AMSTERDAM-LIENDEN, Het KNP:
Een analyse van de productiecijfers van Britse windmolens bevestigt wat menigeen al verwachtte: windmolens produceren minder stroom dan wordt gezegd; als het op plek X niet waait, waait het op plek Y waarschijnlijk ook niet. Die windarme momenten komen heel vaak voor, vaak als er juist behoefte is aan veel stroom. Met stuwmeren kunnen deze problemen niet worden opgevangen. Uit deze analyse blijkt duidelijk dat wind niet betrouwbaar genoeg is om op enig moment in de toekomst een significante hoeveelheid energie te genereren.

Bovenstaande beweringen zijn afkomstig uit de conclusie van een onderzoek wat verricht is door de Schotse consultant Stuart Young, met steun van de natuurbeschermingsorganisatie John Muir Trust. Young analyseerde de (vrij toegankelijke) productiecijfers uit de periode november 2008 – december 2010 van windmolens die aangesloten zijn op het Britse elektriciteitsnet. Het betrof daarbij voornamelijk molens in Schotland, maar in het laatste half jaar werden ook de cijfers van enkele windmolenparken op zee elders in het Verenigd Koninkrijk meegenomen. Young testte zo de volgende claims:
1.Wind turbines hebben over een jaar genomen een productiefactor van ongeveer 30% (dat wil zeggen: een derde van de tijd draaien ze op volle capaciteit).
2.Het waait altijd wel ergens.
3.Het komt niet vaak voor dat het bijna nergens waait.
4.De kans dat een moment van hoge stroomvraag samenvalt met weinig wind is klein.
5.Stuwmeren kunnen in windstille periodes het gat vullen.

Dit waren de resultaten:
1.Over de totale meetperiode hadden de Britse windmolens een productiefactor van 24,08%. Dat is dus een stuk minder dan de 30% die de propaganda voor windmolens belooft. Maar het is ook erg laag als je in aanmerking neemt dat een gedeelte van de cijfers afkomstig is van windparken op zee waarvan normaal wordt aangenomen dat die meer stroom opleveren dan molens op het land.
2.Er waren in deze periode 124 momenten waarop alle op het Britse net aangesloten windmolens gezamenlijk minder dan 20 MW produceerden (op een gemiddeld totaal geïnstalleerd vermogen in deze periode van 1600 MW). 124 momenten in 26 maanden dus waarop het nergens noemenswaardig waaide en gewone centrales dus al het werk moesten doen.
3.Dergelijke momenten presenteerden zich ongeveer iedere 6,38 dagen en duurden dan 4,93 uur.
4.Op de vier momenten in 2010 dat de stroombehoefte het grootst was, bedroeg de output van de windmolens 4,72%, 5,51%, 2,59% en 2,51% van de totale behoefte.
5.De Britse stuwmeren kunnen – als het niet waait – de benodigde hoeveelheid van 2788 MW slechts 5 uur leveren, daarna zakt de productie terug naar 1060 MW en na 22 uur is het water op.

Andere bevindingen van de studie
Gedurende de onderzoeksperiode was de windstroomproductie:
meer dan de helft van de tijd lager dan 20%;
meer dan een derde van de tijd lager dan 10% (dit vond de onderzoeker onverwacht;
iedere twaalf dagen een dag beneden 2,5%;
iedere maand een dag lager dan 1,25% van het geinstalleerd vermogen.

Een situatie met juist veel wind en een lage stroomvraag kan ook op ieder moment optreden. Naarmate de hoeveelheid windmolens toeneemt zal ook het aantal backup-centrales toe moeten nemen en die zullen een basislast moeten garanderen. Volgens Young is een situatie denkbaar dat het vermogen van die centrales niet meer kan worden teruggedraaid, maar dat windmolens afgekoppeld moeten worden. Hij deed een modeltest met de 30 gigawatt die het Verenigd Koninkrijk van plan is te installeren (2020) en concludeerde dat de bovenstaande situatie in een dergelijk scenario 78 keer (3 x per maand) voor zou kunnen komen.

Het aantal malen dat binnen vijf minuten de windoutput met 100 MW omhoog of omlaag schoot was verbazingwekkend, aldus Young, In de maand maart waren er maar liefst 6 situaties waarin de productie van het net binnen vijf minuten met 100 MW omhoog schoot (een van 166 MW) en 5 situaties waarin de output met dergelijke hoeveelheden daalde (een van 148 MW)

De grilligheid van de wind werd nog extra duidelijk in de laatste dagen van maart 2011 toen Young zijn rapport voltooide:
op maandag 28 maart om 3.00 am. produceerden alle windmolens (totaal 3226 MW) 9 MW;
op donderdag 31 maart om 11.40 am. was de output 2618 MW,een record;
in maart was de gemiddelde output 22,04%;
in maart 2011 was de output 10% van de totale capaciteit gedurende 30,78% van de tijd.
Young vindt dat het beeld van windenergie wordt vertroebeld door het voortdurende gebruik van gemiddelden: “Uit mijn analyse blijkt duidelijk dat wind niet betrouwbaar genoeg is om op enig moment in de toekomst een significante hoeveelheid energie te genereren. Het is hoognodig dat de consequenties van een significante afhankelijkheid van windenergie worden herbeschouwd”.

Bron: http://www.groenerekenkamer.nl/

Lienden, 9 juli 2011