In ‘Frontline Fellowship News’ schrijft ds.Peter Hammond over de toestand in Khartoum, de hoofdstad van de mohammedaan­se republiek Soedan.
De dictators hebben zich flink wat problemen op de hals ge­haald met de hele bevolking de wetten van de Koran en de Hadith op te leggen.

In het zuidelijk deel van het land bestaat de bevolking voor tachtig procent uit bijbelgetrouwe christenen en zij verzetten zich ‘met hand en tand’ tegen het bruut geweld van de Moslims.
In hoofdstuk 9 van de Koran staat niet voor niets, dat ‘de heidenen’ bestreden en gedood moeten worden, waar ze ook gevonden mogen worden…
In hoofdstuk 5 wordt bevolen degenen zwaar te straffen, die de Islam tegenstaan. Ze moeten gekruisigd worden, of hun handen en voeten moeten worden afgehakt of ze moeten het land uit worden gezet…

Het verzet van de negers in het zuiden is zo groot ge­weest, dat ze nu bijna heel hun gebied hebben bevrijd van de Moslims, maar er wordt voortdurend gevochten en verscheidene kerken zijn door bombardementen vanuit de lucht verwoest.
Het leger van de Moslim generaal Bashir heeft het land hopen geld gekost en er zijn demonstraties van studenten geweest tegen de terreur van zijn ‘Nationaal Islamitisch Front’ (zijn politieke partij).

De tactiek van de ‘verschroeide aarde’ heeft niet het resul­taat opgeleverd, dat Bashir ervan verwachte. In tegen­deel. De mensen, die de zuidelijke Soedan noodgedwongen ver­lieten, zwierven uit over het hele noord-oosten van Afrika en langs de Golf van Aden, waar zij  voedsel vonden. Zij vertel­den over de terreur en getuigden van hun christelijk geloof.
Nu hebben duizenden de Moslims de rug toe gekeerd en zij spannen samen tegen de wrede regering in Khartoum. Er bestaat een grote kans dat er een herhaling zal komen van de staats­greep van 1954, maar dan tegen de fanatieke Moslims.

Er zijn nog nooit zoveel huisgemeenten geweest in Khartoum als nu. Ze weigeren het bevel tot officiële registratie op te volgen, omdat ze zich dan bloot stellen aan overvallen door de geheime politie. De christen worden voortdurend bedreigd in aanplak­biljetten, waar niemand zich meer  wat van aantrekt.
Christelijke dokters, verpleegsters, onderwijzers en bouwkun­digen zijn onbevreesd uitgezwermd over afgelegen gebieden, waar niemand zich jaren lang om heeft bekommerd. Zij deinzen niet terug voor primitieve huisvesting en allerlei technische problemen, die hun werk moeilijk maken. Zij evangeliseren na en tijdens hun werk, dat rijk wordt gezegend. Er zijn kerken gesticht in plaatsen, waar nog nooit eerder een kerk heeft bestaan.

In de havenstad Port Soedan (aan de Rode Zee) zijn de christe­nen echter op fel verzet van de overheid gestuit. De Moslims daar zijn woedend op de talrijke nieuwe christelijke gemeen­ten. Vele gelovigen zijn in de gevangenis gestopt in worden daar gruwelijk mishandeld.
Het bestaan van slavernij (op grote schaal) in de noordelijke Soedan heeft (eindelijk) de aandacht getrokken van een aantal internationale instellingen, die de regering in Khartoum scherpe vragen hebben gesteld. Er is een hele lijst van klach­ten wegens mishandelingen overgelegd, zodat de regering enige bepalingen heeft gemaakt om haar gezicht te redden tegenover de buitenwereld.

Het staatshoofd, generaal Bashir, heeft dit jaar afgezien van het jaarlijkse militaire offensief tegen de christenen in het zuiden (dat kan alleen in het droge seizoen). Er zijn tijde­lijk geen bijbelverbrandingen en de christelijke studen­ten kregen voor het eerst toestemming een conferentie te organise­ren in het gebouw van de universiteit van Khartoum.
Een samen­komst van christelijke ouders werd niet verstoord. In januari en februari mocht een drijvende christelijke biblio­theek op de Nijl verschijnen. Bijbels mochten vrij worden ingevoerd. Kortom, het regime in Khartoum voelt zich bedreigd door de christenen en hun soldaten. De Moslim leiders hebben onderling ruzie…