Estelle Lombard zegt in de ‘Aida Parker Newsletter’ (Auckland Park, Zuid-Afrika) dat de leiders van Afrikaanse landen (zwarte huidskleur) bijna zonder uitzondering hun uiterste best hebben gedaan om hun minachting te demonstreren voor de koloniale erfenis van dit continent.
Zelfs nu is het nog mode de mislukkingen domweg toe te schrijven aan “wit racisme”. Is dat waar? Is de ‘witte man’ echt het grote probleem voor de ‘zwarte man’?

Er zijn meer dan veertig jaar voorbij gegaan sinds de kolonisatie begon. In grote delen van Afrika is praktisch geen blanke meer overgebleven. Kolonialisme is verbleekt. Het is nog slechts een wazige herinnering. Maar Afrika kwijnt weg, vlugger dan ooit. Het is moeilijk vol te houden dat het de erfenis van de Europanen is die de ‘zwarten’ nog tegenhoud. Niet alleen heeft de kolonisatie wél gewerkt, maar het laat zich aanzien dat die periode de gouden eeuw van Afrika is geweest in termen van ontwikkeling.

Elk stukje positieve ontwikkeling in wat Zwart-Afrika wordt genoemd, werd ondernomen door kolonialisten. Zouden straten, spoorwegen, havens, universiteiten, ziekenhuizen, wetten, en de groei van de industrie heus obstakels vertegenwoordigen op de weg van de Afrikaanse volkeren? Het harde feit is, dat omstreeks 1960 de Afrikaners gewoon niet klaar waren om Afrika te gaan besturen. Het is moeilijk te zien hoeveel vooruitgang de Afrikaners hebben geboekt op de weg naar humaan bestuur, vrede en welvaart.

De hele ellende in Afrika is begonnen toen de Europeanen zich terugtrokken. Wat de blanken op het continent deden vanaf de vijftiende eeuw, met de Portugese ontdekkingen, verzinkt in het niet bij het lijden in Afrika, veroorzaakt door Afrikaners sinds het eind van de koloniale tijd. Deskundigen schatten dat tussen de zes en twintig miljoen Afrikaners zijn gedood in burgeroorlogen, met inbegrip van een miljoen Nigerianen, 800.000 inwoners van Ruanda (in een tijdsbestek van drie maanden), meer dan een miljoen inwoners van Angola (30 jaar oorlog met de communisten), 800.000 doden in Mozambique, en zo zijn er meer.

Na zes jaar aan de macht te zijn geweest heeft het verbond van het ‘African National Congress’ en de Zuid-Afrikaanse Communistische Partij slechts jammerlijk fragmentarisch succes geboekt in het nakomen van haar opgesmukte beloften over “een beter leven voor allen”.
Misschien is de boodschap achteraf, in dit geval, dat samen met ‘zwart Afrika’ in het algemeen de ANC/SACP-groep uiterst onverstandig was om zich te vervreemden van de diverse rassen, die de meeste nodige vaardigheden en geld bezitten en het nodige kapitaal hebben.

Het is een vreemde stand van zaken wanneer door allerlei racistische acties de blanken, Indiërs en kleurlingen verdreven worden uit hun werk, om dan dikwijls te worden vervangen door buitenlanders die geen enkele loyaliteit voelen ten aanzien van Zuid-Afrika.

Het ‘African National Congress’ is nu besprekingen begonnen voor het verkrijgen van Russische arbeiders, Chinezen, en anderen, die dan moeten helpen het land te besturen, als het maar geen blanken zijn.
Wel, men kan gerust zijn, want de bovenlaag van de blanke intelligentsia is druk bezig te vertrekken, zegt dagblad ‘The Star’. Zij heeft schoon genoeg van de ‘Global Human Rights Culture’ in Zuid-Afrika.