Buiten-Mongolië is op het eerste gezicht een onwaarschijnlijk land om er het Christendom  te gaan prediken, maar het is mogelijk, na uitgebreide voorbereiding, op kleine schaal.Het gaat hier om een zelfstandige staat, onder Russische invloed, in tegenstelling tot Binnnen-Mongolië dat ondergeschikt is aan Rood-China.


Er wonen nog geen twee miljoen mensen in een gebied van kolossale afmetingen, waar de temperaturen ‘s winters (in het noord-westen) dalen tot dertig graden onder nul en ‘s zomers stijgen tot 15N C boven nul.

De hoofdstad is Oelan Bator (160.000 inwoners). De hele bevolking bestaat voor 80% uit Mongolen (een mengras, ontstaan in de tijd van de Hunnen): de rest Kazakken (die een Turkse taal spreken), Russen en Chinezen. Het handschrift is gebaseerd op het Russische alfabet. De voornaamste bron van inkomsten is de veeteelt. Ten oosten van de hoofdstad bevindt zich een kolenmijn.
Er staat een luchtverbinding met Moskou zowel als met Peking.
Het land wordt communistisch geregeerd, maar de heersende godsdienst is het Lamaïsme (er staan vele kloosters), wat de soort boeddhisme is, die haar oorsprong vindt in Tibet.

In het Nieuwzeelandse christelijke weekblad ‘Challenge Weekly’ vertelt Marjorie McLeod over het verspreiden van bijbels onder de Mongolen, wat zich momenteel beperkt tot het Nieuwe Testament omdat de vertaling van het Oude Testament nog niet klaar is. Dit laatste wordt gedaan door John Gibbens en zijn vrouw Altaa (ze hebben een achtjarig dochtertje bij zich, die Ingka heet) op verzoek van de ‘Mongolian Bible Society’.
Zij hebben Oelan Bator als standplaats en maken van daaruit reizen naar plaatsen, waar inwoners te vinden zijn, wat niet eenvoudig is gelet op de grote afstanden, die moeten worden afgelegd.

Ze hebben in verschillende plaatsen kerken gesticht. Ze maken hierbij gebruik van het vertonen van een film, om het taalver­schil te overbruggen, want er zijn verscheidene woorden waarvoor niets in het Mongools bestaat, zodat er geïmproviseerd moet worden. De bevolking toont zich daarbij geduldig en behulpzaam. Overigens is het zien van een christelijke film iets volkomen nieuws voor de Mongolen en maakt hen zo nieuwsgierig, dat een samenkomst van 2000 mensen in een stad mogelijk is, met over­heidsdienaren op de eerste rij. In Oelan Bator moesten zelfs negen avonden worden belegd, op verzoek van de inwoners.
Marjorie McLeod is een weduwe van 66 jaar, die met haar man en drie kinderen in een boerderij in Nieuw-Zeeland heeft gewoond en daarna in Hong Kong (zij smokkelde bijbels Rood-China binnen).

Zij heeft haar leeftijd mee, omdat oudere mensen in Buiten-Mongolië worden gerespecteerd en graag geraadpleegd.
Er is weinig voedsel te koop in de winkels: de mensen moeten in de rij staan. Brood bakken doen de mensen zelf; wie dat niet kan doen, moet er minstens drie uur voor in de rij staan. Overigens ontvangt men per persoon niet meer meel dan genoeg is voor een week.
Er zijn moeilijkheden met de watervoorziening. De leidingen zijn van slechte kwaliteit en de pompen worden niet behoorlijk onderhouden of (‘s winters) zijn vastgevroren. De elektriciteits­voorziening stopt ook nogal eens en dan eet men droge beschuiten bij kaarslicht.

De meeste mensen in Buiten-Mongolië zijn boeddhisten, die niet vijandig staan tegenover de christenen. In het centrum van de hoofdstad kon dan ook een winkel worden geopend, zonder dat iemand daar bezwaar tegen had.
Er is een kerk, waar ‘s zondags gemiddeld 600 bezoekers komen, waarvan er ruim 200 zijn gedoopt en belijdenis hebben gedaan. Ds.Gibbens heeft echter vooral zijn handen vol aan het laatste deel van de vertaling van het Oude Testament, die D.V. in 1996 in druk zal verschijnen. Zijn vrouw verzorgt het correctie-werk van de drukproeven.