AMSTERDAM-LIENDEN, Het KNP:
Na de aanslagen van 11 september 2001 zijn er in de hele westerse wereld wetten ter bestrijding van het terrorisme ingevoerd. Wetten die op gespannen voet staan met de basisprincipes van de rechtsstaat. Achteraf gezien blijkt dat er in Nederland ten minste één wet wellicht overbodig is geweest.

Uit een evaluatie van juni 2012 door het Ministerie van Justitie blijkt dat de Wet ‘opsporing en vervolging terroristische misdrijven’ tamelijk overbodig is. De verruiming van de opsporingsbevoegdheden is in de periode 2007 -2011 slechts 18 keer ingezet, waarvan 8 keer in 2007 en slechts 2 keer in 2011. Vijf keer zijn personen vastgezet zonder dat er een concrete verdenking was. In alle vijf gevallen bleek er bij nader onderzoek niets aan de hand.

Naast Schiphol zijn er geen extra veiligheidsrisicogebieden aangewezen. Sommige bevoegdheden zijn zelfs helemaal nooit gebruikt. In het rapport wordt geen enkel onderzoek vermeld dat daadwerkelijk een terroristisch plan aan het licht bracht.

Uit het rapport blijkt ook dat zonder de extra bevoegdheden de onderzoeken op een andere wijze wellicht ook zouden zijn uitgevoerd. Maar geïnterviewde functionarissen zeggen dat het “comfortabel is om bij twijfel over een verdenking”, terug te kunnen vallen op de verruimde bevoegdheden. Het rapport is te downloaden op: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-174320.html.

Deze wet verruimt de mogelijkheden voor politie en justitie om, ter voorkoming van terroristische aanslagen, in een zo vroeg mogelijk stadium op te treden. Voor de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden bij terrorisme is niet langer een redelijk vermoeden van een strafbaar feit nodig. Aanwijzingen zijn voldoende. Deze wet, die op 1 februari 2007 is ingegaan, heet volledig: de ‘Wet ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven’. Deze wet betreft een wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven.

Het is nu mogelijk om in een verkennend onderzoek informatie te verzamelen; om personen te fouilleren zonder concrete verdenking van een strafbaar feit; om van bijzondere opsporingsbevoegdheden gebruik te maken, zoals stelselmatige observatie en de telefoontap; om personen op te pakken bij verdenking van een terroristisch misdrijf, ook zonder het geval van ernstige bezwaren; om volledige inzage van processtukken uit te stellen.

Tussen februari 2010 en februari 2011 zijn in totaal 17 terrorisme gerelateerde opsporingsonderzoeken gestart. In twee van de 17 opsporingsonderzoeken is gebruik gemaakt van de nieuwe Wet opsporing terroristische misdrijven. Alleen op Schiphol, een van de permanente veiligheidsrisico- gebieden, is consequent gebruik gemaakt van de nieuwe bevoegdheden die de wet biedt. Verder is de wet niet gebruikt.

Uit interviews kwam naar voren dat de “normale” wetten meestal voldoende ruim zijn om te kunnen optreden. Er zouden “nauwelijks situaties denkbaar zijn waarbij je in een dreigende situatie niet zou kunnen acteren.” En: “Het feit dat de wet weinig wordt gebruikt, zorgt er ook voor dat de wet ‘verstoft’.”

Achtergronden van deze wet zijn te vinden op:
http://www.eerstekamer.nl/9370000/1/j9vvhwtbnzpbzzc/vh67dqb5gfzc

bron: http://www.privacybarometer.nl