De grootloge van IJsland telde medio 2006 rond de 3600 leden. Dit is meer dan één procent van de bevolking. Op meer dan een dozijn locaties op het eiland zijn er loges geïnstalleerd.
In de hoofdstad Reykjavik zijn er alleen al vijf zg. Johannesloges. In Johannesloges bestaan slechts drie graden in tegenstelling tot andere stromingen binnen de vrijmetselarij waar met meer graden wordt gewerkt. Medio 2002 telde IJsland nog slechts 2000 leden, ongeveer een verdubbeling dus in vier jaar.

De eerste IJslandse loge ‘Edda’ werd in 1919 opgericht onder toezicht van een Deense loge, hoewel jaren daarvoor al de eerste vrijmetselaars activiteiten aan de gang waren. De eerste IJslandse vrijmetselaars waren in Denemarken ingewijd. De vader van de IJslandse vrijmetselarij was een bank manager en werd in 1906 ingewijd.

De Grootloge in IJsland werd pas in de jaren vijftig van de vorige eeuw onder jurisdictie van de grootloge van Denemarken ingesteld. De IJslandse loge hanteert de zg. Zweedse ritus, een rituaal systeem dat elf graden kent, specifiek christelijk van inhoud is en voornamelijk in Scandinavische landen voorkomt. Binnen de Zweedse ritus kent men de zg. Johannesgraden, de Andreasgraden en de Kapittelgraden. De Zweedse koning Carl XVI Gustaf is officieel beschermheer van deze orde. Traditioneel is het Zweedse koningshuis nauw verwant met de vrijmetselarij.

Aan het hoofd van de IJslandse vrijmetselaarsorde staat een ‘souvereine grootmeester’, die voor het leven gekozen wordt, maar die kan aftreden of incapabel worden verklaard. Kandidaten moeten ongeveer 35 jaar oud zijn, omdat “de IJslandse mannen dan inmiddels getrouwd zijn, drie kinderen hebben, in huis en beroep orde op zaken hebben en beroepsmatige zorgen niet meenemen naar de loge”, aldus KINT, een vrijmetselaarsblad.

Men werft geen leden; integendeel. Er geldt momenteel een wervingsverbod. De toeloop is zo groot dat de wachttijd momenteel tweeënhalf jaar is, wat de grootloge te lang vindt.
In Internationale gelegenheden volgt de IJslandse grootloge op de eerste plaats de United Grand Lodge of England, de moederloge van alle erkende vrijmetselaarsloges in de wereld, en op de tweede plaats de grootloge van Zweden.