Begin augustus zijn in Turkije verschillende branden gesticht in de regio van Tur Abdin, een gebied met enkele van de belangrijkste en oudste kerken en kloosters ter wereld. Er werd al een begraafplaats verwoest en bij branden vlakbij de dorpen Elbeğendi, Güzelsu, Dibek, Üçköy, Üçyol en Dağiçi werden minstens 200 hectare landbouwland en tientallen dieren het slachtoffer van de vuurzee. Volgens Turkse media moesten zes dorpen tegelijk geëvacueerd worden voor oprukkende branden. In Şırnak sneuvelde meer dan duizend hectare wijngaard. Waar twee weken geleden nog wijn, olijven en maïs werden verbouwd en schapen graasden, is er nu niets anders meer dan verkoolde aarde.

Vanwege de discriminatie en precaire levensomstandigheden in het zuidoosten van Turkije moesten duizenden christelijke families in de laatste decennia van de 20ste eeuw hun vaderland verlaten.

Volgens ngo’s zijn zowel Turkse militairen als militanten van de PKK verantwoordelijk voor de brandstichtingen.

Op 26 juli brak al vroeg in de ochtend brand uit in de olijfgaard van het historische klooster van Deyrulzafaran, een heilige plaats voor de Assyriërs. Het klooster, op 10 kilometer van het centrum van Mardin, werd gesticht in de 5de eeuw. De olijfoogst vormt een van de belangrijkste bronnen van inkomsten voor het klooster. Honderden olijf- en amandelbomen werden verwoest tijdens de branden in de tuinen rond het klooster. Toch gelooft een verantwoordelijke van het klooster dat deze brand ongelukkig is gesticht door een kleine groepje dronken jongeren. Verder onderzoek zal dat nog moeten uitwijzen.

Wie is verantwoordelijk?
Zowel de PKK als het Turkse leger worden van de georchestreerde brandstichtingen verdacht. De overheid probeert te suggereren dat de branden, in het gebied waar vele Syrisch-orthodoxe en Aramese christenen wonen, het gevolg zijn van de beschietingen van het Turkse leger tegen PKK-strijders. Maar de plaatselijke bevolking is ervan overtuigd dat de branden bewust worden aangestoken. Brandweerkorpsen schuiven de verantwoordelijk op elkaar af, zodat de jongeren, onder wie ook vele jongeren die uit Duitsland en andere landen van West-Europa bij hun families op bezoek zijn, de branden zelf met aarde en olijftakken moesten bestrijden.

Brandstichting als waarschuwing
Voor de Turkse regering zijn de branden geen hoofdbekommernis en betekenen zij slechts nevenschade (collateral damage) als gevolg van de strijd tegen de Koerdische beweging PKK. Die wordt ervan verdacht zelf de hand in de branden te hebben. De afgelopen jaren keerden almaar meer welstellende christenen uit West-Europa terug naar hun geboortestreek en hun families en eisten met juridische procedures hun gronden terug, die in beslag werden genomen door de Turkse staat of Koerdische stammen. Met hun komst worden de Syrisch-orthodoxe en Aramese gemeenschappen opnieuw versterkt en verzwakt bovendien de positie van de Koerdische beweging PKK. Volgens een inwoner ter plaatse wil PPK hiermee de christenen, die willen terugkeren naar het huis van hun voorvaderen in het zuidoosten van Turkije, het signaal geven dat zij niet welkom zijn…

Overgenomen van: kerknet.be
Bron: AINA/Vaticanews.va