In het Zuidoost Aziatische land Myanmar, dat tot 1990 Birma heette, wordt de situatie voor christenen steeds benarder. Het militaire regiem dwingt het christelijke Naga bergvolk tot de overgang naar het boeddhisme en tot het bouwen van boeddhistische tempels. Wie weigert, wordt gefolterd of gedood. De leiders van diverse stammen van dit bergvolk ontvangen regelmatig dreigbrie­ven.
Dit meldt Idea Spektrum.

“Bij de dreigbrieven wordt een kogel meegestuurd. Dat betekent dat er doden gaan vallen. Een stuk houtskool betekent dat ons dorp wordt afgebrand”, aldus een van de dorpsoudsten.
Voorgangers van de plaatselijke gemeentes hebben geklaagd bij het ministerie van religieuze zaken in de hoofdstad Rangoon. Tevergeefs.

Christelijke samenkomsten en andere godsdienstoefeningen mogen momenteel slechts met toestemming van boeddhistische monniken gehouden worden. Bovendien is het verboden om christelijke feesten te vieren.

Al 30 jaar wordt Myanmar geregeerd door een socialistische militaire dictatuur. Van de 45 miljoen inwoners zijn 12% evangelische christenen en rond de 2% Rooms-katholieken. Meer dan 80% van de bevolking is boeddhist. De overigen horen tot de islamitische en hindoeïstische minderheid.