AMSTERDAM-LIENDEN, Het KNP:
Dat leden van sommige religieus orthodoxe groeperingen in Nederland een internetfilter op hun computer hebben geïnstalleerd is een feit. Dat de Iraanse regering dit reeds voor de eigen bevolking doet, heeft geen enkele instemming van de Iraanse bevolking. Massaal wordt geprobeerd om onder de restricties uit te komen.

Al jarenlang houdt de Iraanse overheid zich bezig met het filteren en monitoren van het internetverkeer binnen zijn landsgrenzen. Dankzij nieuwe technologie kunnen miljoenen Iraniërs binnenkort mogelijk deze censuur omzeilen. Dat meldt het persbureau IPS.

In juni j.l. schreef The New York Times dat de VS “het voortouw nemen in een wereldwijde inspanning om een netwerk voor internet en mobiele telefoons op te zetten dat dissidenten kunnen gebruiken om de censuur van repressieve regeringen te ondergraven.” Een van de projecten heet “internet in een aktetas”.

Volgens de krant kan het koffertje gemakkelijk over de grens worden gesmokkeld en zet het snel een draadloos netwerk op met toegang tot het wereldwijde web. De Amerikaanse regering trok hier 2 miljoen dollar (1,4 miljoen euro) voor uit.

“Een aantal onderzoeksgroepen werkt aan toestellen en oplossingen om internetcensuur over de hele wereld te omzeilen”, verklaart Mehdi Yahyanejad van Balatarin.com, een populaire Iraanse website die een cruciale rol speelde bij het mobiliseren van opposanten na de betwiste presidentsverkiezingen van 2009. “Hopelijk doet het nieuws van deze inspanningen de regering afzien van haar plannen voor een nationaal internet dat zou afgesneden zijn van de rest van de wereld.”

Het project voor een Iraans internet van ongeveer 1 miljard euro laat nog op zich wachten. Volgens de minister van Communicatie is het gepland voor het najaar van 2012. De voorbije jaren heeft Iran in ieder geval zijn controle over het internet fors uitgebouwd. In 2010 maakten de Iraanse autoriteiten de oprichting van een ‘internetpolitie’ bekend, die alle inhoud in het Perzisch in de gaten houdt.

Sinds de verkiezingsuitslag van 2009 gebruikt de Iraanse oppositie het internet om mensen op de been te brengen, de fouten van de autoriteiten ruim te verspreiden en algemeen om de verklaringen van de regering op de korrel te nemen. “Sociale netwerken op het internet eisen een zware tol van het land”, zei het hoofd van Iraanse politiemacht, Esmaeel Ahmadi Moghaddam, aan journalisten.

De autoriteiten sussen dat het nationale internet het wereldwijde web niet zal vervangen.

Velen geloven echter dat het ambitieuze plan om Iran verder te isoleren van de rest van de wereld onrealistisch en duur is. “Het verschil met andere landen die de internettoegang aan banden leggen – zoals Noord-Korea of Cuba – is dat de Iraanse economie met de rest van de wereld verbonden is”, legt Cyrus Farivar uit, auteur van The Internet of Elsewhere. “Je kan er moeilijk de stekker uittrekken. Een op de drie Iraniërs heeft toegang tot het internet, dat is veel.”

Volgens Farivar is het economisch en sociaal gesproken moeilijk om een nationaal internet te bouwen, maar technisch niet onmogelijk. “Alle providers in Iran vallen onder staatscontrole. De Iraanse regering kan het internet filteren, censureren en monitoren. Ze kan het zelfs vertragen (zoals in juni 2009) en volledig lam leggen als ze wil.”

Andere waarnemers zien belangrijke verschillen met landen als China. “Dat land zal zich niet van de rest van de wereld afsnijden. China zal ook zijn censuursysteem niet nog jarenlang in stand houden. In de praktijk is Iran eerder Noord-Korea”, stelt Isaac Mao, een Chinese activist en directeur van de Social Brain-stichting in Hong Kong.

Volgens Ehsan Norouzi, een Iraanse cyberactivist en journalist, gaat het opnieuw om een ideologische oorlog met de rest van de wereld. “De buitenlandse media kloppen dit onderwerp op en dat is precies wat de Iraanse regering wil. Ze stelt het voor alsof zij de wereld iets nieuws schenkt dat haar ideologie bevat.”

Momenteel worden nagenoeg alle websites en blogs die zich kritisch uitlaten over de regering gefilterd binnen Iran. Ook sociale netwerksites als Facebook, Twitter en YouTube en zelfs een groot aantal lifestylesites ontsnappen niet aan deze controle.

Sommige Iraanse activisten in de VS hebben herhaaldelijk aan de Amerikaanse regering gevraagd om financiële steun te geven aan de inspanningen om het Iraanse filtersysteem te doorbreken. Ze hebben ook aan de regering-Obama gevraagd om een internetsysteem via satelliet, waarmee mensen toegang krijgen tot het internet zonder vrees om geïdentificeerd te worden.

“Naast de middelen die Iran investeert om de toegang tot internet te beperken, is het geld dat de VS spenderen te weinig”, vindt een anonieme netwerkbeveiliger uit Teheran. “Wat de Amerikanen beweren te doen om het Iraanse internetbeleid te counteren stelt weinig voor en is politiek gemotiveerd.”

Bovenstaand artikel is overgenomen van de website www.mo.be.

Lienden, 30 juli 2011