Faith Whittlesey en Georgie Anne Geyer hebben in het bekende dagblad “The Washington Times” geschreven over de veranderde politieke koers van Brazilië. Daar werd op 27 oktober 2002 Luis Inacio da Silva tot president gekozen (in de wandeling “Lula” genoemd). Hij is een radicale socialist die de VS haat.
Brazilië is een heel groot land. Het beslaat half Zuid-Amerika en er wonen meer mensen dan in heel Rusland. Het heeft een omvangrijke economie.

Da Silva heeft samen met de Cubaan Castro een netwerk van terroristische groepen gesticht in 1990 in Sao Paulo, naar het voorbeeld van de Sandinisten van Nicaragua, gesteund door Irak, Libië en Syrië. Zij kwamen nog in december bij elkaar in Havana (Cuba).
Het merendeel van de inwoners van Brazilië is rooms-katholiek, maar er bestaat concurrentie aan de kant van de protestantse evangelische beweging. Da Silva kondigde aan, dat hij Marxistische leerboeken zal laten verspreiden in de openbare scholen en de politie zal “politiek gezuiverd” worden. Hij wil invloed hebben in de beleidsvorming in Argentinië, Uruguay, Paraguay en Colombia, wat hij al eerder heeft gezegd. Hij gaat de medewerking van Brazilië aan het anti-nuclear “Treaty” opzeggen, want er moeten atoomwapens worden ontwikkeld, vindt hij.

Hij beschouwt de socialistische president van Venezuela, Hugo Chavez, als een lichtend voorbeeld voor Zuid-Amerika. Chavez is vriendschappelijk verbonden met China, Irak, Iran en Cuba. Hij wordt in zijn opvattingen gesteund door de gewezen ambassadeur John Maisto (een vriendje van Bill Clinton), die voortdurend president George W. Bush voor de voeten loopt.

Da Silva probeerde drie keer eerder de 175 miljoen inwoners van Brazilië ervan te overtuigen, dat hij een zegen voor hen zou zijn. Oud 57 jaar, een baard, charmant, steeds gekleed in een donker kostuum. Niet diplomatiek, niet geleerd, weinig verstand van zaken doen. Hoe hij de economie op gang wilde houden is een raadsel, want de bedrijvigheid is dalende en particuliere salarissen zijn verlaagd. Het “International Monetary Fund” dat Brazilië in het verleden redde, is niet van plan dat opnieuw te doen. Bovendien wantrouwt hij de regering in Washington meer dan ooit. Hij beweert dat de politici daar ernaar streven Zuid-Amerika te annexeren en steeds meer zullen gaan overheersen.

Toch kende Brazilië meerdere jaren van economische groei in de laatste tachtig jaar; gemiddeld zes procent. Dat ging mis toen Rusland, Argentinië en sommige Aziatische landen in monetaire moeilijkheden kwamen. De kosten van posterijen, waterleiding en elektriciteit zijn sinds 1995 met 78 procent gestegen.
Inmiddels zitten politieke leiders in andere Zuid-Amerikaanse landen met grote belangstelling te kijken naar wat zij het “Lula Phenomenon” noemen; met name de cocaïne kweker en handelaar Evo Morales, die vorig jaar in Bolivia bijna tot president werd gekozen.

Da Silva zegt, dat hij geen voorstander is van geweld in de politieke arena, maar gewoon voorzitter van de “Sem Terra”, de “popular citizens” beweging, die mensen die niets bezitten land wil geven en gesteund wordt door gewezen liberale rooms-katholieke activisten en oud-guerrilla’s in de bedrijvige havenstad Porto Alegre.
Grootse plannen staan er kennelijk niet op het programma. Brazilië zou heel wat kunnen leren van kleine landen zoals Taiwan en Singapore.