Israël is in de computerwereld en de wereld van de hightech tot een belangrijke bondgenoot van grote Amerikaanse computerbedrijven geworden. Ondernemeningen als Google, Intel, Cisco, IBM en Microsoft hebben in Israël research- en ontwikkelingslaboratoria opgezet en miljoenen dollars in de Israëlische economie gepompt. De reden?
“Israëli’s zijn creatief en bekend met technologie.” “Het Israëlische brein is dynamisch en creatief en dat moeten we in onze ontwikkelingsteams hebben”, zegt Bina Rezinovsky, voormalig directrice van Cisco Israël. De directeuren van Cisco en Microsoft erkennen het vermogen van de Israëli’s om scherp na te denken. De geschiedenis van de Amerikaanse computerbedrijven in Israël is een succes story.

Behalve dat deze bedrijven uit de rijke bron van Israëlisch talent putten, geven zij ook weer iets terug door te investeren in allerlei trainings- en onderwijsprogramma’s en ook door filantropische projecten overal in het land. Cisco Israël bij voorbeeld, heeft meer dan 20 verschillende projecten in Nazareth lopen die gericht zijn op het verbeteren van relaties tussen Israëlische joden en Arabieren.

Aldus een bericht in het tweemaandelijks tijdschrift Ami Nieuws, dat uitgegeven wordt door het Jeruzalem Bijbel Centrum.

Maar er is meer. Uit een publicatie van de Amerikaans-Israëlische Kamer van Koophandel in Californië, blijkt dat de Amerikaanse en Israëlische samenwerking op het gebied van computertechnologie uiterst lucratief en succesvol is.

IBM is al sinds 1949 in Israël aanwezig. Het was toen het grootste Amerikaanse bedrijf dat in Israël actief was. IBM werd toendertijd gevraagd om bij te springen in verband met defensieproblemen. Het bedrijf is gebleven en heeft onder andere projecten op medisch gebied en op landbouwgebied uitgevoerd.
IBM Israël heeft in het land ongeveer 2200 mensen in dienst in voornamelijk Rehovot, Haifa en Jeruzalem. De drie researchcentra in het land houden zich bezig met het brede terrein van de computertechnologie en innovaties. IBM Israël heeft inmiddels vele scholen en bibliotheken in Israël voorzien van computers om de komende generatie klaar te stomen voor de stormachtige ontwikkelingen op het gebied van computertechnologie. Zo wordt er een programma voor 3 tot 6 jarige kinderen op scholen georganiseerd om al vroeg de belevenis van de computerwereld in de jonge hoofdjes te prenten.
Ook samenwerking met de Ben Gurion Universiteit staat hoog op het programma, evenals samenwerking met ziekenhuizen en het geven van studiebeurzen aan studenten. In 2008 was IBM de grootste buitenlandse investeerder in Israël.
Uit een infofolder van IBM: “IBM waardeert ten zeerste de flexibele mentaliteit van de Israëlische werknemer als het op ontwikkeling aankomt. (…) De Israeli’s zijn heel sterk in innovatie, hetgeen de sleutel is voor de concurrentie van vandaag. Er is sprake van veel innovatie op alle gebieden in Israël en de werknemers zijn goed opgeleid en gemotiveerd.” Danny Yamin, de huidige topman van IBM in Israël is vol lof over de samenwerking met de Israëli’s.
Maar eigenlijk is het vreemd: IBM heeft een zwaar belaste geschiedenis als het gaat om samenwerking met de nazi’s. In de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog was een van de directeuren van IBM in Duitsland een fervente nazi.
IBM technologie was in de Tweede Wereldoorlog een van de fundamenten van Hitler’s Derde Rijk. In de jaren dertig was IBM de leidende macht in de productie van ponskaarten en sorteermachines. De volkstelling die de nazi’s hielden werd ondersteund met machines van IBM. Ook had IBM een afdeling in het door de nazi’s bezette Polen. Daar was het bedrijf actief in de controle op de dienstregelingen van treinen met joden op weg naar de concentratiekampen. De naam werd veranderd in Watson Büromaschinen, maar was in het geheel onderdeel van het Amerikaanse moederbedrijf IBM.
Later werd er in Roemenië een soortgelijke volkstelling gehouden om de joodse gemeenschap in kaart te brengen. De IBM machines die eerder in Polen waren gebruikt, werden verhuisd naar Roemenië. Een van de resultaten van de volkstellingen was dat voedseltransporten gereguleerd konden worden aan de hand van inwoneraantallen. Zo kon men de joodse bevolking letterlijk laten uithongeren.
De registratiekaarten in de meeste concentratiekampen, de Häftlingkartei, zijn ontworpen door IBM. De nummertatoeëring in de onderarm van de gevangenen in Auschwitz was aanvankelijk gerelateerd aan het nummer op de registratiekaart. Ook werkte IG Farben, de producent van het gifgas Zyklon B, samen met IBM.
Dit en nog meer lugubere details staan uitvoerig beschreven in het boek van Edwin Black: IBM and the Holocaust, dat in 2001 verschenen is.
Maar schijnbaar waren de zonden van IBM in 1949 al weer lang vergeten en vergeven. Het bedrijf begon toen met zijn opmars in de één jaar oude joodse staat.

Cisco is actief in Israël sinds 1996. In Netanya heeft het bedrijf het belangrijkste Research & Development centrum buiten de VS staan en Cisco Israël is de grootste vestiging van het bedrijf in het buitenland. Daar werken ongeveer 400 researchers en computerexperts.
De keuze viel op Israël vanwege het talent en de aanwezige ervaring op het gebied van software en hardware. Cisco heeft inmiddels een aantal andere Israëlische bedrijven overgenomen.
Vanaf 2005 levert Cisco Israël computersystemen en computerbeveiliging aan de Israëlische bankwereld. En onlangs kondigde het bedrijf een joint venture aan met Amdocs, om samen een nieuw soort besturingssysteem te ontwerpen.
Toen in 2000 de zg. Intifadah uitbrak, startte Cisco met een project om Israëlische en Arabische jongeren in de leeftijd van 15 tot 18 jaar te trainen en op te leiden voor de betere computerfuncties.
Een andere activiteit van Cisco is het Digital Cities Project, gericht op het verbeteren van betrekkingen tussen Israëlische joden en Arabieren in Nazareth.
Evenals andere computerbedrijven is Cisco actief in werkgelegenheidsprogramma’s om werkloze jongeren weer aan de slag te krijgen. John Chambers, topman van Cisco in Amerika, kreeg van de Israëli’s enkele jaren geleden een belangrijke prijs uitgereikt voor de samenwerking met het land.
Recentelijk heeft Cisco als gevolg van de kredietcrisis moeten inkrimpen. Een tweetal managers zijn opgestapt en enkele activiteiten zijn stopgezet.
Intel Corp., de belangrijkste halfgeleiderproducent ter wereld, is sinds 1974 in Israël aanwezig.
De 8088 microprocessor voor de allereerste PC is ontworpen in Haifa.
In de jaren tachtig produceerde Intel in Haifa en Jeruzalem voornamelijk microprocessoren en geheugenchips. In Petach Tikva is in 1999 een nieuw R&D centrum geopend met meer dan 500 werknemers. Ook Intel’s nieuwste microprocessor, gebaseerd op nanotechnologie, wordt ontworpen in Kiryat Gat. Het nieuw geopende research centrum in Yakim concentreert zich geheel op chiptechnologie voor mobiele communicatiemiddelen.
Intel doet veel voor de Israëlische samenleving. Maar liefst de helft van alle medewerkers, ongeveer 5000 mensen, zijn op een of andere manier actief op scholen, op het gebied van wiskunde en wetenschap.

Een andere computerbedrijf, Applied Materials, heeft sinds 1991 een filiaal in Rehovot, waar geautomatiseerde systemen worden vervaardigd.
In 1997 nam Applied Materials Israël twee andere Israëlische bedrijven over en heeft hierdoor een belangrijke plaats verkregen in de halfgeleidersindustrie. Momenteel heeft Applied Materials vier vestigingen in Israël met in totaal 1000 werknemers.
In december 2006 ondertekende Applied Israël een contract met de Chinezen voor de constructie van een computercontrole systeem.
De huidige directeur van Applied Materials, Mike Splinter, prees de Israëlische vestiging van het bedrijf bij het tienjarig bestaan van Applied Materials in Israël.
Applied Israël houdt zich samen met het Weizmann Instituut van Wetenschap bezig met projecten voor kinderen op de basisschool, houdt jaarlijks een wiskunde Olympiade en er worden wedstrijden voor kinderen van 9-14 jaar georganiseerd, voor wie het meeste van internet technologie afweet.
Verder ondersteunt Applied Materials werkgelegenheidsprogramma’s voor jongeren en runt ze diverse kinderdagverblijven.

Ook Google vertrouwt heel veel op de capaciteiten van Israëlisch personeel. Dat was de reden waarom het bedrijf de afgelopen vier jaar twee R&D centra heeft geopend, in Tel Aviv en Haifa.
Israël is daarmee een van de weinige landen waar Google zijn belangrijkste research laat uitvoeren. “Normaal is dat een eer voor grote landen, zoals Rusland en China, maar in het geval van Israël is dat een indicatie hoe ver Israëls high-tech vaardigheden ontwikkeld zijn”, aldus topman van Google in Israël. “Wij hebben een enorme pool van wetenschappers, ingenieurs en wiskundigen aangeboord, vol met innovatieve ideeën. Israël denkt meer ‘out of the box’, een karaktereigenschap die hoog gewaardeerd wordt bij Google.”
Een aantal Google producten zijn in Israël ontwikkeld: Google Docs, Google trends, Google Insights for Search en onderdelen voor Google Earth.

En Microsoft Israel werd pas in 1989 in Israël actief, als filiaal van Microsoft Corp.
Ook Microsoft heeft een R&D centrum in het land, een van de weinige buiten de Verenigde Staten. Jaarlijks pompt Microsoft zeven miljard dollar in R&D. Het bedrijf heeft zijn software in het Hebreeuws uitgebracht en van bijna elk Microsoft product bestaat er een Hebreeuwse variant. De hele Microsoft economie is goed voor 40.000 werknemers, alleen in Israël.

Maar ook Amerikaanse banken als Citigroup, electronica concerns als Motorola en farmaceutische concerns als Pfizer hebben uitstekende ervaringen met zakendoen in Israël.