Vorig jaar verscheen er bij uitgeverij Houtekiet in Antwerpen een opmerkelijk boek: “Dode getuigen: Dertig mensen die niet zullen spreken op het proces Dutroux”. Auteur: Douglas De Coninck, journalist bij het Belgische dagblad De Morgen.

Dertig getuigen wier mond gesnoerd moest worden of die op het juiste moment al dan niet vrijwillig uit het leven gestapt zijn. Zeven moorden, tien zelfmoorden, vijf verkeersongevallen en  acht sterfgevallen door mysterieuze oorzaken, waarvan een aantal al dan niet kunstmatig opgewekte hartaanvallen en ook vergiftigingen.


De Belgische justitie deed in de meeste gevallen weinig tot niets. Autopsies werden zelden of nooit uitgevoerd, crematies werden met grote haast uitgevoerd.

In de meeste gevallen leek het wel alsof er een onzichtbare hand de ware toedracht van deze zaken wilde toedekken.
Officiële onderzoeken werden gefrustreerd of omgebogen naar minder belangrijke sporen of plotseling afgekapt. Dossiers werden willekeurig gesplitst en overgeheveld naar andere gerechtelijke arrondissementen. Onderzoeksrechters werden plotseling van een zaak gehaald. In de justitiële opsporing werkte men, al dan niet van bovenaf georchestreerd, langs elkaar heen.
Sommige dode getuigen werden twee jaar na hun overlijden door justitie opgeroepen om te komen getuigen in de rechtszaal.
DeConincks boek is tevens een aanklacht tegen het Belgische gerechtelijke apparaat.

Van de zeven moorden is er één opgehelderd, die ene die door Dutrouw zelf werd gepleegd.
Alle gevallen speelden zich af in het nauw met de bende-Dutroux verweven milieu van Henegouwse autozwendelaars en pedofielen.
Een hoge concentratie van genoemde gevallen in een beperkt gebied, in een beperkte periode en die allemaal wat met de zaak Dutroux te maken hadden. Dertig mensen die allemaal iets belangrijks te zeggen hadden of belangrijke dingen wisten die in het proces Dutroux tegen de beschuldigde gezegd hadden kunnen worden. “Dit alles kan toch geen toeval zijn?”

De Coninck spreekt over “een geheimzinnig, illuster genootschap die de hand had in deze mini-genocide”.

In een grotere context worden de zaken er echter iets duidelijk op. In al zijn andere boeken heeft De Coninck een mateloze energie getoond om greep te krijgen op de grotere verbanden.

De zaak van de zes ontvoerde meisjes die België in de ban hield, was slechts een topje van een ijsberg. In werkelijkheid waren er rond de zeventig kinderen verdwenen, misschien een aantal die niets te maken hadden met de bende Dutroux-Nihoul. Maar het is bekend dat er veel kinderen vermoord zijn en gebruikt zijn op de roze balletten, de seksfuiven waar hooggeplaatsten uit politiek, magistratuur en bedrijfsleven aanwezig waren.
En het is ook bekend dat Dutroux veel meer op zijn kerfstok heeft dan waarvoor hij vorig jaar is veroordeeld.

Dutroux en de perfide zakenman Michel Nihoul kenden elkaar al uit de jaren tachtig, nog voordat de wereld ooit van Dutroux had gehoord.

Maar er blijken ook lijntjes te lopen naar andere zaken die België in de greep hebben gehouden. Drugsaffaires en XTC handel, de moord op André Cools, de Bende van Nijvel, de Agusta affaire, extreem-rechts en het CEPIC en de financiering daarvan, de bende Haemers, de Mossad, mensenhandel en wapenhandel. Diverse boeken zijn hier reeds over geschreven.

Sociale contacten liepen en lopen via bordelen, seksfeesten en exclusieve clubs waar illegale prostitueés en kinderen misbruikt werden. Gangsters, seksmaniakken, wapenhandelaren, extreem-rechtse houwdegens en misdadigers ontmoetten in deze flamboyante gelegenheden afgezanten van de politieke elite, de officiële misdaadbestrijders. Maar ook in een herenclub als de Cercle des Nations vonden de heren elkaar.

Op de ledenlijst van 1992 van de Cercle des Nations prijkt onder andere de naam van Paul Vankerkhoven, vroeger de representant van de Belgische tak van de World AntiCommunist League en goede vriend van oud premier Paul VandenBoeynants en de zwarte baron Benoit de Bonvoisin. Maar ook twee leden van de door prins Bernhard opgerichte 1001 club staan er op.

Een van de bezoekers was Jean Bultot, ex-gevangenisdirecteur en verwoed beoefenaar van practical shooting, een schiettechniek overgenomen door de extreem rechtse leden van de bende van Nijvel, die in België een rechtse staatsgreep wilde provoceren.

De Coninck rept van een aantal toch wel bizarre zaken.
Zo komt een autowrak van Dutroux in het bezit van Nihoul. Nihoul beschikte weliswaar over de auto, maar het voertuig was officieel in het bezit van Management Car Company, een bedrijf gerund door een Luikse zakenman Léon-Francois Deferm, een kennis van Nihoul, maar veel belangrijker, een boezemvriend van politicus Guy Mathot.
Deferm had een bedrijf Trident dat verwikkeld was geraakt in een deal rond de aankoop van 46 Agusta helikopters voor het Belgische leger. Daar ging het nodige smeergeld om. Deferm stak geld in zijn eigen zak. Hij werd verdacht van fraude en omkoping.

Toen Nihoul moest getuigen inzake de ontvoering van het meisje Laetitia Delhez, werd hem een vals alibi verschaft door de gewezen advocaat Michel Vander Elst, ooit veroordeeld voor medeplichtigheid aan de ontvoering van oud-premier Paul Vanden Boeynants. Vander Elst kon na zijn celstraf aan de slag bij Deferm. De ontvoering zelf werd uitgevoerd door de bende Haemers. Vander Elst was daarvoor in dienst bij Deferm.

Via een Nederlandse drugsdealer zat Nihoul in de XTC handel en had connecties tot in de politieke top.
Hij was ook een spin in een kinderpornonetwerk met gruwelijke aspecten tot rituele moord toe. Geen van de kindermoorden uit de X-dossiers werd opgehelderd. Daar wilde de Belgische justitie niet aan.
Zijn vrouw Annie Bouty, verschafte valse paspoorten aan illegale Nigeriaanse prostitueés in België. Bouty was ook medeoprichster van Cadreco, een firma die juridische bijstand verleende aan een wapenhandelaar die voor 83 miljoen dollar raketten aan de Iraanse ayatollahs leverde.
Bouty richtte in 1980 met een compagnon een advocatenbureau op dat connecties had met het Cepic.

Hubert Massa, openbare aanklager in de zaak Dutroux en in juli 1999 door ‘zelfmoord’ omgekomen, was op het spoor gekomen van feiten die de zaak Dutroux-Nihoul verbinden aan de moord op André Cools. Nihoul en zijn vrouw zouden onder andere betrokken zijn geraakt in een poging om Luikse rechters om te kopen met het doel om een vriend uit de wind te houden die door Cools indirect beschuldigd werd van bouwfraude.
“Nihoul kende alle geheimen van de Cools-clan”, aldus De Coninck.

In de zaak Dutroux lijkt het wel, aldus De Coninck, alsof “oude knarren van de oude rechtervleugel van de PSC aan de touwtjes trekken in het dossier Dutroux. Het lijkt te gek voor woorden, maar enkele momentopnamen van het onderzoek zijn niet echt van dien aard om die impressie te ontkrachten”.

Zie ook Morkhoven: En de zaak Zandvoort