“Wij mensen worden telkens bekritiseerd door de literatuur. De literatuur bevestigt daarmee ook de Bijbelse stelling dat de mens van nature kwaad is. Christelijk literatuuronderwijs moet de kritiek op mensen uit de Bijbel betrekken en de kritiek door de literatuur aan de maatstaven van de Bijbel betrekken.
De literatuur maakt de mensen tot maatstaf; christelijke literatuurkritiek moet duidelijk maken dat aan God van de Bijbel alle verantwoording af te leggen is. Vanuit dit perspectief kunnen we een breed palet schrijvers en dichters noemen die exponenten zijn van deze vreemde geest”.

Otto Meskemper, schrijver van het boek ‘Falsche Propheten unter Dichtern und Denkern’ bedoelt in de eerste plaats Duitse dichters en schrijvers. Zijn onderzoek richt zich op auteurs als Bertolt Brecht, Hermann Hesse, Goethe en Thomas Mann.

Meskempers boek bevat veel onbekende feiten over het persoonlijk leven van een aantal beroemde schrijvers en dichters.
Meskemper verbaasde zich erover dat zijn dochter ooit literatuuronderwijs kreeg vanuit ‘een strikt literair standpunt’. Daarbij werd nauwelijks iets vertelt over de beweegredenen of achterliggende motivatie van de desbetreffende schrijver of dichter.
Zijn onderzoek richt zich daar wel op en hij komt met verontrustende conclusies. Hij vindt dat christelijke scholieren immuun gemaakt moeten worden tegen de kritiekloze overname van de geestelijke basis van deze literatuur. De geestelijke en maatschappelijke structuren van onze tijd die in deze literatuur worden beschreven, hebben antichristelijke wortels.

Bertolt Brecht bijvoorbeeld was een moeilijk opvoedbaar kind. Hoewel Brecht met de Bijbel werd opgevoed schreef hij op zijn dertiende jaar al een verhaal waarin hij kritiek uitte op de Tien Geboden. Zijn studentenleven was chaotisch.
Korte tijd studeerde hij medicijnen, maar de enige colleges die hij bezocht gingen over het thema geslachtsziektes. Boven zijn bed hing een grote afbeelding die de heidense afgod Baäl moest voorstellen. Het was ook de naam van een toneelstuk dat Brecht later schreef.
5 In andere gedichten verlangde Brecht naar de geborgenheid van de moederschoot, de dood en de intimiteit van de natuur. Toen een van zijn vriendinnen een kind van hem ter wereld bracht, schreef Brecht ter ere van de geboorte twee nieuwe liederen, genaamd ‘Lucifers Avondlied’ en ‘Koor van Baäl’.
Zo verliep zijn leven, wanhopig op zoek naar geestelijke bevrediging en geplaagd door financiële problemen. Brecht ging het liefst zoveel mogelijk problemen uit de weg. Hij was niet geïnteresseerd in het dragen van verantwoordelijkheden.

Zijn ommekeer naar het marxisme is een van de weinige feiten die middelbare scholieren te horen krijgen als het gaat om de achtergrond van Brechts werken.
De werken van Marx, Engels en Lenin zag hij als een nieuwe heilsleer. Al zijn latere werken zijn door een afkeer tegen de burgerlijke maatschappij bepaald.
In 1947 werd hij in Amerika verhoord wegens communistische activiteiten en moest van de regering daarna het land verlaten.
In 1956 kreeg hij een hartinfarct die hem fataal werd. Kort voor zijn dood kwam hij met het bizarre verzoek, dat indien hij zou sterven de doktoren hem met een stiletto zijn hart moesten doorsteken, zodat zij konden zien dat hij echt dood was. Ook wilde Brecht in een zinken grafkist begraven worden, zodat hij beschermd zou zijn tegen de wormen. Uiteindelijk werd hij in Oost-Berlijn in een eenvoudig graf bijgezet.
De diverse vrouwen waarmee Brecht zijn immorele leven mee had gedeeld, vochten na zijn dood om de erfenis.

De grote dichter Goethe was in zijn leven door het demonische beïnvloed en door duistere machten geleid. Goethe gaf zelf toe dat hij door demonen geleid en gestuurd werd.
In diverse toneelstukken wordt de aanwezigheid van demonen beschreven.
Op zijn vijftiende jaar krijgt hij interesse voor de vrijmetselarij, maar wordt pas jaren later daadwerkelijk lid. Ondertussen verdiepte hij zich in de werken van Paracelsus en studies over de kabbala. Goethe leed periodiek aan psychoses die hem inspireerden voor het schrijven van nieuwe toneelstukken.
In 1982 publiceerde het Duitse weekblad Der Spiegel nieuwe feiten over Goethe’s Faust. De versie die de wereld tot nu toe kende, is een versie die door Goethe zelf nogal gekuist is. Tot de oorspronkelijke versie behoorden ook de zg. Paralipomena, teksten over de Walpurgisnacht in Faust.
Walpurgisnacht is de nacht van 30 april op 1 mei waar heksen, satanisten, occultisten op de Blocksberg in de Harz bijeenkomen om de krachten van de natuur en satan te vereren.

Goethe’s teksten staan vol met “obsceniteiten die met satanisch genoegen zijn neergeschreven’, aldus Meskemper. Deze teksten willen niets meer en minder zijn dan “eine poetische Summe des Teufels-und Ketzerwesens (pag.162).
Jaren later werd door de Duitse televisie in een documentaire  onthuld, dat Goethe reizen ondernam naar de Blocksberg tijdens deze Walpurgisnacht.

ok aan enkele componisten als Ludwig von Beethoven, Robert Schumann en Richard Wagner besteedt Meskemper enkele woorden. Net als Goethe was ook von Beethoven vrijmetselaar. Schumann had een passie voor glaasje draaien hetgeen hem uiteindelijk zijn leven kostte. Dezelfde geesten die hem muziekstukken ingaven, bevalen hem ook om van een brug te springen.

Meskempers kritiek tegen de literatuur is dat zij uitgaat van de zelfverwerkelijking van de mens, de autonomie van de mens en de maakbaarheid van de samenleving. Volgens Meskemper gaan deze ideeën terug naar het oude Griekse humanistische denken, waarmee vele intellectuelen geestelijk verbonden zijn.
In het Griekse denken draaide het ook om heidense goden, offerrituelen en mysterie denken. Er was sprake van een occulte onderlaag in deze cultuur.
Meskempers boek wordt afgesloten met een kritisch exposé van dit Griekse neoplatonische en gnostische denken tot aan Immanuel Kant en Friedrich von Schiller.

Bijna alle moderne schrijvers propageren revolutie en desintegratie, zo citeert Meskemper een andere literatuurcriticus.
“Voltaire, Rousseau, Shelley, Lord Byron, Charles Dickens, Stendhal, Samuel Butler, Ibsen, Emile Zola, Gustave Flaubert, Bernard Shaw, James Joyce – op een of andere wijze waren zij allen vernietigers, slopers, saboteurs”.

Volgens Meskemper is het de hoogste tijd dat Bijbelvaste christenen, als discipelen van Jezus, deze negatieve geest op een afstand houden en alleen de alternatieve weg begaan, de weg van de christelijke hoop. “Gods Rijk opbouwen en naar de Wederkomst van Jezus uitzien, dat is onze opdracht”.