De belegger anno 2008 weet zo langzamerhand niet meer waar hij zijn geld moet laten. Afgezien van de economische tegenwind en de kredietcrisis die momenteel de financiële markten in de greep houden, presteren ook het overgrote deel van beleggingsfondsen onder de maat. Desondanks is het aanbod in dergelijke fondsen de afgelopen jaren explosief toegenomen. De belegger wordt overspoeld met beleggersinformatie.
“Het verkopen van fondsen is ook een vorm van marketing, en de fondsaanbieders proberen u te verleiden met de nieuwste modes en trends. Het wachten is op een fonds dat belegt in Antartica: Beleg in de laatste sneeuw op aarde.”

Fiscalert, een magazine voor de financiële consument, waarschuwt niet mee te doen met allerlei trends en modegrillen als het gaat om aanbiedingen van deze of gene, met oproepen om geld in een of ander beleggingsfonds te stoppen. Het merendeel van al deze fondsen maakt zijn belofte niet waar.
Ook weten we intussen dat beleggingen in teakhout of scheepvaart cv’s, of allerlei schimmige vastgoed beleggingen in verre exotische oorden eerder tot de categorie veredelde oplichterij thuishoort.

“Vrijwel alles in de wereld is aan trends en mode onderhevig, met dank aan slimme marketeers.
Op die manier creëer je altijd weer een nieuwe reden om mensen- bewust of onbewust- iets te laten kopen. Zelfs de financiële wereld is niet wars van dit fenomeen, alleen is het de vraag of u daar als belegger altijd blij mee moet zijn”, aldus Jeroen Vetter, directeur van SNS Fundcoach.

Vroeger was het eenvoudig. “Beleggen was totaal niet populair bij het grote publiek, beleggers hoefden niet verleid te worden. Beleggingsproducten bestonden niet, op een paar beleggingsfondsen na.” Vroeger had Robeco vier fondsen, nu heeft hij er tientallen. En dit geldt voor alle banken.
Uit de database van fondsonderzoeker Morningstar blijkt dat er alleen al in Nederland 11.000 beleggingsfondsen zijn geregistreerd. Er zullen wat dubbeltellingen tussen zitten, maar qua aantal is het ruim 70 maal méér dan dat er aandelen op de Nederlandse beurs zijn genoteerd.

“Maar één kritische blik op dit ongelofelijke fondsaanbod en een opmerkelijk inzicht ontstaat: van die 11.000 fondsen bestaat slechts een fractie -1857 stuks- tien jaar of langer, en over de afgelopen tien jaar hebben van deze 1857 fondsen er slechts 706 een gemiddeld rendement van 4 procent of meer behaald. Slechts 229 fondsen hebben een gemiddeld rendement behaald van meer dan 10 procent. Grofweg kunt u hieruit twee conclusies trekken. Ten eerste dat de meeste fondsen er in de afgelopen tien jaar bij zijn gekomen en ten tweede dat slechts een gering aantal fondsen op lange termijn een goed gemiddeld rendement laat zien, althans goed genoeg om op te wegen tegen de risico’s die u ervoor moet lopen.” Volgens Vetter had de belegger zijn geld beter op een spaarrekening kunnen zetten. “Dat is wellicht een merkwaardige opmerking van iemand die leiding geeft aan een fondsensupermarkt, maar zo liggen nu eenmaal de kaarten.”

De keuze aan beleggingsfondsen is inmiddels zo groot dat beleggers moeite hebben om te kiezen. De fondsen die over de afgelopen jaren een zeer goede return hebben opgeleverd, waren fondsen waar beleggers destijds de neus voor ophaalden. Maar niemand stapte toen in, omdat het fonds niet ‘in’ was.
Nu kunnen beleggers kiezen in themafondsen, sectorfondsen, landenfondsen, vastgoedfondsen, groeifondsen en opkomende markten fondsen. En elke week komen er nieuwe fondsen en producten bij en de advertenties in de diverse media zijn niet van de lucht.

Behalve beleggen in aandelen is het trouwens ook mogelijk geld te stoppen in allerlei andere financiële producten die de banken aanbieden of waar banken aan verdienen door provisie in te houden op transacties.  Naast de genoemde beleggingsfondsen, zijn er ook de obligatiefondsen, mixfondsen, clickfondsen, special products, allerlei derivaten zoals opties (inmiddels ook weekopties) en futures (termijncontracten). En als dat niet interessant genoeg is kun je je geld nog steken in aandelencertificaten, (reverse) convertibles, turbo’s, trackers op allerlei mogelijke grondstoffen en op de beurs verhandelbare indexfondsen (EFT’s).

Vetter: “Maar eigenlijk willen mensen helemaal niet kiezen. Het liefst steken ze hun geld in één fonds dat voor hen kiest, precies zoals dertig, veertig jaar geleden. Dat kan nog steeds, alleen moeten ze nu wel een speld in een hooiberg van 11.000 fondsen zoeken.”

Banken bieden graag hun producten aan, het liefst huisfondsen, hoe meer des te beter en hoe meer geld er binnen stroomt.
Als een belegger in een fonds stapt, worden er aankoopkosten berekend. Daarnaast het jaarlijkse bewaarloon en ook weer verkoop/transactiekosten als de belegger weer wil uitstappen. Deze kosten kunnen oplopen tot ongeveer 2% van het belegde kapitaal. En hiervoor hoeft de bank niets te doen. Deze tarieven liggen bij Private Banking/ Vermogenbeheerders nog hoger. Op mensen die goed in de slappe was zitten, wordt dubbel en dwars verdiend.

In een ander artikel in Fiscalert gaat vermogensadviseur Aernout van den Berg in op de huisfondsen die door banken worden aangeboden. Dit zijn beleggingsfondsen die door banken zelf worden beheerd.
“Als het gaat om adviseren van beleggingsfondsen doen ze bijna niet anders. Logisch wel, want het is een lucratieve business. De kosten die de cliënt voor het huisfonds betaalt, blijven op die manier geheel binnen boord.”
Uit een onderzoek van het onderzoeksbureau Millward Brown blijkt dat de portefeuille van beleggingscliënten van grote banken voor het overgrote deel uit eigen huisfondsen bestaat. “Cliënten zouden weinig avontuurlijk zijn als het om de keuze van beleggingsfondsen gaat en zich vaak laten leiden door hun eigen bank.”

Feit is dat de helft van alle beleggingen plaatsvindt door middel van beleggingsfondsen.”Van die beleggingsfondsenmarkt hebben de grote banken ruim 90% in handen. Dat wil zeggen dat de meeste beleggingsfondsen worden verhandeld via die banken.”
En met name die huisfondsen presteren niet zo goed, zelfs significant slechter dan de benchmark. Desondanks worden ze toch door de banken gepusht.
“Als al die huisfondsen zo goed zijn, waarom koopt niemand anders ze? Dat krijg je dus, als je niet werkelijk onafhankelijk advies krijgt. Iedereen snapt dat je bij een Renault dealer geen advies krijgt om een Peugeot te kopen. Toch schijnen de meeste beleggers te denken dat een adviseur van willekeurig welke grote bank ineens wél onafhankelijk advies geeft. Als makke schapen worden beleggers naar de slachtbank geleid. Wat dat betreft is die tv-commercial van Binck Bank, waarin de klant tot op de laatste cent wordt gestript, best aardig bedacht.”

Van den Berg: “Het financiële belang van de bank wordt dus geplaatst vóór het in mijn ogen hogere financiële belang van de klant, te weten: het best mogelijke rendement bij een van te voren vastgesteld risico. Neemt u van mij aan, de meeste huisfondsen van de Nederlandse banken voldoen hier echt niet aan.” Volgens van den Berg kan ook niemand tegelijk overal goed in zijn, noch vermogensbeheerders, noch banken. “Maar banken lijden een beetje aan grootheidswaanzin. Ze doen net alsof ze álles kunnen: verzekeren, beleggen, hypotheken. Het zijn tienkampers. Maar een belegger is op zoek naar de beste hardloper, de beste verspringer, de beste hoogspringer. Die zijn er natuurlijk wel, alleen zitten ze niet allemaal bij die ene huisbank.” En die huisfondsen presteren, zoals reeds gezegd, niet best.
“Mensen die weten waarover ze praten – professionele vermogensbeheerders maar ook geïnformeerde particulieren die via internetbrokers handelen en uit een enorm aanbod kunnen kiezen – zien nauwelijks heil in dergelijke fondsen.
Dat er zo weinig indexfondsen worden verkocht, is ook verklaarbaar: die doen het na kosten in de meeste gevallen stukken beter dan al die dure huisfondsen, dus geen bankadviseur die het in zijn hoofd haalt zo’n product überhaupt ter sprake te brengen.”
Volgens van den Berg bewijzen banken zich vooral zelf een dienst in plaats van te investeren in goede relaties op de lange termijn, door klanten een dienst te bewijzen met het adviseren van goede – al dan niet buitenlandse – fondsen. (…) Niet alleen doet dat hun reputatie geen goed, het kost de ‘huisfondsenbelegger’ gemiddeld jaarlijks minstens zo’n 1,5 tot 3 procent aan rendement.”
Maar zo lang de (huisfondsen) belegger de hobby van de bank niet doorheeft, gaat het misleiden, het afknijpen en het leegschudden van de klant gewoon door.
Naast een onderzoek naar de  ‘woekerpolissen’ zou er ook eens een onafhankelijk onderzoek moeten komen naar ‘woekerfondsen’.