Termen als ‘God bless America’, ‘One Nation under God’, maken onderdeel uit van een ‘civic religion’ (burgergodsdienst of burgerlijke religie), een algemeen geaccepteerd en impliciet erkend geloof in een God. Deze civic religion ook wel civil religion genoemd, verbindt de Amerikaanse burger in een aantal politieke normen en waarden die de ziel van de Verenigde Staten vormen.


Dit geloof heeft niets te maken met het bijbelse geloof der Reformatoren of met christelijke dogmatiek, maar alles met een algemeen geldende moraal, met een optimistisch vooruitgangsgeloof en pragmatisme.

De civic religion is een stelsel van religieuze waarden, waar elke Amerikaan zich wel in kan vinden. De meeste Amerikanen zijn er van overtuigd dat God aan hun kant staat en dat zij een missie hebben te vervullen in de wereld (manifest destiny).
Door de Amerikaanse geschiedenis is democratie ook verweven met hun geloof. Daardoor wordt fundamentele kritiek op ‘God’s own country’ vaak gezien als heiligschennis.

Het openbaar belijden van God is dus vooral een patriottistische uiting van respect voor de civic religion.
Men moet zich realiseren dat meer dan 90% van de Amerikaanse bevolking in een God gelooft. Dat wil overigens niet zeggen dat dit het geloof in de bijbelse God is.

Een Amerikaanse president zou zijn vingers niet alleen ernstig branden als hij zou verklaren dat hij atheïst of agnost zou zijn, maar ook als hij zou omschrijven wie die enige God is en wie de overige afgoden zijn. Het begrip God wordt dus algemeen en vaag gehouden. Bijbelvaste christenen kunnen als het goed is niet zo veel met deze plichtmatige uiting van algemeen burgelijk Godsgeloof.

De civic religion is er om de Amerikaanse burger eraan te herinneren dat er een religieuze basis is, die de overheid in Amerika voor het staatkundig bestel erkent. De Verenigde Staten vormen dus een godsdienstige samenleving. Atheïsten vormen traditioneel een hele kleine groep in de Amerikaanse samenleving en zij zijn vooral een elitaire groep.

Het begrip ‘One Nation under God’ is in de jaren vijftig in de gelofte van trouw opgenomen onder invloed van de dreiging van het communisme. Deze gelofte met de verwijzing naar God staat voor de vrijheid waar Amerika voor strijdt.
Dit begrip heeft altijd in dienst van de natie gestaan, niet in dienst van de belijdenis. Bijbelgetrouwe christenen zouden zelfs kunnen wijzen op het misbruik van deze zinsnede.
‘Het heidense staatsabsolutisme heeft altijd graag de godsdienst erbij gehaald om zich in het oog van het volk te rechtvaardigen. Hoe gevaarlijk is het niet wanneer op pantheïstische wijze de staat en de staatswil worden vereenzelvigd met Gods wil’.

Het idee van de civic religion (‘religion civile’) is afkomstig van de Franse verlichtingsfilosoof Jean-Jacques Rousseau. In zijn opvatting wordt een volk samengehouden door een gezamenlijk geloof en wordt godsdienst ondergeschikt gemaakt aan de politiek. Het resultaat is dus een christendom dat als middel gebruikt wordt ter bevordering van braaf burgerschap.
Dit idee heeft zich diep vastgenesteld in de Amerikaanse gedachte. Hij kent de ‘volkswil’ als het ware een ‘droit divin’ toe. Rousseau gaat ten diepste uit van de goedheid van de mens. Uit zichzelf wil het volk alleen het goede.
Met cultuurpessimisme, met zondeval en erfzonde kan dit socio-religieuze concept niets.

Met andere woorden, civic religion staat ver af van joods-christelijke belijdenissen en kerkdogma’s. In de civic religion gaat het niet over Christus’ kruisdood, opstanding en persoonlijke verlossing.

‘God bless America’ betekent voor velen vooral dat Amerika beschermd moet worden tegen buitenlandse vijanden, armoede, onvrijheid en andere gevaren. God heeft een speciale bedoeling met de Verenigde Staten en Zijn wil kan via democratische verkiezingen gekend worden.
‘Langzaam aan verbouwden de Amerikanen een van de centrale leerstukken van het calvinisme. De God van Calvijn werd beetje bij beetje tot een God van de natie gemaakt, een God van wie je als Amerikaan op aan kunt, een God die over het land waakt’.

In de kern is civic religion een mythe. Voormalig president Eisenhower zei ooit: “Het allerbelangrijkste voor ons land is dat God ons leidt, welke God kan me niet zoveel schelen”.