AMSTERDAM-LIENDEN, Het KNP:
Niet alleen de jasmijnsector in China heeft klappen gekregen door de opstanden in de Arabische wereld. Ook veel buitenlandse investeerders hebben veel verlies gemaakt. De nieuwe Chinese exportstrategie gaat zich volledig op Azië richten, omdat Afrika te riskant en instabiel wordt geacht.

De beleidswijziging was al in de maak, maar door de opstanden in Tunesië, Egypte en Libië worden de veranderingen versneld. “De onrust in Noord-Afrika en vooral de situatie in Libië is een beproeving voor de investeringsstrategie van China”, zegt Wang Jinyan, onderzoeker aan de Universiteit voor Buitenlandse Studies in Beijing. “Dit zal een definitieve impact hebben op de toekomstige investeringen.”

Volgens de media zal het binnenkort te verschijnen vijfjarenplan van het ministerie van Handel kiezen voor Azië – en de opkomende economieën – als speerpunt van de nieuwe buitenlandse investeringsstrategie. “Investeren in Afrika is niet meer wat het geweest is”, tekende de Economic Observer op uit de mond van een ambtenaar uit het ministerie. “Het is niet zo eenvoudig meer om een mijn te openen. Nu moet je letten op het milieu, de lokale werkgelegenheid en de effecten op de lokale economie.”

Azië wordt gezien als een rijpere markt met veel meer economisch potentieel en minder politieke risico’s.

De keuzes die Chinese investeerders maken, zijn van grote invloed in de hele wereld. China zal in 2020 maar liefst 2 biljoen dollar (1400 miljard euro) in het buitenland investeren, schat de Asia Society in New York. De VS investeerden het afgelopen jaar een zevende van dat bedrag.

Afgelopen jaar bereikte China nog de status van grootste handelspartner van Afrika. Chinese bedrijven zien het continent als testlaboratorium en bouwen er wegen, mijnen, telefoonlijnen en olievelden, volgens critici om er op een neokoloniale manier zo veel mogelijk grondstoffen uit te halen.

De Arabische lente deed echter de Chinese verliezen oplopen en sloeg een flinke deuk in die strategie. In Libië, waar Chinese bedrijven nog maar een paar jaar actief waren, kostte de repatriëring van 36.000 Chinese werknemers meer dan 3 miljard dollar (2 miljard euro). Bovendien zijn verschillende Chinese bedrijven overvallen en verwoest, zoals olie-installaties van Sinopec.

Maar ook in andere landen waren er in het eerste kwartaal grote verliezen door de opstanden. Zo heeft China in Algerije 70 procent minder contracten binnengehaald. De onrust in de regio heeft de Chinezen onzichtbaarder gemaakt. Volgens sommigen verschansen ze zichzelf achter hoge muren, onbereikbaar voor de grieven van de lokale bevolking.

Dat Beijing zijn blik nu meer op Azië begint te richten, betekent overigens niet dat de betrokkenheid in Afrika over is. “Je ziet de Chinezen misschien niet, maar je ziet wel de stadions en de wegen en alles wat ze hebben gebouwd”, zegt Lawrence Brahm, een columnist in Beijing. “Ik denk nog steeds dat de grote strijd tussen China en het Westen in Afrika wordt uitgespeeld.”

bron: www.mo.be (persbericht van IPS-Bejing

Lienden, 30 juli 2011