In de afgelopen twaalf maanden zijn in Indonesië meer dan 300 kerken door fanatieke moslims verwoest. Het meest recente geval is het kerkgebouw van de Pinkstergemeente van Racangbuaya op West-Java, dat op 7 maart jl. door brand verwoest werd. Twee weken daarvoor werd op Java het gebouw van de evangelische gemeente in Cimahi tot op de grond toe platgebrand.

De vandalistische activiteiten van extreme moslims richten zich voorname­lijk tegen christenen en de Chinees-boeddhistische minderheid in Indonesië.
Voor een deel moest een aantal gemeenten voor dreigende geweldda­digheden geëvacueerd worden. Eind januari verwoestten islamiti­sche fanatici in Rengasdenklok, ongeveer 50 kilometer van de hoofdstad Jakarta, zes kerken en twee boeddhistische tempels.

Rond Kerst vorig jaar werden in de stad Tasikmalaya (West Java) vier mensen gedood en vijftien gewond. Daarbij werden twaalf kerken vernield. In Situbondo waren kort daarvoor vijf christenen vermoord en 25 kerken en een boeddhisti­sche tempel in brand gestoken.
Militante moslimorganisaties proberen de islam als verplichte religie in Indonesië in te voeren. De regering en gematigde islamitische leiders hebben de gewelddadigheden inmiddels veroordeeld.

Officieel is in Indonesië de vrijheid van godsdienst vastge­legd in de grondwet. Ongeveer 87% van de bevolking (190 miljoen zielen) is moslim. Tien procent behoort tot het christendom, echter op sommige eilanden zoals Flores is dat percentage meer dan 80% van de bevolking. Het boeddhis­me wordt door minder dan 1% van de bevolking aangehangen.