Vrijmetselarij

Oorsprong Vrijmetselarijvrijmetselaarssymboliek

Een klein percentage historici die zich op wetenschappelijke wijze met de vrijmetselarij bezighoudt, meent dat de oorsprong bij de maçonnieke bouwers uit de gotische periode ligt. Zij kijken naar de geografische herkomst van de vrijmetselarij en komen tot de conclusie dat er diverse plaatsen zijn van waaruit de vrijmetselarij zou zijn ontstaan. Engeland, Schotland, Frankrijk, het oude Rome, Griekenland, Zweden, het oude Oosten en zelfs Perzië. Met name Egypte is populair als bron.
De oorsprong kan ook gezocht worden in allerlei orden. Genoemd worden onder andere: de Tempeliers, de Rozenkruisers, de Albigenzen, de druïden, de joden, de Orde der Assasijnen, maar ook de Manicheeërs, de eerste christenen en de Essenen.
Aangezien er de afgelopen twee, driehonderd jaar onnoemelijk veel over de vrijmetselarij is gepubliceerd, is het moeilijk vast te stellen wat nu exact de geografische plek is geweest waar de vrijmetselarij is ontstaan. Ook is het lastig om na te gaan welke historische bronnen nu honderd procent betrouwbaar zijn.
Er gaan vele theorieën en hypothesen rond. Ook bestaat er rond de vrijmetselarij een enorme cultus van samenzweringstheorieën. De vroeger gangbare opvatting dat zij rechtstreeks is voortgekomen uit de middeleeuwse bouwgilden of meer in het bijzonder uit corporaties van steenhouwers of vrijmetselaren is tegenwoordig vrijwel verlaten. Vijmetselaren waren gespecialiseerde vaklieden, architecten en kathedralenbouwers. Later kreeg de vrijmetselarij een zg. ‘speculatief karakter’, dwz. de bouwers en architecten verdwenen stilaan en de loges werden gevuld met lieden die deze
vakbekwaamheid niet meer bezaten. En zo kwam de ‘mythologie’ van de oude tempelbouwers de loge binnen. Leden van de loge moesten symbolisch met hun werkgereedschap aan de ruwe steen arbeiden, symboliek voor het werken aan jezelf, om jezelf tot een moreel en zedelijk beter mens te verheffen.

In de zg. Old Charges (Oude Plichten), een soort grondwet binnen de vrijmetselarij, worden naast een legendarisch verdichte geschiedenis van de bouwkunst voorschriften gegeven die tot doel hadden om het beroepsniveau, de vakgeheimen en het zedelijk peil binnen de broederschap te handhaven. Ook de vroeger al bestaande mogelijkheid zich onderling als vrijmetselaar bekend te maken door middel van bijzondere kenwoorden, tekens en aanrakingen, wordt in de moderne
vrijmetselarij toegepast. Zo maken vrijmetselaren zich aan elkaar bekend d.m.v. bepaalde handgrepen. Verder kent de vrijmetselarij, net als een hele boel andere geheime genootschappen een gradenstelsel. Zo kent de reguliere vrijmetselarij drie basisgraden, maar in de VS gaat men tot de 33e graad.

Als datum van het ontstaan van de hedendaagse moderne vrijmetselarij wordt genoemd 24 juni 1717, waarbij vier bestaande Londense loges zich aaneen sloten tot de eerste zogenaamde Grootloge ter wereld onder het gezag van een Grootmeester.
Dit orgaan wierp zich op als overkoepelend gezag, ging regulerend optreden op het punt van het stichten van nieuwe loges, het toelaten van leden, het over en weer bezoeken van elkanders loges, bestemming van gelden voor liefdadige doeleinden, het benoemen van bestuursleden in de loges en hun onderscheidingstekens en ten slotte ook in kwesties van de te
hanteren ritualen.

Opvattingen van de vrijmetselarij

De vrijmetselarij staat een levenskunst voor die vooral op de praktijk gericht is. Zij belichaamt dan ook geen levensbeschouwing, is dan ook geen geloof, sekte, religieuze beweging of filosofisch stelsel, maar vooral een levenshouding. Mensen uit alle geledingen, rangen en standen krijgen in de loges de gelegenheid elkaar te ontmoeten, aangezien de vrijmetselarij tradities van tolerantie, vrijheid van geweten en humaniteit belichaamt. Daarom staan de loges ook open voor aanhangers van allerlei godsdiensten. Volgens de vrijmetselaars grondwet wordt je wel geacht in een God te geloven. Discussiëren over politiek wordt in de loge minder op prijs gesteld.

De vrijmetselarij in de Verenigde Staten van Amerika

De beoefening van de vrijmetselarij doet in, wat later de Verenigde Staten van Noord-Amerika zullen zijn, haar intrede dank zij de kolonisatie vanuit de Britse eilanden, die in de 17e eeuw begon met de vestiging van de Pilgrim Fathers in “Nieuw Engeland” en die in de 18e eeuw werd bevorderd, doordat de Engelse regering land uitgaf in die gebieden die onder haar gezag waren gebracht.
Er ontstonden reeds in 1730 loges in Philadelphia, de hoofdstad van Pennsylvania, stichting van de quaker William Penn die het gebied kocht van de daar gevestigde indianenstammen, en in Boston, de grootste stad in Nieuw Engeland. De Engelse Grootloge van 1717 benoemde al spoedig een provinciaal Grootmeester voor het gehele gebied onder Engels gezag. Het aantal loges breidde zich snel uit. Men kan zich zeer goed indenken, dat de logebijeenkomsten ook als ontmoetingsmogelijkheid
voor de leden van belang waren en dat zij werden gebruikt voor gedachten wisseling over allerlei problemen van het dagelijkse leven in de koloniën. Dat dit het geval was, wordt duidelijk door de rol, die vele vrijmetselaren hebben gespeeld in de opstand van de kolonisten tegen het gezag van de Engelse koning en bij het zelfstandig worden van de Verenigde Staten.
De opstand breekt formeel uit door de Declaration of Independence, ondertekend door 55 vertegenwoordigers van 13 staten, verenigd als vertegenwoordigers van de Verenigde Staten van Amerika in een algemeen Congres op 4 juli 1776.Van deze ondertekenaren zijn 52 vrijmetselaar. Wanneer na een harde strijd gedurende zeven jaren in 1783 de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten wordt erkend en zij een zelfstandig bestaan beginnen, zijn het weer vrijmetselaren, die in de regering belangrijke plaatsen innemen. Ook de Constitutie van de jonge bondsstaat, waarin de vermelde Bill of Rights en de Declaration of Independence zijn verwerkt, getuigt van de nauwe verbondenheid tussen de regels die de samenleving zullen beheersen en de idealen van de vrijmetselarij.

Eerder gepubliceerde artikelen in de categorie vrijmetselarij.

Zie ook: