Politiek, oorlogen, staatsgrepen, schending van mensenrechten, economische oorlogvoering en de ‘strijd der culturen’, het heeft op een of andere manier allemaal met olie te maken.
‘Het Zwarte Goud’ beschrijft de rol van olie in de internationale politiek. Het belang van olie is doorslaggevend voor de geopolitieke machtsbalans in de wereld.


Er is sprake van een groot geopolitiek schaakspel tussen concurrerende grootmachten als de VS, Rusland en China, met als inzet de macht over de energievoorraden van de Perzische Golf, Centraal-Azië en andere brandhaarden in de wereld.
Door de moderne geschiedenis leidt een spoor van bloed van het Midden-Oosten en de Perzische Golf tot ver in andere delen van de wereld. Dit ‘spoor van bloed’ is een gevolg van de oliepolitiek, de belangen van de oliemultinationals en de olielobby die wereldwijd hun belangen verzekerd willen zien.

De crisis in het Midden-Oosten is voor een gedeelte terug te voeren op de rigoureuze verdeel-en heers politiek van de Britten en de Fransen na de Eerste Wereldoorlog. De Britse en Franse kolonisatoren hadden een doel voor ogen: veiligstellen van oliebelangen en aanvankelijk de Amerikanen uit de regio weghouden. Echter, na de Red Line Agreement van 1928 besloten de Britten en de Amerikanen nauw samen te werken en de olievoorraden in de regio onder elkaar te verdelen. De meeste huidige oliemaatschappijen in het Midden-Oosten zijn in het verleden opgezet door Britse en Amerikaanse olieconcerns en deelden hun winsten met hen.

Een aantal internationale crises in deze regio zijn regelrecht terug te voeren op pure oliebelangen en aanvoer van olie naar het westen. Een besluit van de Opec uit 1980 om de olieproductie te verlagen was voor de Iraakse dictator Saddam Hoessein een aanleiding om een oorlog te beginnen tegen Iran, die uiteindelijk acht jaar zou duren en waar honderdduizenden zijn omgekomen.
Een ‘onbekende’ oorlog waar de westerse wapenindustrie miljarden aan heeft verdiend. En ook de invasie van Koeweit door het Iraakse leger in 1991 ging om de olie. In verderweg gelegen regio’s als Afghanistan werd en wordt de plaatselijke politiek gedicteerd door oliebelangen, c.q. de belangen van Britse en Amerikaanse en andere grote westerse oliemultinationals.

De grootmachten, met name de Verenigde Staten, zijn inmiddels zo verslaafd geraakt aan olie, dat zij elke gelegenheid gebruiken om hun politieke invloed te verkrijgen in olierijke regio’s. Vaak zijn dit politiek onstabiele gebieden of landen, waar corruptie en mensenrechtenschendingen op grote schaal plaatsvinden. Met olie gaan enorme westerse economische belangen gemoeid.
Zo hadden de Amerikanen in de jaren zeventig al plannen om in het geval van een grote internationale crisis alle olievelden in Saoedi-Arabië te bezetten. De Saoedi’s houden er nog steeds rekening mee, tot op de dag van vandaag.
En de Carter doctrine uit 1980 verklaarde dat ‘iedere poging om de macht over de Perzische Golf te verkrijgen als aanval op de nationale belangen van de Verenigde Staten zal worden beschouwd’.

De sympathie van de schrijvers van ‘Het Zwarte Goud’ ligt duidelijk bij de milieubeweging.
Zij beseffen ook dat “de regeringen van de industrielanden zichzelf kennelijk als loopjongens van de olie- en de automobielindustrie en van machtige automobilistenclubs beschouwen.”
De schrijvers pleiten voor het gebruik van totaal andere energiebronnen, nl. de zon en de wind. Alle plannen om energie te besparen, om milieuverontreiniging tegen te gaan, alle studies, rapporten, papers, manifesten, beleidsvoornemens en mondiale doelstellingen die de wereld in gelanceerd worden, blijven luchtspiegelingen “zolang regeringen van de industrielanden de belangen van enkele tientallen grote concerns blijven vertegenwoordigen die -het moet worden gezegd- van een ecologische revolutie niet zouden profiteren, omdat zon en wind zich niet zo gemakkelijk laten monopoliseren als een aardolieveld.”
Er zijn eerste aanzetten om auto’s op waterstof of alternatieve brandstoffen of gas te laten rijden, want het aardolietijdperk is bijna ten einde, aldus de auteurs. Maar dit alles is voorlopig nog een druppel op een gloeiende plaat. “De infrastructuur van de hele wereldeconomie moet worden gereorganiseerd – en dat duurt tientallen jaren en kost een heleboel energie.” En intussen dalen wereldwijd de oliereserves en stijgen de prijzen van deze eindige en niet duurzame hulpbron. Maar geen enkele regering neemt drastische voorzorgsmaatregelen.

De auteurs besteden ruimschoots aandacht aan de internationale dimensie van olie. Met name de grote oliepijpleidingen in Centraal-Azië die olie vervoeren naar Turkije of naar andere zeehavens. Olie bedoeld voor transport naar het westen.
Er bestaat een heuse oliepijplijnpolitiek, waarbij olieconcerns in het belang van de ene staat de belangen van andere staten en olieconcerns proberen terug te dringen. De aanleg van de pijpleidingen vanuit Centraal-Azië, die niet over Russisch territorium lopen, zijn vaak bedoeld om de monopoliepositie van Moskou in het aardolietransport in de regio duurzaam te verzwakken.
De Amerikanen willen welbewust de Russen zo veel mogelijk buiten de deur houden als het gaat om het afsluiten van megadeals met locale- of staatsoliemaatschappijen en met de exploitatie van nieuwe aardolie- en aardgasbronnen in de regio.
Rusland wordt als concurrent op de wereldolie- en wereldgasmarkt massief dwars gezeten. De economische en geopolitieke rivaliteit tussen de Verenigde Staten en Rusland en de energie hongerlijders India en China zou in de toekomst wel eens gigantisch uit de klauwen kunnen lopen. “Conflicten om grondstoffen zullen in de toekomst echter waarschijnlijk vaker optreden (…)” Het is ook een van de redenen geweest waarom Rusland onder Poetin zich kritischer tegenover het westen is gaan opstellen en zich steeds meer is gaan richten op India en China.
Aan de andere kant is er wel meer toenadering tussen Russische en westerse energieconcerns. Met name de Russen en Duitsers zijn bezig hun energie-stempel op Midden- en Oost-Europa te drukken. Ruhrgas, Wintershall en andere Duitse firma’s werken nauw samen met het grootste gasconcern ter wereld: Gazprom. Duitsland wordt steeds afhankelijker van deze Russische energieleverancier.

Opmerkelijk is ook dat de toetreding van Turkije tot de Europese Unie door dezelfde EU gezien wordt als “een belangrijke bijdrage tot verbetering van de energievoorzieningsroutes van de EU.” Kennelijk nemen westerse politieke leiders dan een beetje extra islamisering van West-Europa op de koop toe. En over mensenrechtenschendingen in landen als Turkmenistan, Oezbekistan, Kirgizië en Azerbeidzjan wordt vaak niet moeilijk gedaan. Deze landen zitten letterlijk op een olieplas.
Economische belangen van olieconcerns gaan duidelijk voor mensenrechten. Met name de Kaukasus vormt heden ten dage een explosief geheel. Een belangrijke oliepijplijn loopt door Tsjetsjenië, het centrum van dit kruitvat.
Ruime aandacht besteden de auteurs ook aan de wapenverkopen aan landen die olie verkopen aan het westen. Met hun oliedollars kopen zij wapentuig om hun regiems in stand te houden of oliepijpleidingen te beveiligen. Wapenverkopen zijn “een belangrijke factor in het smeden en onderhouden van politieke bondgenootschappen, speciaal tussen de militaire elites.”
Een enorme wapenimport en een wapenindustrie als gevolg van de winst op de verkoop van olie is het gevolg. Iedereen profiteert ervan en iedereen wordt er beter van. Wapenfabrikanten, tussenhandelaren, adviseurs, veiligheidsexperts, politici en ex-politici.
De auteurs spreken van “een onontwarbaar netwerk van wapenfabrikanten, regeringen en tussenpersonen dat door investeringen van financiers uit de Golfstaten in wapenconcerns nog ondoordringbaarder wordt.” Maar met name de samenwerking tussen oliemaatschappijen, internationale huurlingenbedrijven (PMC’s) en allerlei ongure dictators strekt zich over de hele wereld uit als het gaat om de beveiliging van olievelden en pijpleidingen.
Bedrijven als Defence Systems Limited, MPRI, Blackwater, DynCorp, ArmorGroup, CACI International, Vinell Corporation, maar ook Halliburton, Carlyle, Kellogg, Brown & Root en Bechtel duiken hier vaak op. Meestal hebben zijn connecties tot binnen de top van het Witte Huis en het Amerikaanse leger. De topman van Halliburton was ooit Richard Cheney, ex-minister van defensie en nu vice-president van de VS.
De Amerikaanse invasie in Irak, voornamelijk om de olie, zorgden voor megawinsten voor deze bedrijven. En niet te vergeten de rol die geheime diensten in al deze operaties spelen. Want één ding is duidelijk: het aanwezig zijn van olie in veel landen bevordert het ontstaan van afscheidingsbewegingen en en rebellenbewegingen die zich verrijken aan inkomsten uit bodemschatten, tot aan het uitbreken van burgeroorlogen toe. Ook omdat de regerende elite al de inkomsten naar zich toe schraapt.

De crisis in Zuid-Soedan is voor een aanzienlijk deel terug te voeren op de olievoorraden en de belangen van de Soedanese regering en westerse en oliemultinationals, iets wat de Britse hulporganisatie Christian Aid al in 2001 concludeerde. De spanning neemt toe, omdat nu ook China zich massaal op Soedan werpt en dit land ruimschoots van allerlei wapentuig voorziet.
Nigeria is hét voorbeeld hoe het niet moet. Door de olie inkomsten had het een welvarend en ontwikkeld land kunnen zijn. Nu is er economisch wanbeleid, corruptie en een cynische elite die zichzelf verrijkt ten koste van het land en bevolking en waar miljarden dollars in allerlei nutteloze prestigeobjecten werden en worden gepompt.
Maar ook westerse banken profiteerden ruimschoots van de verdiende oliedollars van de Nigeriaanse machthebbers die het geld weer op buitenlandse, met name Zwitserse, bankrekeningen onderbrachten. Er zo zijn er nog meer landen waar olie eerder een vloek is voor de plaatselijke bevolking.

De olie-industrie en met name de raffinaderijen hebben gevolgen voor de gezondheid van de lokale bevolking evenals voor het milieu dat in sommige landen (Nigeria, Equador, Peru, Colombia) aangetast wordt door de praktijken van grote olieconcerns. Het is er niet om vrolijk van te worden.

Aansluitend zijn er een kleine twintig bedrijfsportretten opgenomen van de belangrijkste oliemultinationals in de wereld. Opvallend bij alle genoemde bedrijven is hun cynische machtspolitiek en onmetelijke hebzucht die hun optreden kenmerkt. Alle oliemaatschappijen zijn direct of indirect verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen. Olie is in sommige gevallen letterlijk de brandstof voor een burgeroorlog. Alles in strijd met de grondregels van het ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’.
De donaties die zij geven aan hulporganisaties en de steun aan charitatieve projecten die zij bieden, staan in geen enkele verhouding met hun winsten. Zo schonk British Petroleum 3,5 miljoen dollar aan de slachtoffers van de tsunami. Een bedrag dat BP in 2,5 uur aan winst maakt.
Een aantal oliemaatschappijen ondersteunen op gewetenloze wijze de ergste dictaturen van dit moment. De Birmese oppositieleidster Aung San Suu Kyi, noemt Total (het vroegere TotalFinaElf S.A.) de beste steunpilaar van het militaire regime. Aan dit olieconcern kleeft ook het grootste corruptieschandaal in Frankrijk van de afgelopen tien jaar.
Andere oliemaatschappijen hebben zich direct of indirect schuldig gemaakt aan corruptie, fraude en smeergeldtransacties, uitbuiting, martelingen, dwangarbied en het financieren van zowel regeringslegers als afscheidingbewegingen en paramilitaire groeperingen. Alles bedoeld om de toegang tot olievelden zeker te stellen. Weer andere olieconcerns hebben gigantisch verdiend aan de Irak oorlog. Er zijn oliemaatschappijen die een rol hebben gespeeld in het uitvoeren van staatsgrepen waarbij ook geheime diensten direct of indirect bij betrokken zijn.
Saudi Aramco is de grootste luchtverontreiniger ter wereld. Zij is verantwoordelijk voor 7% van alle CO2 uitstoot ter wereld. Iets wat in de westerse pers niet te lezen is.
Rapporten van de Wereldbank, Human Rights Watch, diverse milieuorganisaties, Global Witness, CorpWatch etc. rapporteren regelmatig over de excessen van oliemaatschappijen, maar het haalt helaas weinig uit.

Thomas Seifert & Klaus Werner: Het Zwarte Goud – Olie als bron van hebzucht, oorlog, macht en geld, Uitg. Elmar, Rijswijk, Van Halewyck, Leuven, 2007 (vertaald uit het Duits: Schwarzbuch Öl), 320 pagina’s.