AMSTERDAM-LIENDEN, Het KNP:
Een geheim Canadees plan uit de Koude Oorlog onthult dat in het geval van een nationale noodtoestand of bij een bedreiging van de nationale soevereiniteit massaal communisten of burgers die sympathieën hadden voor het communisme opgepakt moesten worden. Het geheime plan bestond onder de codenaam ProFunc, dat een afkorting was voor Prominent Functionaries. Daarmee werden leidinggevende personen bedoeld van de Canadese communistische partij. Deze operatie, door de Canadese regering zestig jaar geheim gehouden, is onlangs onthuld door de zender Radio-Canada en door de CBC in het programma ‘The Fifth Estate’.

De aanzet tot het geheime regeringsplan waren de gebeurtenissen op het Koreaanse schiereiland toen het Noord-Koreaanse leger Zuid-Korea binnenviel. De communistenangst vierde hoogtij rond deze tijd en volgens sommigen stond de Derde Wereldoorlog voor de deur als gevolg van de communistische agressie.

De informatie die in de jaren vijftig is verzameld over verdachte en mogelijk staatsgevaarlijke personen werd nog twee decennia later gebruikt tijdens de Oktobercrisis van 1970 in Canada, toen de regering de War Measures Act, een oorlogswet, inriep om burgerlijke vrijheden in te perken. Aanleiding voor de Oktobercrisis was een tweetal ontvoeringen van politici uitgevoerd door het Front de Libération du Quebec, (FLQ). De Britse handelsgezant James Richard Cross en later de minister van Arbeid van Quebec, Pierre Laporte werden ontvoerd. Laporte werd kort daarna vermoord. Premier Trudeau voerde de oorlogswet uit op 16 oktober 1970 met het doel definitief met de FLQ af te rekenen en de ontvoeringen tot een eind te brengen. Burgerlijke vrijheden werden korte tijd opgeschort zodat politie en leger de orde konden herstellen op de straten van Ottawa en Montreal. Tijdens de Oktobercrisis werd de zwarte lijst ook behoorlijk uitgebreid met nieuwe verdachte personen. Hieronder waren velen die geen enkele relatie met het FLQ hadden. Dit alles gebeurde, zoals nu uit het onderzoek blijkt, met illegale methoden.

ProFunc was een van de meest draconische nationale veiligheidsprogramma’s van de Canadese regering in vredestijd. ProFunc is in 1950 opgesteld door politieofficier Stuart Taylor Wood, lid van de Royal Canadian Mounted Police. De ProFunc lijst telde ongeveer 16.000 verdachte personen, het overgrote deel communisten en ongeveer 50.000 communistische sympathisanten en andere subversieven die in het geval van een nationale crisis of een mogelijk conflict met de Sovjetunie opgepakt moesten worden. Zij konden daarna onbeperkt vastgehouden worden, onder andere in Casa Loma, een kasteel midden in Toronto. Vandaar uit zouden de verdachten over diverse interneringskampen in Canada verspreid worden. Op vluchtpogingen stond de doodstraf.

Een van de velen was Roland Penner, politicus en lid van het kabinet van de staat Manitoba. Een andere verdachte was Thomas ‘Tommy’ Douglas, een baptistisch geestelijke die later sociaal-democratisch politicus werd. Hij was van 1944 tot 1961 premier van Saskatchewan. Hij was tevens de grote promoter achter het systeem van gezondheidszorg in Canada. In 2004 werd hij uitgeroepen tot ‘The Greatest Canadian’.

Op de zwarte lijst stonden ook prominente figuren uit het openbare leven van die tijd, zowel mannen als vrouwen, inclusief hun kinderen. Deze lijsten werden in verzegelde enveloppen bewaard en in kluizen over heel Canada opgeslagen. Onderdeel van het archief, het z.g. C-215 formulier, bevatte gegevens als leeftijd, fysieke beschrijving, foto’s, informatie over vervoermiddelen van de betrokkenen, gegevens over het huis waarin de verdachte woonde en zelfs informatie over achterdeuren (in verband met een eventuele ontsnappingspoging).

De dossiers werden regelmatig bijgewerkt met nieuwe informatie. In het begin van de jaren tachtig  toen Robert Kaplan, justitie topman aan de macht kwam, werd ProFunc stilgelegd en vervangen door een “meer flexibel systeem, het Special Identification Plan”, zoals beschreven staat in een geheim memorandum uit mei 1983 en dat bedoeld was om de top van de geheime dienst te informeren. Eerder dit jaar verklaarde Kaplan dat hij niet kon geloven dat het hele project ProFunc een legale basis had. “De regering heeft het officieel niet geautoriseerd”.

Daniel Waterlot, destijds eigenaar van een communistische boekhandel in het St.Henri district in Montreal, werd gearresteerd tijdens de Oktobercrisis. “Ze kwamen mijn boekwinkel binnen en maakten alles kapot. Ik was geen lid van de FLQ, wel van de communistische partij. Maar dat is niet hetzelfde”. Waterlot heeft een omvangrijk dossier bij de RCMP maar daar staan inderdaad geen connecties met de FLQ vermeld. CBC/Radio-Canada onthulde dat Waterlot op de ProFunc lijst stond.

Voormalig luitenant Julien Giguère was hoofd van de anti-terrorisme eenheid in Montreal tijdens de Oktobercrisis. “We hadden enkele namen van FLQ sympathisanten”, zei Giguère in een exclusief interview met Radio-Canada. “De provinciale politie van Quebec voegde enkele namen toe aan de lijst. Er waren maximaal zestig namen op de lijst nadat de oorlogswet werd ingeroepen, zei Giguère.

Volgens de zenders CBC en Radio-Canada was de zwarte lijst in de visie van de politiechef van Quebec ‘te kort’, gezien de extreme maatregelen die premier Trudeau nam. De RCMP ging zich er nogmaals mee bemoeien en het aantal verdachte individuen steeg navenant. Vrijwel direct nadat de oorlogswet was ingevoerd werden er 500 personen opgepakt. De meesten hadden geen enkele relatie met de FLQ.

Door de recente onthullingen komen nu duizenden Canadezen te weten dat zij de afgelopen zestig jaar als staatsgevaarlijk zijn beschouwd. Gelukkig heeft de huidige Canadese regering het mogelijk gemaakt dat burgers, als zij het vermoeden hebben op deze lijst te hebben gestaan, hun dossier in kunnen zien.

Bron: CBC news Montreal

Lienden, 12 januari 2011