Arafat is iemand die zowel vriend als vijand intens wantrouwt. Hij accepteert op geen enkele manier een andere autoriteit dan zichzelf. Hij is zeer impulsief en vertoont extreme wisselingen in zijn emotionele leven en in zijn gedrag.
Hij luistert zelden naar anderen en is er op uit zijn directe omgeving volledig te controleren. Hij verdraagt geen kritiek. Zelfs opbouwende kritiek wordt door hem gezien als een persoonlijke aanval. Zijn beleid wordt gekenmerkt door warrige improvisatie en korte termijn denken.


Arafat ziet zich als het symbool van de Palestijnse natie, als een uitnemend leider die een historische rol voor zijn volk heeft te vervullen.

Behoefte aan persoonlijke vrienden heeft hij niet, alleen gehoorzame uitvoerders van zijn grillige beleid. Daardoor maakt hij vele fouten. Zijn overdreven eergevoel staat hem daarbij regelmatig in de weg. Aan de andere kant is hij ook een overlever, een kat met negen levens, iemand die tal van aanslagen heeft overleefd.

Op bijzondere wijze weet hij zich altijd als een kameleon aan te passen aan de situatie van het moment. Hij manipuleert, veinst, dreigt, schreeuwt, blaft iedereen af, liegt alsof het gedrukt staat, valt eindeloos in herhaling, overdrijft, spreekt met dubbele tong, zet zijn eigen vrienden gevangen, maar verontschuldigt zich de volgende dag en is weer de vriendelijkheid en het geduld zelve, alsof er niets gebeurd is. Daarbij probeert Arafat op alle mogelijke manieren betrouwbaar over te komen en is altijd bereid tot de dialoog.

Een recent verschenen psychologische studie van Arafat moet nieuw licht brengen op de man die de afgelopen decennia zijn volk eigenlijk meer schade aangedaan en ellende gebracht heeft dan goeds. ‘Arafat is een complexe persoonlijkheid’.
Volgens het rapport ‘Yasir Arafat – Psychological Profile and Strategic Analysis’, kenmerkt Arafat zich door zijn werkelijk ongelimiteerde onbetrouwbaarheid. Er is op geen enkele manier keiharde afspraken te maken met hem.

De auteurs van het rapport Dr.Shaul Kimhi, Dr. Shmuel Even en Jerrold Post zijn verbonden aan het International Policy Institute for Counterterrorism in Tel Aviv.

Depressies, euforische stemmingen maar ook een gebrek aan emotionele stabiliteit kenmerken de altijd hyperactieve Arafat. De auteurs menen dat Arafat een goed voorbeeld is van een ‘borderliner’. Volgens anderen een voorbeeld van een paranoïde persoonlijkheid. Hij eist respect en hoogachting van anderen, maar bruuskeert en vernedert zijn strijdmakkers.

Arafat kan lang van te voren gemaakte afspraken op het allerlaatste moment zonder enige reden afzeggen, reisplannen veranderen zonder zijn lijfwachten te informeren, zijn piloot de opdracht geven tijdens de vlucht de bestemming te veranderen.
In 1993, toen bepaalde onderhandelingen met Egypte afgerond waren, presteerde Arafat het tijdens de plechtige ceremonie in Caïro diverse documenten en protocollen niet te ondertekenen. Dit tot grote woede van de Egyptische leider Mubarak.

Vanaf zijn vroegste jeugd stond het leven van Arafat in dienst van het conflict met zijn omgeving en de strijd voor zijn volk. Hij heeft nauwelijks enige opleiding genoten en is daardoor zeer beperkt in kennis en heeft nauwelijks inlevingsvermogen.
Hij snapt niets van de Israëlische samenleving en moet niets van democratie of democratische systemen hebben. Hij heeft nooit in een democratisch systeem geleefd en zal alleen democratie toestaan als hij zeker weet dat het zijn macht versterkt.
Een belangrijk gegeven in intermenselijke relaties, vertrouwen, is volledig onbekend bij Arafat. Vreemd genoeg beschouwt hij zichzelf als voortdurend verraden door zijn omgeving, al vanaf zijn jeugd. Een jeugd die niet bepaald gemakkelijk is geweest.

In het rapport worden diverse feiten vermeldt hoe verward, grotesk en onlogisch Arafat te werk gaat. Ook al is het voor iedereen duidelijk hoe een bepaalde zaak in elkaar steekt, Arafat houdt vast aan zijn eigen standpunt en propageert op robuuste wijze zijn eigen versie als de enige waarheid. Men vraagt zich echt af hoe het mogelijk is dat Arafat al zo lang is geaccepteerd door de internationale gemeenschap en serieus is genomen door de politiek.

Geweld speelt een belangrijke rol in de tactiek en de strategie van Arafat. Geweld is een middel om het doel te bereiken.
Hierbij maakt Arafat gebruik van twee soorten geweld: 1) het ophitsen van de bevolking; het op de straat sturen van Palestijnse jongeren die het Israëlische leger te lijf gaan.
2) het gebruik van terreur: Arafat treedt nauwelijks op tegen terreur en zelfmoordacties. Hij weigert met Israël op veiligheidsgebied samen te werken om zodoende de terreur een halt toe te roepen. Hij creëert een gunstige voedingsbodem voor terreur en pakt terroristen niet of nauwelijks aan. Hij beloont families die hun kinderen opofferen aan de intifadah.

Bij een bepaalde terreuraanslag, vertelde hij voor de westerse camera’s dat dit een spontane volksopstand was, zodat het makkelijker was Israël hiervan de schuld te geven. Wat hij volgens de auteurs niet doorheeft, is dat hoe meer hij persoonlijk betrokken is bij het aanzetten tot terreurdaden tegen Israël, des te meer zijn eigen rol daarin geopenbaard wordt.

De gewapende strijd tegen Israël is een van de belangrijkste strategische doelen in Arafat’s politiek. Hij gebruikt terreur in de onderhandelingen als drukmiddel, niet realiserende dat dit weinig of niets oplevert.
Arafat stuurt zonder scrupules kinderen in de strijd terwijl hij kan weten dat deze in gewelddadige botsingen met het Israëlische leger kunnen omkomen. Het weerhoudt hem er niet van. Het is alles ter meerdere glorie van de Palestijnse revolutie en het bewust cultiveren van martelaren.

De Israëlische militaire acties maken weinig indruk op Arafat, omdat deze acties over het algemeen beperkt zijn. Zo lang de Palestijnse autoriteit niet aangepakt wordt, acht Arafat zich relatief veilig. Arafat staat erom bekend dat hij enorme risico’s neemt.

De economische sancties die de Israëli’s nemen, hebben nadelige gevolgen voor de bevolking, maar treffen Arafat persoonlijk niet. Hij is bereid om slachtoffers te maken en het leed van zijn eigen mensen, waarvoor hij zelf grotendeels verantwoordelijk is, te verklaren als gevolg van de ‘misdadige acties’ van Israël. Een ultimatum stellen aan Arafat heeft weinig zin, want Arafat legt dit uit als een persoonlijke vernedering.

Ook de regeerstijl en de financiële malversaties komen in het rapport ter sprake. Hij is de enige binnen de Palestijnse autoriteit die weet wat er met al het geld gebeurd.
Al met al is Arafat een ‘one-mission person’, die zijn eigen verjaardag samen laat vallen met de geboorte van de Palestijnse revolutie.

Iemand die niet op zijn woord te vertrouwen is en waar iedereen moeilijk mee overweg kan. Als er geen enkele basis voor vertrouwen is, is het moeilijk om afspraken te maken.
Al deze trekken lijken zich te versterken naarmate Arafat ouder wordt en zich vastklampt aan zijn eigen ‘Palestijnse revolutie’.

De auteurs concluderen daarom dan ook dat een Palestijnse staat de problemen niet zal oplossen zolang Arafat de touwtjes in handen heeft.