“Er is door middel van deregulering en het wegvallen van nationale economische grenzen een mondiale economie gecreëerd die machtiger is dan welke regering dan ook- en ze vliegt op de automatische piloot recht op een hoge berg af”.
“Er is sprake van een zorgwekkend gecorrumpeerd mondiaal systeem dat ver buiten het bereik van menselijke controle aan het rondtollen is. De dynamiek van het systeem heeft zoveel macht verworven en is zo verdorven dat het voor bedrijfsmanagers steeds moeilijker wordt om met hun werk het algemeen belang te dienen, ongeacht hun morele waarden en hun inzet.”

Het in 2003 verschenen boek van David Korten met de titel ‘Het Bedrijfsleven aan de Macht’, is gezien de huidige kredietcrisis actueler dan ooit.
Ondanks de rampspoedmeldingen verdienen multinationals en banken nog steeds aan de crisis en worden er nog steeds CEO’s weggebonjourd met gouden handdrukken en fortuinlijke bonussen.
Ook schreef Korten in 2003 dat de vijf grootste investeringsbanken in Amerika konden speculeren met kredieten die zevenentwintig keer zo hoog waren als hun feitelijke vermogen. Banken creëerden geld uit niets door massaal leningen uit te schrijven. Wat daar de gevolgen van zijn, hebben we de afgelopen maanden mogen meemaken.

Korten besteedt in zijn boek ruimschoots aandacht aan de vraag hoe het zo ver kon komen. Hoofdschuldige: de vrijemarktideologie. Niet dat de vrije markt op zich niet goed zou zijn, maar de ideologie van de vrije markt is hiervoor verantwoordelijk.
Deze ideologie is “overal ter wereld met een bijna religieus enthousiasme aanvaard. Geld is er de enige maatstaf voor waarde en in de praktijk bevordert de ideologie een politiek die de desintegratie van het milieu en van de samenleving overal ter wereld verergert. Economen zijn de priesters van die ideologie.”
Hebzucht, eigenbelang, verwerven van bezit, economische groei en ruim baan (op het gebied van nationale en internationale wetgeving) voor het bedrijfsleven zijn de kernwaarden van deze ideologie die zijn wortels heeft in de neoklassieke of neoliberale economie. En dat heeft uiteraard zijn gevolgen, aldus Korten.
“Deze vrije marktideologie is de dominante filosofie van onze politieke cultuur en van onze machtigste instituties geworden.”

“Wij zijn in bijna elk land van de wereld getuige van een zich in een steeds hoger tempo voltrekkende sociaal-maatschappelijke en ecologische desintegratie.”
Volgens Korten is de oorzaak van deze crisis een economische. Sinds 1950 is de economische productiviteit vervijfvoudigd. Dat kan de draagkracht van het ecosysteem op aarde niet meer aan. Ook regeringen laten dit probleem grotendeels gelaten over zich heenkomen.
Maar tegelijkertijd is het ook een bestuurscrisis “die is ontstaan uit een samenloop van ideologische, politieke en technologische krachten achter een proces van economische globalisering dat regeringen, verantwoordelijk voor het algemeen welzijn, van hun macht berooft ten gunste van een handvol transnationale bedrijven en financiële instellingen die slechts door één dwingend motief worden gedreven, namelijk het streven naar financieel gewin op de korte termijn. Daardoor concentreert een kolossale economische en politieke macht zich in de handen van een kleine elite, die in een hoog tempo beslag legt op een steeds groter deel van onze afnemende natuurlijke rijkdom – en die zo de geruststellende overtuiging verwerft dat het systeem perfect werkt.”

Om dit systeem in stand te houden in de hoofden van de mensen is er een “actieve propagandamachine, die onder controle staat van de grootste transnationale bedrijven ter wereld, die proberen er ons van te overtuigen dat consumentisme de weg naar geluk is. (…)
In feite zijn dit allemaal mythen, die worden verspreid om een verwerpelijke hebzucht te rechtvaardigen en te verhullen dat de globalisering van onze instituties een gevolg is van de geraffineerde, financieel goed onderbouwde en opzettelijke ingrepen van een kleine elite die genoeg geld heeft om, geïsoleerd van de rest van de mensheid, in een illusoire wereld te leven.”

Een belangrijke rol in deze ‘hersenspoeling light’ spelen de lobby-organisaties en de public-relationsbureaus, die massaal publicaties en berichten verspreiden om de publieke opinie in de gewenste richting te manipuleren.
Daarnaast doneert het bedrijfsleven honderden miljoenen dollars aan de verkiezingscampagnes van de beide politieke partijen in de VS. (Op elk lid van het Amerikaanse Congres zijn bijna veertig lobbyisten actief).
Korten is dan ook van mening dat democratie eigenlijk te huur of te koop is, afhankelijk van de termijnvisie die het bedrijfsleven er op dat moment op na houdt. Wetgeving wordt massaal herschreven ten gunste van buitenlandse ondernemingen en grote multinationals. En o wee, wie daar probeert tegen in te gaan.
En natuurlijk de rol van de media: het blad The Economist meldde in 1999 dat de uitgaven van het mondiale bedrijfsleven aan reclamespotjes op radio en televisie en andere media het astronomische bedrag van meer dan 240 miljard dollar bedroegen.

Maar dat de propagandamachine niet overal werkt, blijkt uit de wereldwijde beweging tegen mondialisering en globalisering. Deze beweging groeit wereldwijd.
Grote groepen mensen zien ook het wereldwijd falen van instituties. Regeringen, presidenten, premiers, ministeries, ambtelijke diensten, gezagsdragers, bureaucratieën, ze zijn allemaal de weg kwijt. De gevolgen van hun onverholen, onverantwoordelijk en onbeschaamd gedrag wordt bijna dagelijks in de media voor het voetlicht gebracht.

Ook besteedt Korten een heel hoofdstuk aan de drie organisaties die verantwoordelijk zijn voor de opbouw van de consensus ten behoeve van de globalisering: de Amerikaanse Council on Foreign Relations, (‘een broedplaats voor leiders en nieuwe denkbeelden’) een machtig adviesorgaan ten dienste van de Amerikaanse buitenlandse politiek waarvan praktisch iedereen die in Amerika een leidende politieke rol speelt lid is.
De anderen zijn de Bilderbergers en de Trilaterale Commissie, een trilaterale economische alliantie tussen de VS, Canada, West-Europa en Japan. Korten beweert dan ook dat het politieke beleid dat tot stand komt door consensus onder deze elites “een steeds effectievere aanval op de democratische instituties betekent. Hoe meer politieke macht zich concentreert binnen de grote transnationale ondernemingen (…), hoe minder macht het volk krijgt en hoe betekenislozer de democratie wordt.”
Daarnaast heeft het bedrijfsleven adviesgroepen en think tanks gefinancierd die conservatief beleid uitventen en die de ideologie van de vrije markt zijn toegedaan.
Voorbeelden: de Heritage Foundation, het American Enterprise Institute en het Institute for Educational Affairs.
Het zg. North American Free Trade Agreement (NAFTA) is voor een aanzienlijk deel tot stand gekomen door de inspanningen van de Business Roundtable, een exclusieve club van Amerika’s belangrijkste topindustrielen.
En de Business Council on Sustainable Development is het instrument om o.a. de Verenigde Naties in de nekvel te pakken als zij het lef hebben om aan transnationale ondernemingen “afdwingbare internationale maatstaven op te leggen.”
Bovendien probeert het internationale bedrijfsleven via de Wereldhandelsorganisatie (WTO) hun macht te consolideren. En met name de Wereldbank en het IMF kunnen geen beleid maken zonder rekening te houden met de multinationals.

Zelf zijn de transnationale ondernemingen de gevangene geworden van een mondiaal financieel systeem “dat geld verdienen heeft losgekoppeld van de creatie van werkelijke rijkdom en dat extraherende investeringen lucratiever maakt dan productieve investeringen.” Speculanten en ‘corporate raiders’ (bedrijfsplunderaars) hebben hierbij vrij spel.
Aan de top van dit financiële systeem staat een elite. Deze financiële elite is “hoog boven de rest van de mensheid tot een statenloze gemeenschap aan het versmelten, volstrekt gescheiden van de wereld waar de grote meerderheid van de gewone stervelingen woont.” Deze financiële elite is een gevaar voor de wereldeconomie.

Er is dus sprake van een toenemend corporatisme. Volgens Korten wordt de macht bepaald door “de globalisering van het bedrijfsleven, versterkt door een verbond tussen de grootste ondernemingen ter wereld en de machtigste landsregeringen.”
Volgens sommigen ziet de toekomst van het bedrijfsleven eruit als een supernetwerk van grote strategische allianties tussen bedrijven en multinationals uit verschillende bedrijfstakken en landen dat bijna als één enkel bedrijf handelt. “Deze molochs zullen de bestaande mondiale giganten in het niets doen verzinken.” Het blad Business Week sprak van een ‘schaduwwereldregering’.

Korten: “Dit verbond wordt ondersteund door de macht van het geld en de doelstelling ervan wordt bepaald door de wens om de nationale economieën te integreren tot één enkele mondiale economie zonder grenzen, waarin gigantische transnationale ondernemingen alle vrijheid hebben om, zonder bemoeienis van de overheid, geld en goederen naar elke plek ter wereld te verplaatsen die kans biedt op winst. In naam van een grotere efficiëntie streeft dit verbond ernaar publieke diensten en middelen te privatiseren en de waarborgen voor investeerders en particuliere bezitters te versterken.”

“Hoe groter individuele spelers worden en hoe meer ze onder één hoedje spelen, hoe moeilijker het wordt voor nieuwe of kleine bedrijven om zich op de markt te handhaven; hoe meer invloed monopolies krijgen, hoe minder concurrentie mogelijk is; hoe meer politieke macht de grootste bedrijven kunnen uitoefenen, hoe meer concessies ze regeringen kunnen afdwingen die hen in staat stellen nóg meer kosten op de samenleving af te wentelen.”

De meeste CEO’s van grote multinationals hebben zich bovendien verenigd in machtige economische belangengenootschappen en lobby’s.
De belangrijkste is wel de European Round Table of Industrialists, die de motor is voor de transformatie naar een nieuwe economische wereldorde. Daar moeten alle economische barrières, handelsbarrières, investeringsbarrières en juridische barrières geslecht worden, zoals Sony topman Akio Morita in 1993 in een open brief aan de staatshoofden van de G7 liet weten. Op dat moment was Morita de Japanse voorzitter van de Trilaterale Commissie.

“Mondiale ondernemingen zijn gecreëerd om koloniale imperiums ten dienste van koningen op te bouwen en daarom zijn ze niet geschikt voor de taak rechtvaardige, duurzame en meedogende civiele samenlevingen te creëren die de economie van het genoeg en samenwerking bevorderen en die respect hebben voor het grote geheel van het leven.”

Korten zegt ook dat veel bedrijven betrokken zijn bij de georganiseerde misdaad. Er gaat bijna geen maand voorbij of er is wel een multinational die in het nieuws komt wegens fraude, belastingontduiking, witwassen van geld, betrokkenheid met de drugshandel, smokkel, afpersing en chantage, maar ook met schending van mensenrechten en milieuvernietiging.
Ethisch en maatschappelijk verantwoord ondernemen, al dan niet met een groen schilletje eromheen, is vaak een mombakkes waarmee het volk een rad voor de ogen wordt gedraaid. Het gaat de grote multinationale bedrijven allereerst om grof geld verdienen en aandeelhouders tevreden te houden.

“De huidige strijd tussen de krachten van de mondialisering van het bedrijfsleven en die van de beweging voor levende democratie is naar traditionele maatstaven al even ongelijk.
Het mondiale bedrijfsleven heeft het geld en de wapens. Maar uitoefening van brute macht tegen een ontwaakte bevolking keert zich vrijwel altijd tegen zichzelf. Hoe agressiever de instellingen van het mondiale kapitalisme hun geld, hun controle over de media en hun politiemacht gebruiken om de strijd ten behoeve van leven en democratie te onderdrukken, des te sneller ontmaskeren ze de illusies waarop hun macht berust en zo versnellen ze de bewustwording van de bevolking en verhaasten ze hun eigen val”.

“De taak die voor ons ligt, is een wereld die wordt geregeerd door geldzuchtige ondernemingen te transformeren tot een wereld die wordt geregeerd door mensen die worden gemotiveerd door hun liefde voor het leven.” Want het mondiale systeem is “een parasitaire rover geworden die leeft van het vlees van zijn gastheer: de productieve economie.”
De noodzaak is groot om “dit roofzuchtige systeem van mondiale heerschappij” te vervangen door een systeem van gezonde marktprincipes, waarin mensen, instellingen en leefgemeenschappen weer hun juiste plaats kunnen innemen. Korten is in dezen nogal geporteerd van het subsidiariteitsbeginsel; alle sociaal-maatschappelijke en politieke activiteiten delegeren naar het niveau waar ze thuishoren.
Korten geeft daarbij aan dat hij in alles geïnspireerd wordt door de christelijke beginselen. Maar af en toe zit daar toch wel een New Age-achtig tintje aan.

David C. Korten: Het bedrijfsleven aan de macht, Lemniscaat, 2003, 456 pag.