In het grootste land van Afrika, Soedan, is nog steeds de langste oorlog van deze eeuw aan de gang. De Arabieren in het Noorden, proberen uit alle macht de christenen in het Zuiden uit te roeien. Sinds 1955 hebben zij ongeveer twee miljoen mensen gedood.

De wreedheden van de Moslims zijn onbeschrijfelijk. Het ergste zijn de bewoners van de Noeba-bergen er nu aan toe. Praktisch al hun dorpen, kerken en scholen zijn verwoest. Honderden christenen zijn gekruisigd.
Meer dan een miljoen christenen zijn overgebracht naar concen­tratie-kampen. Het christelijke vrijwilli­gersleger vecht letterlijk voor haar levens, zegt ds.Peter Hammond (‘Frontline Fellowship’, Newlands, RSA).

Hij herinnert eraan, dat dit gebied al veertien eeuwen strijdt tegen de Moslims, die heel centraal Afrika willen bezetten.
Wat hen tegen houdt is een gebied van 30.000 vierkante mijl en heet: Zuidelijke Kordo­fan. In het midden daarvan liggen de Noeba-bergen, die 500 tot 1000 meter boven het vlakke land uitsteken. Dit is vruchtbaar land voor het verbou­wen van allerlei gewassen, plus hier en daar wat bos.

De christelijke bevolking behoort tot vijftig verschillende rassen; in gemeen­schappelijk hebben is hun christelijk geloof.
Het zijn praktisch allemaal boeren. Hun belangrijkste gewassen zijn bonen, sorghum en sesamzaad (eiwitrijke lichtgele olie).
Door de eeuwen heen hebben omringende volkeren rooftochten ondernomen, om vrouwen en kinderen te bemachtigen, die dan als slaven moeten werken.
De ijverige goedmoedige mensen van de Noeba-bergen leerden zich te verdedi­gen. Zij verjoegen Turkse en Egyptische legers en kwamen later met succes in opstand tegen de Engelsen, die de vruchtbare grond wilden gebruiken voor het aanleggen van plantages.

Sommige stamhoofden hebben in hun families nooit een ander geloof gekend dan dat van het christendom en ze kunnen bewij­zen, dat ‘t terug gaat tot de eerste eeuw na Christus. Overi­gens kwamen de eerste zendelingen uit Europa aan in 1874; zij bekeerden de stammen van de Kawalib en Otoro volken (restan­ten). Vandaag de dag is het christelijk geloof een vanzelf­sprekende zaak voor de jeugd op de Noeba-bergen.

De Moslim legers van de regering begonnen in augustus 1985 met het verbran­den van de kerken en het vermoorden van de predi­kanten en ambtsdragers. In april 1996 werd vastgesteld, dat 26 grote kerken met de grond gelijk waren gemaakt. De verwoestin­gen gingen door in het begin van 1996; vijf predi­kanten verlo­ren het leven.
Het christelijke vrijwilligersleger, dat wordt aangeduid met SPLA, heeft een cordon gelegd rondom de resterende kerkelijke bouwsels. Niettemin zijn onlangs weer twee Evangelische domi­nees vermoord gevonden.

De Arabieren laten de negers niet met rust. Zij verdedigen zich met wat oude geweren, stokken, speren, en op de vijand veroverde wapens. De letters SPLA betekenen: ‘Sudane­se Peoples Liberation Army’, opgericht in 1986. Zij beschik­ken over zes bataljons goed geoefende troepen. De vijand heet NIF, wat ‘National Islamic Front’ betekent, die berucht is om hun ‘verschroeide aarde’ taktiek.

De regering in het Noorden kondigde in 1992 de ‘jihad’ (heili­ge oorlog) aan (met de hulp van ‘adviseurs’ uit Iran). Zij kregen de beschikking over helicopter ‘gunships’, MiG-23 bom­merwerpers en Antonov toestellen voor troepen-vervoer. Zo begonnen zij met hun massale aanvallen.
Honderdduizend mensen werden uit hun huizen gehaald en wegge­voerd voor slaven-arbeid. Maar de Moslims leden zulke zware verliezen, dat ze de grote aanval moesten staken. Maar moorden en branden stichten gaan door.
Niemand is veilig. Niemand wordt ontzien. Alle vee is gesto­len.