Beleggen is geen wetenschap. Daarvoor liggen er te veel emoties in de koersen. Irrationeel koop- en verkoopgedrag bepalen mede de volatiliteit van de beurzen.
Beursanalisten kunnen daarom niet alleen niet de beurskoers voor korte en lange termijn voorspellen (als ze dat wel zouden kunnen, hadden ze allang op de Bahama’s gezeten), maar ze weigeren ook om toe te geven dat zij dat niet kunnen. Het beroep van analist heeft meer te maken met dat van een middeleeuwse kwakzalver dan met een professioneel metier. De geloofwaardigheid van de analist is ondermijnd.


Hun analyses zijn voor een deel puur bedrog, helaas is dit moeilijk te bewijzen.

Het aantal analisten in ons land groeit snel. De afgelopen zes jaar is hun aantal bijna verdubbeld naar tweehonderd. Ook neemt hun invloed toe, omdat beleggen tot een ware volkssport geworden is.
Analisten zijn over het algemeen jonge veelbelovende mensen die een dikke boterham verdienen. Maar hun activiteiten zijn ondoorzichtig en ongrijpbaar. Zij verdienen hun geld aan de hebzucht van het publiek.

Uit de vele kritische artikelen in de binnenlandse en buitenlandse pers wordt duidelijk dat analisten te lang op een voetstuk zijn geplaatst.
Uit de recente economische ontwikkelingen en de terreuraanslagen in New York, is in ieder geval één ding duidelijk geworden en dat is dat geen enkele analist de sterke koersdalingen heeft kunnen aan zien komen.

Het aantal voorbeelden waar analisten aanbevelingen gaven om bepaalde aandelen te houden of te kopen, terwijl de koersen naar beneden doken (KPN, Corus, Baan) is inmiddels niet meer bij te houden. Deze aanbevelingen golden ook voor een groot aantal buitenlandse bedrijven. Ook nadat de koersen naar beneden stortten, bleven de meeste analisten mooi weer spelen en hun ‘buy’ advies handhaven.

Het blad Economische Statistische Berichten kwam naar aanleiding van een onderzoek begin dit jaar tot de conclusie dat adviezen van analisten geen enkele toegevoegde waarde hebben.
”Een belegger die de adviezen van deze analisten had opgevolgd, zou een stuk slechter af zijn geweest ten opzichte van een belegger die jaar in jaar uit geld in de AEX index had belegd”.

Analisten worden betaald. De meeste zijn verbonden aan banken of effectenhuizen die of zaken doen voor bepaalde ondernemingen, of er voor moeten zorgen die ondernemingen niet in het harnas te jagen.
Analisten weten dat ze met hun adviezen voorzichtig moeten zijn. Voor banken en effectenhuizen is beleggingsadvies een afgeleide activiteit die alleen maar geld kost. De business is niet ‘research’, maar ‘sales’. Banken verdienen hun geld met fusies en beursgangen, niet met analistenrapporten.

Analisten dienen de verkopers en worden afgerekend op de transacties die hun research genereert. Daar komt nog bij dat banken en effectenhuizen beursgenoteerde ondernemingen als (potentiële) klant hebben. Negatieve research over klanten is nogal gênant en kan conflicten oproepen. Aan een negatief verhaal verdient bovendien de bank ook niets. Vandaar dat ‘sell’ adviezen spaarzaam zijn.
Voor de analist kan een negatief advies zich vertalen in een boycot en dus minder informatie die hij krijgt van de desbetreffende onderneming, aldus het Financiële Dagblad in een kritisch artikel eerder dit jaar (Analisten zijn beroepsmatig doorgewinterde positivo’s).
Analisten houden er niet van geboycot te worden, dat betekent niet meer uitgenodigd worden op feestjes en recepties. Dus moet je ‘hun aanbevelingen met een korrel zout nemen’.
De beloning van de analisten is vaak afhankelijk van het succes van de zakenbankiers. Een bedrijf zal dus niet zo gauw in zee gaan met een bank waarvan de analist een verkoopadvies geeft.
In Amerika was tot voor kort slechts 1,5% van de adviezen een aanbeveling om te verkopen. In België was dat 20%.

Analisten blijken regelmatig koopadviezen af te geven voor bedrijven waarbij hun werkgever, de bank, op dat moment bezig is een bedrijf te begeleiden in hun beursgang. Ook bij overnames komt dit voor. Dan kan de bank die een beursgang begeleidt al helemaal geen negatief analistenrapport gebruiken.
Positieve analistenrapporten zijn dan op dat moment voorkennis. En met voorkennis kun je de koers manipuleren en handel creëren dat weer veel geld oplevert.
Diverse analisten beleggen ook in fondsen waarover ze zelf berichten. Dat is geen schijn van belangenverstrengeling, dat is belangenverstrengeling.

Volgens Jeffrey Hooke, een Amerikaanse investeringsdeskundige zijn analisten per definitie niet objectief. “Ze maken zich schuldig aan enorme belangenverstrengeling. Het is een grote grap”.(Nederlands Dagblad, 24-2-01)

‘Onafhankelijke visies’ worden niet zelden eerst langs de commerciële meetlat gelegd. (NRC 22-8-01)
Analisten-rapporten worden soms bewust vertraagd, omdat er op dat moment een grote deal gaande is tussen een bank en een bedrijf dat aan zijn beursgang werkt. Bij sommige banken hebben analisten het fiat van zakenbankiers nodig voordat zij hun adviezen publiceren.

De ‘Chinese muur’, de beveiliging tussen de analisten en de bankiers, die de objectiviteit van de rapporten moet beschermen, zit vol gaten, concludeerde het Financiële Dagblad in mei dit jaar. Het woord misleiding valt dan ook al gauw.

Het Financiële Dagblad noemt vier gewichtige redenen om analisten te wantrouwen. “Ze zijn verworden tot de slippendragers van de afdeling Corporate Finance van hun investment bank”.
Ook zijn er analisten die klanten ‘noodgedwongen’ een koopadvies gaven, maar zelf het aandeel verkochten.

Ook zijn analisten het allemaal roerend met elkaar eens (De Financieel-economische Tijd, 17-3-01). Ze willen in hun conclusies niet al te veel afwijken van vakgenoten en dus geen gezichtsverlies lijden als de prognoses niet uitkomen.
”Ze zitten er liever samen straal naast, dan dat ze alleen verkeerd zijn. Er bestaat dus een hardnekkige kuddementaliteit bij de analisten”.

Nadat het aantal klachten van particuliere en zakelijke beleggers explosief is toegenomen, belooft de Vereniging van Beleggingsanalisten (VBA) intussen beterschap en heeft een commissie opgericht om te komen tot ‘verscherpte waarborgen in de VBA-gedragscode voor de onafhankelijkheid van analisten’.
Ook kan men op internet een track record inzien van goede en slechte analisten.