Grootste stijging van wereldwijde militaire uitgaven in het afgelopen decennium

In 2019 bedroegen de totale wereldwijde militaire uitgaven 1917 miljard dollar. Dat is een stijging van 3,6% in vergelijking met 2018, de grootste jaarlijkse toename sinds 2010. Nooit eerder gaf de wereld zoveel uit. 2018 was ook al een recordjaar.

Dat meldt de Belgische nieuwsportal: dewereldmorgen.be

Elk jaar publiceert het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) de data van de wereldwijde militaire uitgaven. Volgens SIPRI zijn slechts vijf landen samen goed voor 62% van de totale militaire uitgaven. Het gaat om de Verenigde Staten, China, India, Rusland en Saoedi-Arabië. Het is de eerste keer dat er zich twee Aziatische landen in de top drie bevinden.

Gemiddeld geven alle landen samen 2,2% van hun bruto binnenlands product (BBP) uit aan hun militaire apparaten wat gelijk staat aan 249 dollar per persoon. Vorig jaar bedroeg het gemiddeld jaarlijkse inkomen in Zuid-Soedan, het armste land ter wereld, 303 dollar.

In Afghanistan, het op negen na armste land dat al decennia door oorlog wordt geteisterd, was het gemiddeld inkomen 544 dollar, dus slechts iets meer dan het dubbele van wat de wereld per capita besteedt aan militaire uitgaven. Of nog: tien procent van de wereldbevolking (734 miljoen mensen) moet rondkomen met minder dan 1,9 dollar per dag.

Volgens de Wereldbank zal de huidige Covid-crisis er bovendien voor zorgen dat de extreme armoede sterk zal stijgen. Het is niet duidelijk of die ook een impact zal hebben op de militaire uitgaven in 2020.

De militaire uitgaven van de Verenigde Staten stegen met 5,3% naar een totaal van 732 miljard dollar! Het land is hiermee verantwoordelijk voor meer dan een derde (38%) van de wereldwijde militaire uitgaven. Washington besteedt 3,4% van zijn BBP aan het militaire apparaat, wat verhoudingsgewijs nog altijd minder is dan in 2010 (4,9%).

De militaire bestedingen van China stegen naar 261 miljard dollar, een groei van 5,1% ten opzichte van 2018. Ze komen overeen met 1,9% van het BBP – hetzelfde percentage als in 2018.

Met 71,1 miljard dollar -een groei van 6,8% ten opzichte van 2018- stijgt India een plaats in de lijst van landen met de grootste militaire uitgaven. De drijvende kracht achter die toename is de rivaliteit met Pakistan en China.

Rusland volgt met 65,1 miljard dollar (3,9% van het BBP), een stijging van 4,5% in vergelijking met het jaar ervoor.

Saoedi-Arabië sluit de top vijf af met 61,9 miljard dollar, wat wel een forse daling is in vergelijking met 2018 (- 16%). De daling van de Saoedische militaire uitgaven komt enigszins onverwachts omdat het land nog altijd zwaar betrokken is bij de oorlog in Jemen en sinds de drone-aanval op zijn olie-installaties zijn de spanningen met Iran nog toegenomen.

NAVO vertegenwoordigt 54% van wereldwijde militaire uitgaven. Met 49,3 miljard dollar is Duitsland het land in de top tien dat in 2019 de grootste stijging van zijn militaire uitgaven liet optekenen (+10%). De militaire uitgaven van de twee andere Europese landen in de top tien, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, bleven relatief stabiel met respectievelijk 50,1 en 48,7 miljard dollar.

Japan (47,6 miljard dollar) en Zuid-Korea (43,9 miljard dollar) sluiten de top tien af.

Brazilië volgt op plaats 11 en is met 26,9 miljard dollar goed voor meer dan de helft van alle Zuid-Amerikaanse militaire uitgaven.

Israël staat op plaats 15 met 20,5 miljard dollar (+30% in vergelijking met 2010) of 5,3% van het BBP. Nederland is twee plaatsen gestegen en prijkt op plaats 19 met 12,1 miljard dollar, wat maar liefst 12% meer is dan in 2018.

De sterkste stijgers in Centraal-Europa zijn Bulgarije (+127%) en Roemenië (+17%). België bevindt zich op plaats 39 met 4,8 miljard dollar, een stijging met 3,4%. Binnen de NAVO staat ons land op de dertiende plaats wat militaire uitgaven betreft.

Alle 29 NAVO-lidstaten gaven vorig jaar 1035 miljard dollar uit aan defensie of 54% van het wereldtotaal. Dat is 72 miljard dollar meer dan in 2018.

In 2014 verbonden alle NAVO-lidstaten zich ertoe om hun militaire uitgaven naar 2% van hun BBP te laten stijgen tegen 2024. Volgens NAVO-secretaris-generaal Stoltenberg zullen de militaire uitgaven van de NAVO-lidstaten jaarlijks opgeteld 400 miljard dollar meer bedragen in 2024 in vergelijking met 2016.

Vraag is wat de impact van de Corona-crisis en de daling van de olieprijs zal zijn op de militaire uitgaven dit jaar.

Meer informatie over internationale wapendeals: deagel.com

Wapen handel gaat maar door

Wapen handel  gaat maar door

De landen van de Europese Unie hebben een gezamenlijk wapenexportbeleid.

In een Common Position hebben ze vastgelegd dat voor export van militaire goederen en technologie vanuit een EU-land een vergunning moet worden aangevraagd bij de overheid van dat land. Ambtenaren uit de Europese lidstaten stemmen het nationale beleid hierover af in Raadswerkgroep Coarm (Conventional Arms export). Voordat de vergunning wordt afgegeven, wordt getoetst aan acht criteria op het gebied van onder meer mensenrechten, oorlogsdreiging, armoede en doorvoerrisico. Hiermee is een norm vastgelegd voor een verantwoord wapenexportbeleid.

Dit meldt https://vreedzaameu.blogspot.nl in een van haar artikelen.

Helaas is de norm weinig verplichtend. Hoewel de Common Position duidelijk bedoeld is om te voorkomen dat wapens worden geleverd aan mensenrechtenschenders of oorlogvoerende landen is de tekst zodanig opgezet dat er altijd wat ruimte voor interpretatie overblijft. Landen willen nu eenmaal graag zelf bepalen of en aan wie ze wapens verkopen; wapenexportbeleid is buitenlands- en defensiebeleid en de bevoegdheid daarover ligt nog altijd bij de lidstaten. Behalve wanneer sprake is van een wapenembargo; dan is export echt verboden. Maar ook de teksten van wapenembargo’s laten vaak ruimte om bepaalde leveringen toch toe te laten. Zo gelden wapenembargo’s vaak niet voor contracten die al zijn afgesloten. Of alleen voor bepaalde krijgsmachtonderdelen.

(meer…)

“De invloed van de wapenindustrie op het militair beleid is fors”

Het is niet zo dat de wapenindustrie bepaald wanneer en hoe er oorlog wordt gevoerd, maar de lobby van grote wapenbedrijven zal ook zeker geen remmende factor zijn. De financiële belangen zijn enorm. Zodra ergens een oorlog uitbreekt zie je de aandelen van wapenbedrijven stijgen. Dat meldt Stop Wapenhandel in een recent artikel.

De omzet stijgt, alleen al door de verschoten munitie die moet worden aangevuld. Dat kan fors aantikken, vooral als het gaat om zware wapens: een raket kost al gauw tussen de half en twee miljoen euro per stuk. Daarnaast zijn er bedrijven die verdienen aan de infrastructuur: verplaatsing, verzorging, onderdak en onderhoudt van krijgsmacht en wapens. Vroeger was dat een taak van de krijgsmacht zelf maar tegenwoordig is dat steeds meer geprivatiseerd, vooral in de VS.

Deadly Marketing

Zoals elke sector beschikt ook de wapenindustrie over een groot marketingapparaat. In militaire tijdschriften en op militaire websites wordt geadverteerd (“now with more deadly potential”). Wapens worden besproken en vergeleken; welke is sneller, welke is kostenefficiënt, (hoeveel bang for a bucket), in welke situaties kunnen ze optimaal functioneren (weersomstandigheden bijvoorbeeld blijken nogal eens een probleem). En ook: hoe hebben ze eerder gepresteerd op het slagveld. Een wapen dat daadwerkelijk is ingezet in een oorlog ligt beter in de markt omdat de kwaliteiten zijn aangetoond. Deze verkoopfactor speelt in sommige gevallen ook een rol bij de keuze voor oorlog. Het is bijvoorbeeld niet onwaarschijnlijk dat de Franse bombardementen op Libië mede zijn ingegeven door de behoefte om de Rafale-gevechtsvliegtuig te showen. De verkoop van deze toestellen viel tegen en de fabriek dreigde een financiële belasting voor de Franse overheid te worden. Na inzet in Libië kwamen er eindelijk nieuwe buitenlandse orders voor de Rafale, toenmalig president Sarkozy werd er in de militaire pers om geprezen. Nogmaals: het zal niet de enige reden voor de oorlog zijn geweest maar het is wel een van de factoren. Intussen is Libië door de oorlog een verscheurd en disfunctioneel land, en is de Franse militaire vliegtuigindustrie er weer bovenop.

Er zijn ook minder ingrijpende methoden om de wapenverkopen te stimuleren. Op internationale wapenbeurzen worden de nieuwste producten geshowed en mogen klanten proeven en testen. Er worden gunstige betalingsregelingen aangeboden zodat ook armere klanten – op krediet – hun bestellingen kunnen doen. Er worden aantrekkelijke pakketten geboden: bijvoorbeeld om een deel van de productie over te plaatsen naar het land van de klant waarmee kennis en werkgelegenheid wordt overgedragen. Turkije heeft op deze manier in rap tempo een eigen wapenindustrie opgebouwd op grond van ontwerpen en licenties uit voornamelijk Europese landen.
De zaken gaan lang niet slecht. In de periode 2013-2017 is 10% meer oorlogsmaterieel verkocht dan in de periode 2008-2012, volgens het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI). Het SIPRI werkt met geindexeerde cijfers en kan daarom over langere perioden vergelijken.
De vijf grootste wapenexporteurs – de VS, Rusland, Frankrijk, Duitsland en China- zijn samen goed voor driekwart van alle wapenexport. Nederland staat al jaren gemiddeld op de 11e plaats van grote wapenexporteurs. Nederland verkoopt vooral marineschepen (van marinewerf Damen) en technologie. Dus niet de raket zelf, maar wel alle technologie om te zorgen dat de raket zijn doel kan vinden (van technonoliebedrijf Thales). Verder verkopen Nederlandse bedrijven onderdelen voor gevechtsvliegtuigen en militaire helicopters (Stork, Fokker, Airbus), satelliettechnologie (o.a. NLR) en – groeimarkt – ‘software voor informatiebeveiliging’. Wie precies tegen wie wordt beveiligd en op welke manier is onduidelijk, maar de klanten komen onder meer uit Rusland, Jemen, Myanmar, Libië, Oekraine, Turkije en Saudi- Arabië.

Europees defensie fonds

In Nederland zijn enkele honderden bedrijven die leveren aan defensie. De meesten zijn gewoon civiele bedrijven die een product maken dat ook geschikt is voor militaire toepassing. Slechts enkele bedrijven zijn vooral of helemaal militair. Deze bedrijven hebben een eigen lobbyclub, de NIDV, de Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid. De NIDV lobbied voor de inschakeling van Nederlandse bedrijven bij militaire productie, ondersteunt bezoeken aan wapenbeurzen en organiseert voorlichtingsevenementen over regelgeving en financiering. De NIDV is op Europees niveau lid van lobbykoepel ASD, “the voice of European Aeronautics, Space, Defence and Security industries” die dicht aanschurkt tegen de Europese Commissie en in allerlei adviesgroepen mag plaatsnemen over bijvoorbeeld Europees defensiebeleid of Europese grensbewaking. Grote wapenbedrijven als Airbus en Thales hebben daarnaast ook hun eigen lobbyisten in dienst. Dat deze jongens en meisjes hun werk niet onverdienstelijk doen blijkt wel uit het feit dat de EU vorig jaar een grote nieuwe subsidiepot in het leven heeft geroepen, het Europees Defensie Fonds. Daaruit kan de industrie de ontwikkeling van nieuwe wapens financieren. Want de concurrentie op de wapenmarkt is moordend en ontwikkelingskosten voor nieuwe wapens zijn relatief hoog. Als die ontwikkelingskosten uit publiek geld betaald worden is dat een grote stimulans voor de Europese wapenbedrijven die de concurrentiepositie versterkt, vooral ten opzichte van Amerika. Wel gek is dat er nu stemmen opgaan om het Europees Defensie Fonds ook open te stellen voor Amerikaanse bedrijven.
Het gaat bij het Europees defensie Fonds om forse bedragen. Van 2017 tot 2020 wordt €590 miljoen vrijgemaakt uit het al lopende EU budget, voor de nieuwe budgetperiode van 2021 tot 2027 streeft de Commissie naar €10.5 miljard (€1.5 miljard/jaar). Van de lidstaten wordt verwacht dit nog eens aan te vullen met gezamenlijke wapenprojecten voor €2 miljard in 2017-2020, en minstens €28 miljard in 2021-2027. Dat geld moet komen bovenop het gewone defensiebudget. Nederland begint alvast met een verhoging van het defensiebudget van €8 miljard naar €9,5 miljard. Een groot deel daarvan is bestemd voor nieuwe wapenaankopen. Onder meer de JSF wordt eruit betaald, maar ook nieuwe fregatten en mijnenvegers. De wapenindustrie en de marine hopen ook op nieuwe onderzeeboten, een mega-order die de Nederlandse marine-industrie een flinke oppepper zal geven.

Verzet tegen al deze oorlogswinsten is er ook. Onder meer Stop Wapenhandel maar ook veel andere groepen blijven de wapenindustrie hinderlijk volgen. Zo zorgen we in elk geval dat dingen niet in het geniep gebeuren. En soms, heel soms, kunnen we ook daadwerkelijk een deal tegenhouden. Het is een beetje muis tegen olifant. Maar als wij niet proberen de wapenhandel te stoppen wie moet het dan doen? De slachtoffers van deze handel, de mensen in oorlogsgebieden, kunnen het niet doen. Die hebben het te druk met overleven.

Overgenomen van: Stop Wapenhandel

Conflicten maken aandeelhouders wapenfabrikanten rijk

Het regent zowel bommenwerpers als bommen in het Midden-Oosten. Niet alleen in Syrië maar ook in Irak en Jemen. 925 vraagt zich altijd af; cui bono? De aandeelhouders in de grootste wapenbedrijven natuurlijk. Elke ontploffing die u op tv ziet betekent een nieuwe order. De aandelenkoersen van de drie grootste Amerikaanse schietfabrieken zijn gemiddeld verdrievoudigd sinds de start van de ‘lente’. (meer…)

In de afgelopen 10 jaar stierven tientallen micro-biologen op vreemde wijze

AMSERDAM-LIENDEN, Het KNP:
In juli 2008 overlijdt microbioloog Dr. Bruce Ivins. Hij was een expert op het gebied van antrax en ontwikkelde vaccins tegen miltvuur. Hij werkte bij de United States Army Medical Research Institute of Infectious Diseases (USAMRIID), waar hij onder de meer de monsters onderzocht van antrax (miltvuur) die in 2001 per brief werden verstuurd naar enkele Amerikaanse senatoren en media. (meer…)