Het is een illusie dat er met het communistische China wel zaken gedaan kunnen worden en dat het op den duur wel belangrijke concessies zal doen. Beloften, bij verschillende gelegenheden, zijn dubieus. China denkt alleen aan haar eigen belangen.
Aldus John J. Tkacik Jr. in een “Backgrounder” rapport, gepubliceerd door “The Heritage Foundation” voor het “Asian Studies Center” (Washington).

Het is een realistische beschouwing en een waarschuwing voor ons allen. Diverse artikelen en verhalen in de media zijn veel te  optimistisch geweest.
Er zijn hier en daar gewoon sprookjes verteld.
Soms doet de regering in Peking vriendelijk, maar dat houdt geen stand en heeft weinig te betekenen gehad, zoals dan achteraf blijkt.
Het blijft het onafhankelijke democratische Taiwan bedreigen met een oorlog, het bestrijdt niet het terrorisme, het hielp niet in Irak, het helpt Noord-Korea (nucleaire ambities), het levert wapens voor massavernietiging aan alle revolutionaire landen, het komt geen internationale handelsverplichtingen na en het vertrapt de rechten van niet-communistische mensen.

Op 11 september 2001 bevond zich een groep Chinese journalisten in de U.S.A., die toen ze het nieuws hoorden van de aanvallen van terroristen op New York en Washington in gejuich uitbarstten. Zij werden uiteraard het land uit gezet, maar niemand bood excuses aan.
In het soldatenblad ‘Liberation Army Daily’ schreef de opperbevelhebber Fu Quanyou een waarschuwing aan het adres van de U.S.A., dat het bestrijden van terrorisme niet de zaken van de wereld mag gaan overheersen. Een hoogleraar beschuldigde de Amerikaanse regering van hegemonie (een leidende positie innemen t.a.v. andere landen), waartegen China bezwaren heeft.

Het volgende jaar drong China er bij de regeringen van Kazachstan en Kirgizistan op aan geen steun te verlenen aan Washington. Met Iran en Libië werden vriendschappelijke betrekkingen aangeknoopt.
Ze beschuldigden Uighurs (inwoners van Turkse afkomst) van terroristische daden, sloten hen op en schoten sommigen van hen dood.
In de Veiligheidsraad schaarde China zich onopvallend bij de tegenstanders van de Amerikaanse regering. Het weigert mee te werken aan het programma van de wereld-voedselvoorziening (tegen hongersnood).
Het vermijdt samenwerking met landen, die achter de U.S.A. staan. O.a. het afremmen van de politiek van Noord-Korea heeft haar sympathie niet. Dat land gaat dientengevolge rustig door met haar atoomwapenprogramma.

De Chinezen leveren aan Noord-Korea zoveel olie en voedsel als het wenst. Peking levert hen ook grondstoffen voor het maken van geleide projectielen, plus de technische kennis om ze te fabriceren. Materialen voor het maken van chemische wapens gaan naar Iran.
Noord-Korea verkoopt door aan Syrië en Libië. Het heeft bekend, uranium te verrijken voor het maken van atoomwapens.
In China worden experts op het gebied van geleide projectielen getraind, afkomstig uit Libië. China verkoopt steeds meer onderdelen voor geleide projectielen aan Iran, zodat president Bush economische sancties tegen Peking heeft afgekondigd in mei van dit jaar.

China behoort tot de belangrijkste leveranciers van apparatuur voor de fabricage van wapens voor massavernietiging. Noord-Korea mag verboden wapens vrij vervoeren over Chinees grondgebied. Maatregelen voor het beveiligen van de zee zijn door China ter zijde gelegd.
Chinese marine en luchtmacht vallen de Amerikanen dikwijls lastig. China heeft aangekondigd, dat het in de toekomst belang zal stellen in het bezit van meer eilandjes in de Zuid-Chinese Zee.

De communistische partij heeft geen verbeteringen aangebracht op het gebied van het geven van meer burgerrechten aan de bevolking. Persvrijheid is onbekend. Ouderdomspensioen is onbekend. Zo’n 4000 overtreders van Chinese wetten werden terecht gesteld. Leger en luchtmacht worden drastisch vergroot. Het wordt tijd dat de U.S.A., Japan en Australië zich militair duidelijker aaneen sluiten. Ondemocratisch China vormt een ernstige bedreiging.