AMSTERDAM-LIENDEN, Het KNP:
Volgens de Belgische website Uitpers.be rommelt het bij Amnesty International, en wel bij het Britse hoofdkwartier van deze organisatie. Interne ruzies over het beleid waren reeds eerder schering en inslag maar nu hebben inmiddels ook de media lont geroken van de interne problemen.
Als gevolg van een, door sommigen, asociaal bestempeld personeelsbeleid waren er de voorbije weken al twee stakingsacties. Afgelopen jaar vertrokken er vier regiodirecteuren waaronder Susan Lee die vorige maand opstapte.
Zij had Latijns-Amerika onder haar hoede. Voor wie Amnesty International al jaren volgt allemaal geen verrassing, aldus de Belgische site. Op de baas van Amnesty, secretaris-generaal Salil Shetty alsmede Kate Allen, de directeur van de lokale Britse afdeling wordt druk uitgeoefend om ontslag te nemen. Wat is er aan de hand?

Het beeld van een onbaatzuchtige ngo die zich met hart en ziel inzet voor de mensenrechten en politieke gevangenen ligt duidelijk aan diggelen. Wat wij nu te zien krijgen is er een van grijpzucht en asociale praktijken die zelfs doen denken aan de tijd van Charles Dickens. Met daarbij een politiek beleid dat netjes past binnen de westerse imperialistische oorlogsstrategie, aldus Uitpers.be.

Begin vorig jaar kregen twee vroegere topfiguren van de organisatie, secretaris-generaal Irene Khan en haar adjunct Kate Gilmore in december 2009 in het grootste geheim een ontslagvergoeding, die bij de andere werknemers maar ook bij de donateurs van Amnesty nogal de wenkbrauwen deed fronsen.
Khan kreeg 659.000 euro en Kate Gilmore ontving 350.000 euro als afscheidsgeschenk. Khan was aangesteld bij Amnesty juist met het doel om de armoede te bestrijden.
Deze ‘bonuscultuur’ raakte begin 2011 bekend toen Amnesty haar jaarverslag voor 2009 moest publiceren. Dit leidde intern tot een storm van protest. Gelukkig heeft Amnesty toegegeven fouten te hebben gemaakt.
Woordvoerster Susanna Flood: “Het werd geheim gehouden om het werk van Amnesty International niet te schaden. Het was totaal fout en Peter Pack, de voorzitter van de Internationale Uitvoerende Raad, is nadien niet meer herverkozen. Wij hebben hiervoor onze excuses aangeboden.”
Na deze oprisping kreeg Khan een goedbetaalde baan als rector bij de universiteit van Salford in Manchester en daarna ook als baas van de International Development Law Organization in Rome.

De vorige rectoren van de universiteit van Salford werden allen in de Britse adelstand verheven: Prins Philip, echtgenoot van de koningin; Sarah, hertogin van York, de ex-schoondochter van de koningin; Sir Walter Bodmer en Sir Martin Harris. Deze eer staat Khan hoogstwaarschijnlijk dan ook te wachten.
Kate Gilmore, de toenmalige adjunct van Amnesty, zit financieel op rozen. Ze is momenteel assistent secretaris-generaal en adjunct uitvoerend directeur van het United Nations Population Fund (UNFPA). Tot 2000, toen zij directeur van de Britse tak van Amnesty werd, werkte ze voornamelijk in Australië.
In juli van dit jaar, zo meldt de website van het UNFPA, hield zij een lezing bij het Europese parlement waarin ze de noodzaak van contraceptieven benadrukte. De UNFPA staat bekend als een club die het liefst de bevolkingsgroei in de wereld drastisch wil afremmen. De beschermvrouwe van het UNFPA is de kroonprinses van Denemarken, die net als Gilmore, jarenlang in Australië heeft gewerkt.

Maar volgens Uitpers.be heeft Amnesty weinig geleerd van de fouten van hun personeelsbeleid. Typerend voor het totaal gebrek aan inzicht en kritische zin binnen Amnesty en bij veel buitenstaanders is dat Irene Khan, toen zij nog baas was bij Amnesty, werd voorgesteld als een soort van heilige en een dame die Amnesty nieuw elan zou geven.
Khan kwam oorspronkelijk uit Bangladesh. Haar familie behoort er tot de rijke bovenlaag, de elite van het land.
‘Ongeveer gelijktijdig met de publicatie van de details rond die royale ontslagvergoedingen ontstaat ook de eerste frontale botsing tussen het management en de personeelsvakbond Unite’.
Maar de interne verhoudingen en de relaties met het personeel worden er echter niet beter op. Amnesty wil immers haar interne structuur hervormen en ‘een deel van het nu centraal in London werkende personeel naar verschillende regionale centra overhevelen’.
In het kader van de actie ‘Moving closer to the ground’ zouden er centra komen in onder meer Bangkok, Hong Kong, New York, Nairobi en Johannesburg. Maar volgens medewerkers en de vakbond wordt deze operatie volkomen amateuristisch en chaotisch aangepakt en kost daardoor bakken vol met geld.

Uitpers: ‘Het blijft dan ook intern rommelen en woedend riep de vakbond Unite voor 17 oktober een eerste staking uit, met een tweede op 20 november. “Dit is het meest leugenachtige management dat wij ooit meemaakten”, klinkt het bij de ervaren vakbond Unite. Zo stelt de bond dat het management sociale akkoorden rond onder meer de vakbondsvertegenwoordiging en arbeidsvoorwaarden zoals ontslagvergoedingen, detachering en loon zomaar zonder enig overleg verbrak. (…..) De toestand liep uiteindelijk zo uit de hand dat ACAS, de officiële Britse arbeidsbemiddelingsdienst, tussenbeide moest komen. Maar het met ACAS bereikte akkoord werd nadien eenzijdig door het team van Salil Shetty verbroken’.
Het ging zover dat Salil Shetty en het management dreigden met het ontslaan van alle personeelsleden om hen nadien voor een lager loon terug te werven. Met als gevolg dus een tweede stakingsactie, ook gesteund door personeel in o.a. Senegal, Parijs, Beiroet, Hong Kong, Oeganda en Johannesburg.
Ook hier poogt men zich bij Amnesty International te verdedigen. Maar de interne spanningen blijven bestaan volgens de woordvoerster van Amnesty.

Uitpers: ‘Sally Kosky van de vakbond Unite: “Het is toch straf dat een organisatie die transparantie, fair trade en de mensenrechten beweert te verdedigen zo’n personeelsbeleid voert. De vakbond verbieden is de vrijheid van vereniging in de vuilbak gooien. En dat is toch een van de meest fundamentele mensenrechten die er bestaan. Zij eisen dat regeringen en bedrijven elders hun akkoorden moeten eerbiedigen en treden hier diezelfde regels botweg met hun voeten. Het is schokkend. Daarbij komt nog dat de ongelijkheid qua lonen bij Amnesty International de voorbije jaren sterk is toegenomen. Zo verdienen acht mensen bij Amnesty tezamen per jaar ongeveer 1,24 miljoen euro. Dit terwijl de lonen voor de lagere staf grotendeels gelijk bleven en men ook personeel wil ontslaan.
Zo dreigen er bij Amnesty International UK, de Britse tak, tot 70 personeelsleden ontslagen te worden om zo vanuit de lokale afdeling meer te kunnen afdragen aan het internationaal secretariaat. Wat hier eveneens tot een sociaal conflict leidde met onder meer een tweedaagse stakingsactie en de roep om naast Salil Shetty eveneens de Britse afdelingsbaas Kate Allen te ontslaan. Ook hier was er een weigering van de directie om serieus sociaal overleg te plegen.’

Uitpers is niet mals in zijn kritiek op deze mensenrechtenorganisatie. ‘Maar dat er bij Amnesty International qua arbeidsrelaties zo te zien een negentiende eeuwse mentaliteit heerst hoeft niet echt te verbazen. In publicaties roept ze wel op om projecten als fair-trade te steunen, in werkelijkheid is Amnesty International feitelijk een spiegelbeeld van wat zij beweert te zijn. En dat blijkt bij een nader onderzoek ook duidelijk uit haar politiek handelen. Zo steunt zij zowel in Syrië als voorheen in Libië de door het Westen georganiseerde grotendeels salafistische rebellie. Wat men bij Amnesty betwist. Dat het Westen en die rebellen weigeren te onderhandelen is voor Amnesty voor zover bekend geen enkel probleem.’

Als je kijkt naar diverse mensenrechtenschendingen en de reactie van Amnesty daarop, is er wel degelijk sprake van, wat men in de jaren tachtig noemde, selectieve verontwaardiging. Mensenrechtenschendingen die door salafisten werden gepleegd waren er volgens Amnesty in Libië amper of niet. Alleen na de val van Kadhafi nam de kritiek op die nieuwe heersers en rondtrekkende gewapende bendes toe. Echter maar met mondjesmaat.
Hetzelfde pro-westerse beleid van Amnesty werd ook duidelijk in Cambodja toen zij van 1979 tot 1990 elke kritiek op de door de VS herbewapende Rode Khmer weigerde en alle banbliksems reserveerde voor Vietnam en de door haar geïnstalleerde Cambodjaanse regering. Niet toevallig twee vijanden van de VS.
En toen begin 2003 de Belgische journalist Thierry Falise en zijn Franse collega Vincent Reynaud na de moord op een Laotiaanse politieman in de cel terechtkwamen, was Amnesty er ook hier als de kippen bij om Laos aan te vallen.
De politieman was in de aanwezigheid van die journalisten door een groepje aanhangers van een zekere Vang Pao vermoord en dat waren voor Amnesty de slachtoffers, de helden. ‘Aan de familie van de vermoorde Laotiaanse politieman dacht men niet eens’. Opmerkelijk dat de Laotiaan Vang Pao in de jaren 1965 tot 1975 ‘s werelds grootste drugproducent en een van de meest moorddadige krijgsheren van de regio was. Maar ook deze man genoot de steun van de Verenigde Staten en nadien van Amnesty.

Over Israël zijn de meningen verdeeld. Amnesty wordt respectievelijk verweten pro-Palestijns, pro-Hamas te zijn of ook pro-Israël.
Begin dit jaar werd Suzanne Nossel tot directeur van Amnesty International USA benoemd. Zij werkte voorheen op het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Onder ex-president Bill Clinton was zij medeverantwoordelijk voor het beleid rond onder meer Afrika waarbij de Rwandese dictator Paul Kagame ongeziene roof- en moordtochten mocht houden in eerst Rwanda en daarna Congo, met als resultaat mogelijk miljoenen doden. ‘Verder toonde zij zich in publicaties ook voorstander van een oorlog tegen Iran en steunde ze voluit Israël.’
Het voor Israël kritische rapport van Richard Goldstone (zelf een zionist) over de voorlaatste oorlog tegen Gaza kon voor haar dan ook niet door de beugel. Verder heeft zij een topbaan gehad bij de Wall Street Journal, bij de Century Foundation waar functionarissen in de top zitten die hun carriere hebben opgebouwd bij twee beruchte banken: Goldman Sachs en MF Global, laatstgenoemde is inmiddels failliet.

Bij de Century Foundation is Morton Abramowitz een van de belangrijkste personages. Met hem zitten we in het centrum van de politieke machtselite van Amerika. Zo zit hij in het bestuur van het International Rescue Committee (IRI), dat zijn sporen heeft verdiend door op de achtergrond ondersteuning te geven aan allerlei ‘fluwelen’ revoluties in diverse landen van Oost-Europa. Bij het IRI komen politiek, CEO’s uit de bankwereld en de CIA samen.

Israël is voor Nossel, zoals ze het uitdrukte: “Een plek waar ik me op mijn gemak en thuis voel.” Over het Palestijnse probleem rept ze geen woord. Het bestaat voor haar blijkbaar niet en Israël wordt in haar ogen al te veel politiek aangevallen.
Maar er zijn ook critici die beweren dat Amnesty wel degelijk bevooroordeeld is tegenover Israël en Israël harder aanpakt dan Hamas, Al Fatah en in het verleden de PLO. Zo bekritiseerde Amnesty de Israëlische regering vanwege de blokkade van Gaza. Wat niet vermeld werd was dat deze blokkade juist bedoeld was om de wapensmokkel van Hamas tegen te gaan.
Zo noemde Frank Johansson de Amnesty baas in Finland, Israël in 2010 ‘een schooierstaat’ en ‘een schoftenstaat’. Kwalificaties die eerder van toepassing zijn op Sudan, Congo of Somalië waar alle mensenrechten al jarenlang systematisch geschonden worden en waar geen ‘rule of law’ heerst. En zo zijn er nog vele voorbeelden te noemen.

In mei dit jaar voerde Amnesty actie tegen de Navo die in Chicago een topbijeenkomst belegde over Afghanistan en waar ook de Afghaanse president Hamid Karzai aanwezig was. Amnesty spendeerde daarbij een pak geld aan een reclamecampagne met als slogan ‘Nato: Keep the progress going’. Dit terwijl gelijktijdig in die stad duizenden oorlogsveteranen tegen al die Amerikaanse oorlogen kwamen betogen en er hun medailles gingen terug geven.
Toen de betogers die affiches op de bushokjes zagen ging er dan ook een grote schok door de rangen. Nooit hadden ze zich dit kunnen inbeelden. Deze affiches maakten ook reclame voor een door Amnesty die 20ste mei georganiseerde zogenaamde schaduwconferentie rond vrouwenrechten in Afghanistan. Rechten die de Navo ginds dan maar verder moest blijven verdedigen.
De voornaamste gastspreker was Madeleine Albright, ex-minister van Buitenlandse Zaken en de vroegere bazin van Suzanne Nossel.
Madeleine Albright is de dame die als minister mede het embargo tegen Irak organiseerde waarbij volgens de VN alleen al 500.000 kinderen stierven. Een getal dat haar, toen men er haar mee confronteerde, niet eens deerde.
Trouwens in het door de Navo al bijna 12 jaar bezette Afghanistan is volgens een aantal multilaterale organisaties zoals de UNDP de vrouwensterfte bij de geboorte nog steeds de hoogste van de hele wereld.
Susanna Flood: “In de VS zien we dergelijke personeelswissels als deze met Suzanne Nossel wel meer. Wat betreft die slogan rond de Navo is er bij ons wel een ongelukkige fout gemaakt en verontschuldigden die mensen zich achteraf hiervoor. Dat Madeleine Albright daar kwam was om ook haar visie over de zaak te horen. De vrouwenrechten in Afghanistan zijn voor ons echt belangrijk.”

Op de website van Amnesty International USA wordt Nossels’ benoeming aangekondigd en staat ook haar CV te lezen. Zo werkte ze als topambtenaar – Deputy Assistant Secretary for International Organizations – op Buitenlandse Zaken zowel onder president Bill Clinton als nu onder Barack Obama. Onder Obama was zij mede verantwoordelijk voor het uitstippelen van het beleid rond Syrië, Libië, Iran en Ivoorkust.

Met betrekking tot Iran zorgde de VS onder Barack Obama ervoor dat het land geen radio-isotopen meer mocht invoeren, een essentieel element bij onder meer de kankerbestrijding. Suzanne Nossel tekende dan ook mee voor een beleid dat indirect naar massamoord leidde. Onder Clinton was ze ook betrokken bij het beleid rond Bosnië en Kosovo. Kosovo waar men via nepverkiezingen iemand aan de macht bracht die vele bronnen beschuldigden van onder meer orgaandiefstal en massamoord.

Maar Nossel is ook lid van de Council on Foreign Relations (CFR), het belangrijkste adviesorgaan en think tank van het State Department. Daarvoor had zij een topbaan bij het State Department. Verder was zij Chief Operating Officer bij Human Rights Watch, een club die ooit door megaspeculant George Soros is voorzien van maar liefst 100 miljoen dollar. Soros zit in de adviesraad voor Human Rights Watch. De carriere van Nossel is indrukwekkend.
Topmanager van Human Right Watch (HRW) is Michele Alexander die eerder bij de joodse belangenorganisatie Anti Defamation League (ADL) gewerkt heeft. Topman bij HRW is James F. Hoge, Jr. redacteur van Foreign affairs, het blad van de CFR.

Uitpers: ‘In het verleden is er al op verscheidene plaatsen zware kritiek geuit op bepaalde rapporten en verklaringen van Amnesty International, o.a. met betrekking tot de Rode Khmer in Cambodja, de Hmong in Laos en recenter de burgeroorlog in Syrië. Steeds nam de organisatie daarbij eenzijdige standpunten in en steunde men groepen die op grootschalige wijze de mensenrechten schonden. Recent nog lanceerde Amnesty International een rapport over Syrië waarbij alle misdaden eenzijdig voor de voeten van president Bashar al Assad en zijn regering werden geworpen. Een herhaling van haar beleid ten overstaande van Libië.’

Dat het establishment in Washington nu Amnesty International USA kan overnemen en deze laatste daarbij nog fier haar betrokkenheid bij het Amerikaanse imperialisme toont is schokkend. De maskers vallen nu helemaal af.
Het symbool van Amnesty International is een brandende kaars met prikkeldraad. Dat blijkt dus het prikkeldraad van Guantanamo en de brandende kaars die waarmee men in Amerikaanse gevangenissen mensen foltert.

Uitpers: ‘Ooit in 1961 is Amnesty door de Londense advocaat Peter Benenson opgericht om gewetensgevangenen te steunen. Nu is Amnesty International een bedrijf geworden dat op humanitair vlak de westerse politiek rugdekking geeft zodat de oorlogsvoering door het Westen met zo weinig mogelijk burgerprotest kan blijven doorgaan.’