Een Tibetaanse profetie uit de achtste eeuw zegt dat de boeddhistische leer ruim 2500 jaar na de dood van Boeddha in het westen verspreid zal worden.
De Dalai Lama is een van de belangrijkste propagandisten van het boeddhisme. Met zijn vriendelijke uitstraling en zijn lieve glimlach heeft hij honderdduizenden voor het boeddhisme weten te krijgen. Over de minder fraaie kanten van het boeddhisme vernemen we nauwelijks iets.

Martin en Elke Kamphuis hebben in het boek ‘Buddhismus auf den Weg zur Macht’ hun persoonlijke ervaringen beschreven met deze snel groeiende wereldreligie. Zij zijn blij dat zij deze duistere geestenwereld jaren geleden achter zich hebben kunnen laten.
In twaalf hoofdstukken gaan zij voornamelijk in op de geestelijke macht van het boeddhisme, de rituelen, de fascinatie voor de leer die de westerse materialistische ingestelde mens aanspreekt, de leer van het Nirvana en het magische denken dat ten grondslag ligt aan het boeddhisme.
Elk hoofdstuk wordt afgesloten met de persoonlijke ervaringen van Martin en Elke Kamphuis. Belangrijk is daarbij hoe zij tot het christelijke geloof zijn overgegaan na jarenlange twijfels en wanhoop.

Beide waren gefascineerd door het boeddhisme en zijn leer waarin de materiële en de geestelijke wereld door het magische denken bij elkaar gebracht worden.
Niet alleen de vriendelijkheid, de tempel- en offerceremonieën, de inwijdingen, de wierook, de reinheidsrituelen, de muziek, de kleurenrijkdom, de mantra’s, het opgaan in het totale Niets en de ontlediging, maar ook de complete harmonie die de boeddhistische leer schijnbaar uitstraalt, trok hun aan. Het is religieuze tolerantie die ook de Dalai Lama zo op het eerste gezicht kenmerkt.

Het boeddhisme kent geen persoonlijke en eeuwige God, maar gaat uit van het niet bestaan van een God. De mens moet zijn eigen verlossing bewerkstelligen door allerlei rituelen en meditatietechnieken. Dan zal de mens zelf goddelijk worden, d.w.z. het totale niets ervaren. Een Almachtige en persoonlijke God is volgens het boeddhisme een illusie.
Wel erkent het boeddhisme een wereld van demonen en geesten die voortdurend geraadpleegd en tevreden gehouden moeten worden. Angst voor demonen speelt bij veel Tibetanen een belangrijke rol.

De Dalai Lama heeft ooit gezegd dat een van zijn adviseurs een demon was, een orakel met de naam Nechung. Dit was een pre-boeddhistische oorlogsgod.

Het boeddhisme kent wel wetten, maar geen Wetgever, aldus Kamphuis. Het is alles vanuit de mens geredeneerd. De wetten van het Karma zijn de maatstaf. Gij zult niet doden, geldt in het Boeddhisme, maar bij politieke moord of een rituele moord is dit weer toegestaan. En zo zijn er nog meer tegenstrijdigheden in de leer. Sommigen spreken van ‘een ethiek met gradaties’.

Achter het vriendelijke gezicht en het vreedzame optreden van het boeddhisme en de Dalai Lama gaan politieke aspiraties schuil. Alle cultuuruitingen en politieke activiteiten hebben voor de boeddhistische Tibetanen niet alleen religieuze betekenis maar zijn uiteindelijk ook van politiek belang.
Minder bekend is dat de Dalai Lama (zijn naam betekent letterlijk ‘Oceaan der Wijsheid’) adviseur is van diverse regeringen. Als geestelijk leider zou dit misschien nog te begrijpen zijn, maar de Dalai Lama is ook politiek leider van zijn volk. Al zijn activiteiten zijn dus religieus en politiek gemotiveerd. Diverse westerse politici laten zich dit welgevallen. Ook heeft de Dalai Lama in het verleden hele foute contacten gehad, lopend van oud-nazi’s en SS-ers tot en met de leider van de Japanse gifgassekte.

Kamphuis beschrijft ook de praktijken van het Tantra-boeddhisme, ook wel Lamaïsme genoemd, waarbij grote nadruk ligt op allerlei heidense en duistere sexueel-magische rites.
De verschillen tussen het Hinayana-Boeddhisme (of Theravada-Boeddhisme), het Mahayana-Boeddhisme en het Tantrayana-Boeddhisme, waarin de zelfvergoddelijking centraal staat, worden kort uitgelegd, evenals de denkwereld achter het verschijnsel mandala. De werkelijke betekenis van de mandala is een verschijningsvorm van vele honderden godheden, een deur naar de spirituele waarheid.

De Dalai Lama is de belichaming van het zg. Kalachakra ritueel, onderdeel van een geheime leer. Het ritueel is in de 10e eeuw ontstaan als onderdeel van het Vajrayana boeddhisme. Maar Kalachakra is ook de naam van een Tantra godheid, een manifestatie van Boeddha. Deze godheid is de ‘Heerser van deze Wereld’ Zijn uiterlijk is exact beschreven. Het is een naargeestige verschijning.
Opmerkelijk vindt het Kalachakra ritueel, dat aangeprezen wordt als middel tot de wereldvrede, met de nodige aanpassingen een goede voedingsbodem binnen neofascistische groeperingen die het gebruiken als een soort inwijdingsritueel.

Voor Martin en Elke is het overduidelijk: het boeddhisme heeft hen laten zien dat deze godsdienst in schrijnende tegenstelling staat tot het christelijke geloof. Het boeddhisme is als het ware de anti-religie.

Opmerkelijk is ook dat in de boeddhistische leer alle andere godsdiensten overwonnen worden door een bloedige oorlog, die uitgevochten zal worden door z.g. Shamballa strijders. De islam is hierbij opmerkelijk genoeg de doodsvijand van het boeddhisme.
Met name Mohammed wordt in de oorspronkelijke Kalachakra tekst de ‘genadeloze godheid der barbaren’ genoemd. Oorlog is gerechtvaardigd als het de verbreiding van het boeddhisme verzorgd.

De Tantra omschrijft Adam, Henoch, Abraham, Mozes, Jezus, Mani, Mohammed en Mathani (de Mahdi) als, ‘de demonische slangenfamilie’.
Het boeddhisme is geen vreedzame religie, ten diepste is het een militante en agressieve krijgersideologie, gehuld in een gewaad van religieuze tolerantie en interreligieuze verdraagzaamheid. Er leeft een enorme onwetendheid aangaande het wezen van het boeddhisme. Helaas dweept een groot deel van de christelijke kerk met deze valse leer.

Buddhismus auf dem Weg zur Macht?:  Martin & Elke Kamphuis, Leuchtturm Verlag, Schöffengrund, 2002, 159 pag.
ISBN 3-9808634-0-9