AMSTERDAM-LIENDEN, Het KNP:
De Aoum-secte, die maart vorig jaar uitgebreid het nieuws haalde door de Sarin gifgas­aanslag op de metro van Tokyo, heeft in Rusland een ledental van ruim 30.000 aanhangers, ruim drie maal meer dan het ledenaantal van de secte in Japan. Ook heeft de Aoum-secte aanhangers in Taiwan, Korea, Amerika, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië.

Leden van de secte zijn in mei 1994 in Moskou opgeleid en getraind door de GRU, de Russi­sche militaire inlichtingendienst. Op het programma stond schieten met diverse soorten geweren, tankrijden en aanvalstechnie­ken.
Voor elk lid in opleiding heeft de secte per persoon 20.000 dollar aan de spionage­dienst van het Russische leger betaald. Dit nieuws meldde de Duitse televisie enige weken geleden.

Bij de arrestatie van de Japanse leden van de Aoum-secte (de secte van de Hoogste Waarheid) werd duidelijk dat het hier om een apocalypti­sche secte ging waarbij het gebruik van allerlei soorten gifgas slecht het preludium vormde van de totale destructie van de wereld die de leider Shoko Asahara voor ogen had. Hij verklaarde de Japanse samenleving de oorlog.
De hele wereld is slecht en moet ‘gezui­verd’ worden. Uiteinde­lijk zijn alle middelen gerechtvaardigd voor het heilige doel.
Vanaf 1992 zag hij zichzelf als de wedergekomen Christus die het Armageddon zou inluiden. Bij de inval in het hoofdkwartier van de secte is ook bewijsmate­riaal gevonden waaruit blijkt dat de secte van plan was de Japanse regering omver te werpen, nadat in zijn gelederen genoeg secteleden geïnfiltreerd waren (American Specta­tor, juli ’95).

Hoewel vrijwel alle bezittingen van de secte, die eind 1987 werd opgericht, in beslag zijn genomen en er een wet in de maak is om dit soort secten te verbieden, is het gevaar nog niet geweken.
Shoko Asahara, wiens werkelijke naam Chizuo Matsumoto luidt, is inmid­dels officieel in beschuldiging gesteld wegens moord, aanzetten tot moord, afper­sing, fraude, samenzwering tegen de Japanse staat en allerlei gewelds­delicten.

De secte was sterk gericht op Rusland. In Moskou bestaan zes plaatsen van waaruit de secte zijn activiteiten ondernam.
Na de definitieve val van het communisme in 1991 groeide de secte explo­sief. Asahara liet geen mogelijk­heid onbenut om allerlei soorten wapens, militaire handboeken en het begeerde uranium naar Japan te smokkelen.
De val van het communistische systeem vergemakke­lijkte het verkrijgen van de gewenste militaria. Zo liet Asahara Kalashnik­ov machine­geweren uit Rusland naar Japan smokkelen tot en met een heuse MIL-17 helicopter, die in gedeeltes het land werd binnen ge­bracht. (Le Nouvel Observa­teur, 12-7-1995).

Veel succes bereikte de secte met de infiltratie van de Russische politiek, de Nationale Veiligheidsraad, het Russische leger en de KGB. Via de oprichting van yoga-scholen in de grote steden, conferenties op de univer­siteiten en de vele uitzendin­gen in de Russische media bereikten secteleden vertegenwoordigers van ‘s lands politieke top.
Zo ontmoette Oleg I.Lobov, voormalig secretaris van de Nationale Veilig­heids­raad in februari 1992 Asahara persoonlijk in Tokyo. Een maand later kwam Asahara op zijn beurt naar Moskou om met Lobov gesprekken te voeren.
Na de gifgas­aanval in de metro van Tokyo werd de secte verboden en kort daarna werd ook Lobov afgezet.

De infiltraties binnen het leger en de militaire onderzoeksin­stituten waren zeer succesvol. Asahara en de zijnen konden zo hun begeerde wapens aan­schaffen. Niemand die in een land in verval, lette op een machinege­weer meer of minder.
Het meeste succes had de secte bij de infiltratie van de Stralings-, Chemische- en Biologische Defensietroepen van het Russische leger (The American Spectator, juli ’95).
De secte financierde onder andere een bloedonderzoekslaboratorium van een militair hospitaal en zorgde voor huisvesting van Russische officieren.
Behalve door de GRU werden leden van de Japanse secte in Moskou getraind in ge­vechts­tech­nieken gegeven door instructeurs van de ‘Spetznaz’ commando eenheden van het Russische leger. (Le Nouvel Observa­teur, 12-7-’95).