Volgens diverse informatie brochures over de islam, uitgegeven door de Lausanner Bewegung Deutschland, een organisatie die verwant is met de Duitse Evangelische Alliantie, bestaat er een levensgroot verschil tussen het christelijke gebed en het gebed dat moslims plachten op te zeggen.

Vooraf moeten er allerlei reinigingsrituelen plaatsvinden. Iedere afwijking daarvan door bijvoorbeeld te eten, spreken, lopen, kortom alle handelingen buiten de voorgeschreven handelingen, maken het gebed ongeldig.
Het is dan van generlei waarde en telt niet mee met de vervulling van de dagelijkse gebedsplicht. Bidders moeten dan weer van vooraf aan beginnen. Het moedwillig nalaten van het gebed is één van de zwaarste zonden in de islam.
Kinderen moeten vanaf hun zevende jaar bidden en vanaf hun tiende jaar gedwongen worden, eventueel met slaan. Moslims kennen dus nauwelijks een vrij, spontaan gebed.

Er is een groot verschil met het bijbelse gebed dat nooit een plichtsgebed is, maar vrijwillig plaatsvindt. Het is een persoonlijk gebed tot God dat niet afgedwongen wordt. Een ieder kan wanneer hij maar wil zich tot God wenden.
In de Bijbel vindt men geen voorschriften voor bepaalde gebedsformuleringen. Ook hoeft het christelijke gebed niet in een bepaalde richting opgezegd te worden, er is geen voorgeschreven lichaamshouding, er zijn geen vastgelegde gebedstijden, geen bepaald vereiste kleding, geen rituele wassingen vooraf en geen voorgeschreven taal. Ritueel wassen maakt een mens niet rein, alleen het Bloed van Christus (Hebr. 10:14).
Daarom kunnen moslims en christenen alleen al vanwege uiterlijke kenmerken niet met elkaar bidden.
Christenen bidden bovendien in de naam van Jezus tot God die zich als Vader, Zoon en Heilige Geest geopenbaard heeft. Moslims zien dit soort gebed als afgodendienst en als onvergeeflijke zonde.

Wat moslims met Allah bedoelen verschilt hemelsbreed met het christelijke concept van God. De bewering dat christenen en moslims ‘toch in dezelfde God geloven’ is onzin. Moslims hebben een totaal ander Godsbegrip dan de christenen. Op de vraag wie God werkelijk is geeft de Bijbel een totaal ander antwoord dan de Koran.
Moslims verstaan onder bidden vooral een bevestiging van de onderwerping aan de wil van Allah. ‘Zo God wil’, is een veel gebruikt gezegde onder moslims. Daarbij speelt de rol van lotsbepaling of voorbeschikking een grote rol.

In het moslimgebed berusten moslims zich in zekere mate in het door de wijze Allah vooraf vastgelegde lot. Allah is volgens de Koran de Grotere, de Almachtige, de Wetende, de Sterke, de Horende, de Ziende, maar niet de Reddende en Liefhebbende God zoals in de Bijbel, laat staan de Vader in de Hemel waar Zijn kinderen op kunnen vertrouwen. Vaak is Allah de Heersende en de Grimmige. In Sura 3:47 staat zelfs dat Allah ‘de beste samenzweerder’ is.

Het christelijke gebed zou een persoonlijk gebed als van een kind  tot zijn Vader moeten zijn, en niet tot een onveranderlijk, onpersoonlijk en onvoorspelbaar noodlot. De persoon van Jezus Christus wordt daardoor tot het grote verschilpunt tussen christendom en islam. Zijn kruisiging en opstanding worden ontkend. Als moslims tot Allah bidden zonder in een verlosser te geloven blijft het gebed in het luchtledige hangen.

Het moslimgebed wordt ook voor maatschappelijke, geestelijke en politieke doeleinden gebruikt. De gebedsoproep per minaret is meer dan alleen een uitnodiging tot gebed. Het is een openlijke bekentenis tot de islam en zijn suprematie over andere godsdiensten. Het moslimgebed heeft ten allen tijde een maatschappelijke dimensie.
Waar de minaret oproept tot gebed, wordt de maatschappij opgeroepen zich te onderwerpen aan Allah’s geboden. De gebedsoproep ‘Er is geen godheid buiten Allah en Mohammed is zijn profeet’, onderstreept de voltrekking van de wil van Allah in de samenleving. Deze oproep heeft dus een politieke lading, maar bestrijdt ook de christelijke opvatting over de Drieëenheid.
De islamitische gebedsoproep is daarom een openlijke aanval op de Bijbelse leer en is gericht tegen Bijbelgetrouwe christenen.

Bij een scheiding van kerk en staat behoort de staat ervoor te zorgen dat godsdiensten geen politieke macht gaan opeisen en openlijke aanvallen plegen op aanhangers van andere religieuze levensovertuigingen. Vrijheid van godsdienst moet niet gepaard gaan met de schending van de vrijheid van godsdienst voor anderen.
De islamitische gebedsoproep is altijd een openlijke oproep om de openbare orde te veranderen naar Allah’s wil, het is dus een islamitisch propaganda instrument.

Het zondagse klokkengelui van kerken dat slechts enkele minuten duurt, vergelijken met de islamitische gebedsoproep die vijf maal per dag tot geluidsoverlast in de grote steden leidt, is volledig ongeplaatst. Klokgelui is een overblijfsel van een christelijke cultuur. Het was in vroeger tijden een aansporing om ter kerke te gaan. Een betekenis die inmiddels lang en breed verwaterd is