te vormen alleen als de bevolking er zelf om vraagt. (Het Parool, 28/12//07)
“Onze poging tot nation building in koloniale stijl, van een land dat nooit een natie is geweest of heeft willen zijn, is gedoemd te mislukken”, aldus socioloog, hoogleraar, commentator en prominent CDA lid J.A.A. van Doorn in het NRC Handelsblad (19/01/08).
Volgens hem schiet Nederland in Uruzgan te kort. “De veiligheidssituatie verslechtert, militaire en financiële beperkingen sluiten uit dat we onze krachtinspanning opvoeren. (…) Een bruikbare exitstrategie is niet voorhanden of te bedenken. Nederland zit in een fuik.”  In feite hebben we al “gecapituleerd” voor de tegenstander. “We worden geconfronteerd met een verzetsbeweging die in grote delen van de islamitische wereld zoal geen directe steun vindt maar stilzwijgend als een terechte oppositie tegen westerse bemoeienis wordt begrepen. (…)  We werken samen met een Afghaans bewind dat door het westen in het zadel is geholpen, nota bene door een Amerikaanse regering die in het Midden-Oosten geen goed kan doen.”
Volgens van Doorn zijn we in een fuik terechtgekomen, “niet eens zozeer omdat we met het actuele verzet geen raad weten, maar omdat we gedwongen deel zijn gaan uitmaken van het westers offensief.”  Dat offensief is in ieder geval tegen een militante minderheid in de islamitische wereld gericht.  “In dat spel is voor ons geen enkele rol weggelegd. We kunnen zoveel waterputten slaan en basisscholen opverven als we willen, het zal ons niet helpen ons vrij te pleiten van betrokkenheid bij een gewelddadig avontuur waarvan we de ernst en reikwijdte nooit hebben beseft.”

Elsevier meldde in juni vorig jaar dat de Nederlandse militairen in Uruzgan zich gedragen als softies en weekhartigen. De Taliban weet dat de Nederlandse militairen een stelletje zacht gekookte eieren zijn en daar wordt direct van geprofiteerd. Aldus Elsevier.
De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst verhoort in Afghanistan geen mensen, dat doet de ISTAR. Maar die lieten een belangrijke Taliban-topman op bevel van Den Haag direct op vrije voeten. Zijn mobieltje mocht hij meenemen, compleet met belangrijke informatie.
In de praktijk blijkt dat gevangen genomen Talibanleden nauwelijks aan de tand worden gevoeld.
Of zoals een hoge militair het uitdrukt: “Ze willen geen gedonder in de pers en de Tweede Kamer. Ze vinden dat we in Uruzgan volgens de regeltjes van het ganzebord moeten spelen. Alsof we bezig zijn op de kermis van Abbekerk.”
Niemand vindt dat je gevangenen mag folteren, zelfs niet als je met de verkregen informatie talloze mensenlevens zou kunnen redden. “Maar als je zelfs geen stevig gesprek mag voeren met een Talibanleider, dan kun je beter inpakken. Dan heb je een geheime spek-en bonendienst.”
Arrestanten mogen niet langer dan 96 uur in gevangenschap worden gehouden. Wie zolang blijft zwijgen, gaat vrijuit.
Generaal b.d. Frank van Kappen: “De politieke dimensie gaat zó overheersen dat er beslissingen vallen die operationeel niet deugen. Om de minister uit de wind te houden, stelt Defensie de levens van de eigen militairen in de waagschaal. En de levens van Afghanen.”
Volgens hoge militairen heeft de Taliban de vrijlating van één van hun topmannen ervaren dat Nederlanders ‘verschrikkelijke watjes’ zijn. Enkele dagen na de vrijlating bestormden vijfhonderd Talibanstrijders de Nederlandse post bij Chora, waarbij zeventig strijders en een Nederlandse majoor omkwam.
Ritmeester Richard: “Nederland wil meedoen in het hoogste geweldsspectrum, maar dan met schone handen. Dat kan in de praktijk dus echt niet.” (Reformatorisch Dagblad, 19/1/08).
Nederlandse militairen mochten na een inval in een woning geen arrestaties verrichten, hoewel het huis vol stond met wapens en drugs. Er liep nl. geen aanhoudingsbevel tegen de bewoners. Dit is één voorbeeld uit velen. Vanuit militair standpunt gezien is de Uruzgan missie dus nu al een mislukking.

Ook de Amerikaanse regering vindt dat met name de Nederlandse militairen de tegenstander in Afghanistan veel te soft aanpakt. Dat leidde tot een bittere tegenreactie van de Nederlandse regering, maar het is wel een feit.
De Amerikanen, de Canadezen, de Nederlanders en de Britten hebben allemaal hun eigen aanpak. Dat werkt in de praktijk dus niet. “Onderlinge verschillen worden door de Taliban gretig uitgebuit.” Degenen die het hardst optreden, hebben het meest succes, in dit geval de Britten. “Zij hebben ook meer slachtoffers te betreuren (…) maar zijn daardoor ook effectiever in het terugdringen van de Taliban”, aldus Antonio Giustozzi, onderzoeker aan de London School of Economics. (Reformatorisch Dagblad, 2/2/08).
Een boterzachte aanpak van de Taliban verergert alleen maar de situatie voor de burgers in het land. Alleen maar militair aanwezig zijn, lokt tegenreacties van allerlei krijgsheren uit. Hoe langer men wacht met het neerslaan van de Taliban des te hopelozer de politieke situatie wordt. Bovendien krijgt de Taliban steeds meer steun van fundamentalistische strijders uit Tsjetsjenië, Oezbekistan en Bosnië. Ook vanuit Pakistan sluiten zich gemotiveerde strijders bij de Taliban aan. De NAVO staat hier machteloos.  En de laatste twee jaar is de situatie eigenlijk steeds onveiliger geworden. (Volkskrant, 22/12/07).

In een rapport van de Amerikaanse Afghanistan Study Group wordt het land getekend als een falende staat die opnieuw door terroristen gekaapt gaat worden. Volgens Giustozzi is de centrale regering in Kabul de schuldige. “Deze regering onder leiding van Karzai functioneert nauwelijks en daardoor blijven broodnodige hervormingen van bestuur en samenleving uit.” (…) “Karzai moet een keihard ultimatum gesteld worden dat hij tussen twee en vier jaar orde op zaken moet stellen.”

Oscar Salemink, hoogleraar sociale antropologie in Amsterdam, heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de genoemde inktvlekstrategie tijdens de Vietnamoorlog. Ook heeft hij deze methode voor Afghanistan onderzocht. Zijn conclusie: Eén grote mislukking en over “de lange termijn heeft deze inktvlekmethode desastreuze gevolgen voor de harmonie tussen bevolkingsgroepen.” (NRC Handelsblad (1/11/07). Hij vraagt zich af wat de legerleiding en de Nederlandse regering bezield heeft om militairen met een dergelijke tactiek naar Afghanistan te verschepen.
Inmiddels hebben Russische generaals met vele jaren frontervaring in Afghanistan ook al grote bedenkingen geuit tegen de Nederlandse inktvlekmethode.
“De Amerikanen vangen dieven met dieven in Irak, (…) maar wij gaan onze vijand verslaan met wederopbouw”. Verlenging van de missie is in de eerste plaats een verlenging van een vechtmissie. (NRC, 17/12/07).

Journalist Arnon Grunberg liep twee weken mee met de Nederlandse militairen in Afghanistan. Hij constateerde weinig enthousiasme en motivatie om ‘sympathie op te wekken bij de bevolking’. “Winning hearts and minds’ blijkt geen enkele keer succesvol gebleken.” (NRC Next, 6/11/07).
Indirect verwijt hij de militairen en de legerleiding van een zeldzaam naïef wereldbeeld als het gaat om oorlogvoeren. “Het Nederlandse leger is al enige tijd niet in staat gebleken de vijand effectief uit te schakelen.”  (…) “Van een leger vragen kindertjes van enge ziektes te genezen, meisjes naar school te brengen en een vuilnisophaaldienst op poten te zetten (het vergroten van steun van de bevolking voor de Afghaanse autoriteiten) is net zoiets als een slager vragen het gebroken pootje van een varken te spalken. Op zijn best getuigt een dergelijke houding van sadistische naïviteit, maar wellicht is er sprake van sadisme pur sang.”
Het leger en de legerleiding begrijpen niet dat er in een rovershol en een piratennest als Afghanistan “geweld en dreiging met geweld effectiever zijn dan argumenten, vuilnisbakken en flyers.”

Begin februari dit jaar uitten vijf NAVO generaals b.d. hun ernstige kritiek over de aanpak van de NAVO in Afghanistan. “De geloofwaardigheid van de NAVO staat op het spel, het verschijnsel van de asymmetrische oorlogsvoering rukt op, er is sprake van toenemend fanatisme.”
Klaus Naumann, oud staf-chef van de Bundeswehr: “Afghanistan is een goed voorbeeld van een actie waartoe op politiek niveau is besloten, zonder dat deze in al zijn consequenties is doordacht. We besloten, laat ik het zo netjes mogelijk zeggen, de Afghanen uit te nodigen een Westminster democratie van de 21e eeuw te introduceren in een tribale samenleving die nog leeft in de 16e eeuw. Dit strategische doel van ons weerspiegelt niet de wens van de Afghaanse bevolking, dus moeten we het misschien herzien.” (NRC, 6/2/08).

De scherpste kritiek op de Uruzgan missie leverde cultuurhistoricus Thomas van der Dunk in de Volkskrant van 22/12/07.  Volgens hem is het besluit om naar Uruzgan te gaan “halfslachtig.” “Het hangt aan elkaar van de typische poldercompromissen, die in de grote mensenwereld voorbij Zundert en Zevenaar elk realiteitsgehalte ontberen.”  “Al het eerdere optimisme van 2006 blijkt op niets gebaseerd.” De inktvlekmethode is een mislukking, want ’s nachts komen de Taliban gewoon weer in de dorpen terug. De Taliban weet dat de Nederlandse missie over twee jaar is afgelopen. Zo lang zingen ze het nog uit. Daarna is Uruzgan weer van hen. Wie aankondigt op welk moment hij ophoudt met vechten, “geeft een idiote boodschap af.”  “Een beetje oorlogvoeren gaat niet.” (…) “Dat de plaatselijke bevolking in die wetenschap op het inheemse paard zal gokken, is evident.”

Interessant is natuurlijk ook te zien wat de Nederlandse politieke partijen van de missie in Afghanistan vinden. Het overzicht stond op 19/12/07 in het NRC Handelsblad.
CDA, PvdA, VVD, ChristenUnie en SGP zijn voorstanders van een verdere bemoeienis met en verlenging van de missie in Afghanistan. De SP, de PVV, Groen Links, D’66 en de Partij voor de Dieren vinden dat er zo snel mogelijk met het Afghanistan avontuur gekapt moet worden.

Trefwoorden:  , ,