AMSTERDAM-LIENDEN, Het KNP:
De in 2001 opgerichte Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) groeit snel. De Belgische politie heeft deze databank in gebruik genomen om informatie van alle politiediensten te combineren. De juiste informatie op het juiste ogenblik op de juiste plaats, zo was de ambitie.

Ook criminaliteitsstatistieken zijn via de ANG makkelijker bij te houden. Inmiddels staan er bijna twee miljoen Belgen geregistreerd in de superdatabank van de Belgische politie, ruwweg een vijfde deel van de bevolking. “Dat lijkt veel,” aldus Marc Vandendriessche, directeur politionele operationele informatie bij de federale politie, maar “het gaat soms om niet-geïdentificeerde verdachten, bijvoorbeeld van winkeldiefstallen. Vaak komen personen dus ongemerkt twee keer voor in onze database. Bovendien registreren we jaarlijks ongeveer een miljoen processen verbaal.”

Het Belgische weekblad Knack besteedde als een van de weinige aandacht aan de ANG. Dat je voor heel wat minder in de ANG terechtkomt en er nooit meer uitkomt, blijkt uit het feit dat de voorwaarden om iets in de ANG op te nemen, niet duidelijk zijn. Het koninklijk besluit daarover zit vast in de fase van de besluitvorming, weet men bij de Belgische Privacycommissie. “Voorlopig worden de voorwaarden om iets op te nemen bepaald door ministeriële omzendbrieven, maar die zijn geheim.”’. Is België op weg een soort politiestaat te worden?

De Belgische afdeling van de Liga voor de Mensenrechten is absoluut niet blij met deze gang van zaken. Volgens de Liga moet aan de beslissing een openbaar en parlementair debat voorafgaan. “Mensen lopen een steeds groter risico om te worden geficheerd op basis van onduidelijke criteria, vaak zonder dat men daarvan op de hoogte is.”. Medewerkers van de Liga hebben inmiddels geprobeerd inzage te krijgen in hun eigen dossier, maar dat blijkt onmogelijk. “Ook als wij trachten te weten te komen welke categorieën van gegevens allemaal worden opgeslagen, vangen we bot. De controlemechanismen zoals ze nu bestaan, zijn ontoereikend om de recente explosie aan maatregelen, waarbij steeds meer persoonsgegevens worden verzameld en bewaard, te overzien.”
In België hebben burgers geen rechtstreekse toegang tot dergelijke politionele databanken. Ze kunnen dus niet zelf controleren wat de politie over hen weet. Alleen via de Privacycommissie kunnen er klachten ingediend worden. Maar ook dat blijkt in de praktijk een wassen neus.

De ANG bevat vooral ‘harde’ en ‘zachte’ informatie. De ‘harde’ informatie is “informatie over misdrijven, gestolen voorwerpen, voertuigen, wapens en plaatsbeschrijvingen waar een misdrijf gepleegd werd. Persoonsgegevens (foto’s, vingerafdrukken) worden alleen opgenomen wanneer de persoon in kwestie een objectieve link heeft met een misdrijf. Slachtoffers worden niet in de databank opgenomen.”

Daarnaast bevat de ANG ook ‘zachte’ informatie, die niet duidelijk in tijd en ruimte bepaald wordt, “maar wel relevant is voor het onderzoek” Zachte informatie kan pas in de ANG worden opgenomen als de gegevens een ‘concreet belang’ hebben. Hoe ‘concreet’ is niet duidelijk en staat nergens beschreven.
De politieambtenaar ter plekke bepaalt wat concreet is. Hij bepaalt of de informatie waarvan hij kennis heeft genomen “voldoende belangrijk is om in een informatierapport te worden geregistreerd.” Zo staat het in het Staatsblad van 18 juni 2002.
De exacte voorwaarden zijn vastgelegd in een ministeriële omzendbrief, maar die is niet openbaar. “Politieagenten zijn eigen rechter,”, meent Mathieu Beys, als jurist verbonden aan een bekende Belgische universiteit. Volgens hem hebben politieagenten de neiging om zoveel mogelijk te registreren en vast te leggen, want ze weten dat op het achterhouden van informatie zware sancties staan.

Het jaarverslag van het Comité P stelde in 2007-2008 dat 73% van de fysieke beschrijvingen onvolledig was of fouten bevatte. Dit had vooral te maken met het gebrek aan professionaliteit bij de lokale diensten. In 2010 was dit percentage teruggedrongen tot 36%.
Nu wordt er door diverse politici voorgesteld de ANG te koppelen aan andere databanken, zodat de politie nog beter zicht krijgt op de criminaliteit.
Fouten in de databank zorgen wel degelijk voor problemen. In het jaarverslag van het Comité P komt een voorbeeld voor van een onschuldige wiens gegevens gelinkt werden met de gegevens van een crimineel. Voordat de foutieve gegevens geschrapt werden, ging er veel tijd verloren.

Het Comité P is een extern controle orgaan dat toezicht houdt op de globale werking van de politiediensten in België. Of zoals het op hun eigen website staat: ‘Het Comité P treedt onafhankelijk en neutraal op ten dienste van de wetgevende macht om deze bij te staan in haar toezicht op de uitvoerende macht’.

Paul Ponsaers, professor criminologie aan de universiteit van Gent, meent dat de database van de politie “lijdt aan informatie-inflatie. De politiediensten slaan alles op, maar het wordt steeds moeilijker exact de informatie te vinden die men nodig heeft. Het kan best interessant zijn om te noteren dat een crimineel een krokodilvormige tatoeage op zijn linkerschouder heeft, maar hoe catalogiseer je dat? Door zulke extreem specifieke gegevens wordt het steeds moeilijker de informatie te structureren. Ook de opslag van informatie loopt niet echt efficiënt.” Soms komt informatie pas over meerdere schijven in de ANG terecht.

De toegang tot de database voor politieagenten is strikt gereglementeerd. Formeel staan er flinke straffen op misbruik van informatie door agenten of andere vormen van privacyschendingen.
Maar dat het belang van een goedlopende en effectieve politiedatabase hoger ligt dan het privacy belang van de burger is duidelijk. In tal van landen blijkt de privacy van de verdachte of van onschuldige burgers het af te leggen tegen de informatiehonger en de registratiedrift van de overheid.