Rond de 42% van de totale Amerikaanse bevolking gelooft niet de officiële versie omtrent de aanslagen van 11 september in New York waarbij bijna drieduizend mensen omkwamen.
Een onderzoek van het prestigieuze International Zogby Institute laat zien dat bijna de helft van de bevolking niet de versie gelooft die de regering Bush aan het volk wil verkopen.

Bij een telefonische enquête (een a-selecte steekproef) die onlangs in geheel Amerika werd gehouden, werden 1200 interviews gevoerd. Per interview werden er 81 vragen gesteld.
Het International Zogby Institute staat bekend als zeer betrouwbaar. Meer dan 95% van alle enquetes en interviews die het instituut heeft uitgevoerd, had een foutmarge van minder dan 1%.

Het onderzoek naar de mening van het Amerikaanse volk werd eerder dit jaar gehouden. Het geeft een goed beeld wat er onder de Amerikanen leeft.
Nu, jaren na de inval in Afghanistan en Irak, de dreigende burgeroorlog in het laatstgenoemde land, de invoering van de Patriot Act en alle vergaande maatregelen tegen al dan niet vermeend terrorisme, heeft de Amerikaanse bevolking uiterst wantrouwend gemaakt tegenover de huidige regering.

Bijna de helft van de Amerikanen gelooft dus niet in de officiële versie. Zij denken dat er sprake is van een ‘cover-up’.
44 procent denkt dat George Bush de aanslagen gebruikt heeft om een aanval tegen Irak te beginnen. Daarentegen gelooft ook 44% dat president Bush er goed aan deed Irak te helpen bevrijden van een ongekend bloeddorstige dictator.
42% is van mening dat het officiële onderzoeksrapport gepubliceerd is om de waarheid achter te houden. 10% heeft geen mening.
45% wil een nieuw onderzoek naar de omstandigheden van de aanslagen.
8% heeft hier geen mening over en 47% vindt dat de aanslagen voldoende zijn onderzocht. Dit laatste geldt voor iets meer mannen dan vrouwen.

Uit het onderzoek bleek ook dat maar liefst 58% van alle Amerikanen de media niet vertrouwen. Dit gaat niet specifiek over de aanslagen, maar dit is een algemene opinie die een paar maanden geleden gemeten is.
55% van de ondervraagden vindt dat de media de gang van zaken rond de aanslagen slecht tot matig heeft verslaan. 3% weet het niet en 43% vindt dat de media goed tot zeer goed de aanslagen en zijn gevolgen heeft verslaan, inclusief de weerlegging van alle ‘alternatieve versies’.

Van de 44% die meent dat Bush de aanslagen politiek heeft uitgebuit, zijn 69% democraten, 59% Spaanstaligen en opmerkelijk 64% van de Amerikaanse joden.

Degenen die het beleid van Bush gesteund hebben, zijn te vinden bij de Republikeinen (72%) en bewoners van rurale gebieden (59%). Bijna de helft van de ondervraagden staat uiterst kritisch tegenover Bush en zijn beleid.

Van alle ‘raadselachtige’ gebeurtenissen op 11 september 2001 is het in elkaar storten van gebouw 7, dat achter de Twin Towers stond.
Het was niet geraakt door een vliegtuig. Het 47 etage hoge gebouw stortte pas tegen de avond in elkaar toen de Twin Towers al vele uren daarvoor waren ingestort. Er was nauwelijks brand in het gebouw en de brand was zeker niet het gevolg van rondvallend puin of de oorzaak van het instorten van het gebouw.
Gebouw nr. 7 stortte keurig netjes naar beneden alsof er ‘controlled demolition’ op toegepast was. Deze zaak werd niet of nauwelijks door de Amerikaanse media vermeldt en ook niet onderzocht door de officiële onderzoekscommissie.

43% van alle respondenten gaven aan nooit van gebouw 7 te hebben gehoord en wisten ook niet dat deze eveneens instortte. 38% van de respondenten hadden wel van gebouw 7 gehoord, maar vonden dat de commissie het in het onderzoek meegenomen zouden moeten hebben. Slechts 14% vond dat het juist was het instorten van gebouw 7 niet in het onderzoek mee te laten nemen.

Dat de Amerikaanse regering nog lang niet ‘af’ is van de gebeurtenissen rondom de aanslagen op de Twin Towers bewijst ook dat er jaarlijks rond de eerste twee weken van september vele tienduizenden Amerikanen in de grote steden de straat op gaan om te demonstreren voor de heropening van het onderzoek naar de gebeurtenissen. Over deze feiten wordt door de Amerikaanse pers niet of nauwelijks geschreven en al helemaal door de West-Europese pers.