Veel christenen in Centraal-Azië en het Kaukasus-gebergte leven tussen hoop en vrees. Enerzijds zijn er dit jaar signalen dat de vervolging afneemt, anderzijds is er nog regelmatig sprake van discriminatie, treitering en zelfs geweld. Dat meldt Open Doors, een organisatie die op de bres staat voor vervolgde christenen.

Turkmenistan is een treffend voorbeeld van een land waar christenen tussen hoop en vrees leven. In 2004 werd de wet versoepeld en konden kerkelijke gemeenten zich makkelijker laten registreren. Zo’n registratie is nodig, wil een groep gelovigen als kerk kunnen functioneren. Mondjesmaat slagen steeds meer gemeenten erin hun kerk te registreren. “Maar de controle is vervolgens erg groot”, zegt Esther Amado, die het werk van Open Doors in Centraal-Azië coördineert. “De geheime dienst wil alles weten. Wie preekt er? Waarom juist deze persoon? Wat preekt hij? Waar gaat het geld van de collecte naar toe? Hoeveel heeft de collecte opgeleverd? Wie heeft geld gegeven, en hoeveel?”

Ook worden nog steeds veel gelovigen verhoord over hun christelijke activiteiten. Ook bedreigingen, boetes en soms geweld komen nog voor. Bovendien mogen christenen niet in woonhuizen samenkomen en gelden er voor de vestigingsplaats van een kerk allerlei beperkingen. Een kerk mag niet in een industriewijk én niet in een woonwijk worden gebouwd. Er worden dan ook niet of nauwelijks kerken gebouwd. Amado: “Een zaal huren kan bijvoorbeeld wel. Zo zijn er christenen die een voormalig café huren voor 750 euro per maand, maar dat is vrijwel niet op te brengen. Binnenkort zullen ze wel iets anders gaan zoeken.”

Toch bekeren veel mensen zich tot het christendom. “Er is een grote spirituele leegte. Iedereen wordt geacht zich de ideologie van president Niazov eigen te maken. Bovendien is de armoede enorm. Deze factoren zorgen ervoor dat veel mensen open staan voor het christelijk geloof”, aldus Amado.

Ook christenen in Tsjetsjenië (Kaukasus-regio) hebben het momenteel erg zwaar. “Als een moslim zich bekeert tot het christendom en vervolgens ontdekt wordt, is hij of zij ten dode opgeschreven”, zegt Amado. “Jezus wordt gezien als een Russische God. De Russen hebben de Tsjetsjenen jarenlang op een gewelddadige manier overheerst. Dus wie Jezus aanneemt als zijn of haar Verlosser wordt gezien als een verrader.”

Het zijn vooral Tsjetsjeense vrouwen die tot geloof komen. Zij blijken meer ontvankelijk te zijn voor het Evangelie. Toch durven ze thuis geen bijbel te bewaren. Het risico op ontdekking is te groot. Opvallend is dat veel mensen tot geloof komen via dromen.

In Oezbekistan (waar Open Doors onlangs uitgebreider over publiceerde) is de situatie voor christenen in 2005 behoorlijk verslechterd. De vervolging is op alle fronten toegenomen. Christenen worden vaker mishandeld, verhoord en beboet, omdat ze (illegaal) samenkomen. Ook Azerbeidzjan oefent druk op christenen uit om zich te conformeren aan de islamitische godsdienst, aangezien aartsvijand Armenië als een christelijke natie wordt bestempeld. Kazachstan lanceerde eerder dit jaar een nieuwe wet die de godsdienstvrijheid beknot. Het is afwachten of christenen daar in een later stadium de dupe van gaan worden. In het door armoede geteisterde Tadzjikistan genieten christenen in enkele grotere steden een zekere mate van vrijheid. De groei van het islamitisch fundamentalisme in die regio’s baart de ongeveer 12.000 christenen in het land echter grote zorgen.

In alle genoemde landen lopen christenen het risico dat ze hun baan kwijtraken en verstoten worden door hun familie. Daarom heeft Open Doors op verschillende, geheime locaties in de genoemde landen en gebieden opvanghuizen gerealiseerd. In deze relatief veilige omgeving kunnen ze tot zichzelf komen, de Bijbel bestuderen en een vak leren waardoor ze weer op eigen benen leren staan.